Wat? Suan Mokkh – 10 dagen stilte – Waarom?

Aangezien ik al schrijvende van dit blog tot de conclusie kwam dat het nogal een ‘long read’ zou worden heb ik ervoor gekozen om mijn persoonlijke ervaring in Wat Suan Mokkh in een apart artikel te verwerken.

Dag -1

Een dag voor vertrek geniet ik nog van een dubbele espresso waarna ik een bus neem naar Suan Mokkh. Een uur of zo later wurm ik me uit het volgepropte busje samen met mijn nieuwe vrienden Bianca uit Brazilië en Valentino uit Italië.

Een beetje onwennig lopen we onder de poort door waar meteen een rust heerst die niet te vergelijken is met de stad Surat Thani waar we zijn opgestapt en de drukke weg waar we uit zijn gestapt.

De eerste ontmoeting met een monnik is een bijzondere ervaring. We zijn hier duidelijk niet voor de lol.

“Passport!”, commandeert hij.

Kopietjes van de paspoorten worden gemaakt op vergeeld papier, waarna we afscheid nemen van Bianca die naar het vrouwengedeelte wordt gecommandeerd en de heren gaan naar de slaapzaal, waar we vannacht voor het eerst op een betonnen ondergrond zullen slapen.

Inmiddels ontmoet ik Sander uit Amsterdam en een Franse fietser. In de langzame uren die volgen voegen zich steeds meer mensen bij ons in de donkere kamer. Niet alle mensen die hier nu zijn komen voor de 10-daagse. Passanten kunnen hier tot maximaal een week gratis overnachten. De meesten echter zijn van plan om tien dagen te blijven. Sommigen twijfelen nu al of ze dat gaan volhouden zoals een Amerikaanse latino die zegt dat hij van praten houdt en dat ook steeds bevestigt door het stopzinnetje “It’s like…” toe te voegen aan zijn stortvloed van woorden.

Dag 0

Ondanks de harde ondergrond word ik opgewekt en uitgerust wakker van de harde bel om 4.00 uur in de ochtend. Ik hoef er nog niet uit want de registratie begint pas om 7.00 uur.  Twee uur later sta ik bij de hoofdingang mijn rugzak in een busje te laden die ons de weg over zal brengen naar het International Dharma Center.

Aangezien ik me als één van de eersten inschrijf heb ik nog genoeg keuze uit de dagelijkse klusjes die er zijn. Even twijfel ik of ik mezelf een ‘kutklus’ ga geven om daarin een spirituele opdracht te vinden, maar ik maak me er toch met een makkie vanaf door me in te schrijven op het vegen van de eetzaal na het ontbijt. De gedachte erachter is dat ik daar dan toch ben en dat ik de rest van de dag niet meer hoef na te denken dat ik een klus te doen heb. In het dagelijks leven ben ik ook ’s ochtends het meest productief tenslotte.

Aangezien het programma pas die avond start ben ik de rest van de dag vrij. Er blijkt wifi te zijn en ik hoef mijn telefoon pas om 15.00 uur uiterlijk in te leveren dus ik app wat met Rosanne, die verrast is omdat we dachten dat we elkaar niet meer zouden spreken. Aangezien zij zelf ook midden in een Rebirthing training op Koh Phangan zit houden we het kort en lever ik mijn telefoon uiteindelijk gewoon maar in.

Het ontbijt smaakt heerlijk en ik kijk al uit naar de rest van de maaltijden. Eten is een belangrijk iets in mijn leven en minder eten al helemaal, dus daar ga ik deze dagen mee aan de slag. Voor nu geldt dat ik mag opscheppen wat ik wil en dat doe ik met plezier.

Als ik mijn spullen heb gepakt wandel ik naar mijn kamer, of cel eigenlijk, om die in te richten. Ik tref een betonnen plaat met daarop een stuk hardboard en een houten kussen. Ik leg mijn yogamat daarboven op en hang mijn klamboe op waarna ik de rest van het heren-wooncomplex verken. De toiletten zien er netjes uit en de waterbassins zijn al gevuld voor de nodige lichaamsreiniging.

Ik verken het terrein en geniet van de natuur en stilte om me heen. In de grote meditatiehal richt ik mijn zitplaats voor de komende dagen in en ga zelfs al een uurtje even zitten. Dat ik dit doe is al een groot verschil met de vorige keer toen ik echt een enorme hekel had aan de meditatiezaal. De buitenzaal is een grote aangeharkte zandbak en niet een te hete hal binnen met te kleine raampjes die ik toen in België aantrof, dus dat scheelt.

Tijdens de lunch wordt het steeds drukker en ik merk dat ik deze drukte niet heel prettig vindt. Mensen willen op de één of andere manier graag nog even praten voordat het niet meer mag en ik merk aan mezelf dat ik me vooral wil terugtrekken. Toch is het wel leuk om te horen wie mensen zijn, waarom ze daar zijn en wat ze daar komen doen. Zo ontmoet ik Justine die met haar arm in het gips vertelt dat ze eigenlijk in Thailand is om als professioneel Thai bokser aan de slag te gaan, maar in haar eerste gevecht al haar hand brak. Aangezien ze altijd een uitdaging nodig heeft besloot ze dan maar een geestelijke uitdaging aan te gaan. De Franse fietser vertelt dat hij, hierna, naar Myanmar gaat fietsen en daarna via Thailand naar Cambodja fietst. De meesten zijn net als ik lang op reis, maar Sander uit Amsterdam is speciaal hiervoor uit Nederland komen vliegen en Valentino werkt als Digital Nomad in Chiang Mai waar hij met zijn Europese salaris goed kan leven aangezien Chiang Mai één van de goedkoopste steden van Thailand is om te leven.

Na de rondleiding, een instructie en een eerste zitting neem ik afscheid van deze mensen met:

“Speak to you in 10 days!”

Dag 1

Het houten kussen slaapt zo slecht nog niet. Eén van de monniken legt het later uit als:

“Het is niet zo onaangenaam dat je ‘m van je afschuift, maar ook net niet aangenaam genoeg dat je je wekker op ‘snooze’ drukt.

In de donkere ochtend is het vinden van mijn weg in het bosrijke complex nog geen makkelijke opgave, maar alles is nieuw. De stilte is heerlijk. Een non leest een verhaal voor en we mediteren tot 5.15 uur. Ik kijk erg uit naar de yoga, maar helaas valt dat wat tegen. De Duitse vrijwilliger heeft z’n kennis duidelijk uit boekjes en ik voel veel weerstand.

Mediteren gaat best aardig deze eerste dag en ik ben heel blij, rustig en tevreden met mijn keuze om hier te zijn met mezelf. De wandelmeditatie in een lange rij langs de vijvers zijn heel bijzonder en zullen me de komende avonden veel plezier brengen.

Dag 2

Ik heb me voorgenomen om deze keer niet iedereen een naam te geven zoals ik dat de vorige keer deed, maar helaas kan ik me hier op dag 2 al niet meer aan houden. Voor ik het weet zit ik tussen Phil Collins en Mr. Miyagi in. Gelukkig lukt het me wel het te beperken tot mijn twee buurmannen.

Op dag 2 kies ik om niet de yogales van de Duitser te volgen, maar de Tai Chi van de vriendelijke Thaise man die met mij het welkomst-interview hield. Vanaf het moment dat deze man begint te praten hang ik aan zijn lippen:

“Enjoy the breath! It keeps you alive. If you love your breath, you love life!”

Hij gebruikt wat basale yogabewegingen voor de warming-up en eindigt zijn les met Tai Chi oefeningen. Ik besluit de rest van de tijd naar deze lessen te gaan. Niet dat ik zo graag Tai Chi beoefen, maar ik laat me graag inspireren en deze man is een heel inspirerende leraar.

Er is op dag twee wel een hoop weerstand, vooral in mijn hoofd. Het begint al met de oude abt van het klooster die een lezing houdt, maar onverstaanbaar is omdat zijn Engels echt niet te volgen is. Het enige dat ik versta en wat hij vaak gebruikt is:

“Good friends”

Dat zijn wij, denk ik!

Wat me opvalt is dat mijn lichaam niet zoveel pijn doet als de vorige keer in 2015 terwijl ik toch langer zit dan toen. Ik twijfel soms aan mezelf of ik mentaal gegroeid ben in de afgelopen jaren, maar mijn lichaam geeft duidelijk aan dat ik dit een stuk beter aan kan dan toen.

Ik kijk deze ochtend uit naar het ontbijt. Het lukt prima om lange tijd niet te eten, zeker omdat je met hele andere dingen bezig bent, maar de dankbaarheid die je voelt als je je eerste hap van de dag neemt is niet te beschrijven. We moeten echter wachten met eten totdat iedereen heeft opgeschept, waarna we het eten observeren en een gezamenlijk dankwoord uitspreken. Ik mag van mezelf één keer opscheppen omdat ik weet van de vorige keer dat grote ogen veel last bezorgen tijdens de meditaties.

Mijn vaste klusje van het aanvegen van de eetzaal begint op dag 2 al routine te worden. Na het eten wast iedereen zijn bord af en vertrekt uit de zaal voor zijn eigen bezigheden en klusjes. Het is fijn om iets anders te doen en het is ook bijzonder om te merken dat je met mensen samenwerkt zonder dat je met elkaar praat. Het vegen doen we met z’n tweeën waarna er twee man klaar staan om de boel te dweilen.

De tijd tussen het ontbijt en de volgende meditatie uren vult een ieder op zijn eigen manier. Mijn gespierde buurman doet vooral sit- en push-ups, een ander doet de was en een nogal aanstellerigere jongeman staat zichzelf te drogen in de zon zodat hij zijn sixpack kan tonen aan de rest.

Veel mannen maken gebruik van de hot springs waar ik niets van begrijp in deze warmte. Warm water en ik gaan al niet heel goed samen, maar na 5 minuten in de baden op dag 1 was ik meteen genezen. Ik was mezelf graag bij het koud waterbassin waar ik met een bakje water mezelf heerlijk kan laten afkoelen zodat ik me schoon en fris voel.

Dag 3

De dagen zijn herhalingen wat aan de ene kant heel fijn voelt en aan de andere kant is het ook heel saai. Het hoogtepunt van de ochtend is dan ook dat ik een oudere man die een kamer vlakbij mij heeft zie vertrekken. Schuldbewust kijkt hij me aan. Het was me opgevallen dat hij het zwaar had, maar dat is niets bijzonders aangezien we allemaal door een proces gaan tijdens zo’n periode.

We leren een wandelmeditatie aan waarna we zelf mogen gaan oefenen in de prachtige tuin van het centrum. Ik merk dat ik erg aan het knokken ben tegen mezelf. Ik probeer mezelf te overtuigen van het feit dat dit totaal zinloos is en dat de wandelmeditatie slechts een excuus is om niet te zitten. Toch lukt het me op enig moment om me echt te concentreren op m’n lichaam en niet zo zeer op m’n gedachten. Wel ben ik snel afgeleid, maar ook dat is geen groot geheim voor me.

…..”hoor ik daar nou een trein?”

Een groot verschil met de Vipassana methode van Goenka is dat mannen en vrouwen wel in aparte gebouwen slapen, apart van elkaar yoga doen en aan aparte zijden van de meditatiezaal zitten, maar verder lopen we gewoon dwars door elkaar heen. Voor iemand die snel is afgeleid is de aanwezigheid van de andere sekse geen voordeel. Ondanks dat iedereen bedekt gekleed is leidt het me toch af.

Dag 4

Het middagprogramma is opgedeeld in vier delen. Het begint met een meditatie instructie of lezing van een uur. Daarna een wandelmeditatie van een uur, waarna weer een uur zitten volgt. Het laatste uur van de middag brengen we door met een monnik die ik “The Joker”  noem. Niet omdat de man zo op de vijand van Batman lijkt, maar omdat hij heel graag grapjes maakt. Iedere dag maakt hij het zelfde grapje over onze houten kussens, waardoor ik in mijn hoofd het grapje zelf al maak voordat hij het uitspreek. Helaas voor mij vind ik hem helemaal niet grappig dus het uur met hem lijkt iedere dag langer dan zestig minuten.

Ik houd van zingen en ik zing graag uit volle borst mee tijdens kirtans dus dit uur keek ik erg naar uit voordat ik naar Suan Mokkh kwam. Helaas lijkt Boeddhistisch chanten helemaal niet op de vrolijke kirtans waar ik zo graag bij aansluit. Een conclusie die ik voor mezelf maak is dat de Boeddhisten een beetje de Calvinisten van de Oosterse religies zijn. Soberheid boven uiterlijk vertoon en vrolijkheid; volledige overgave aan de goddelijkheid.

Het chant-uurtje wordt afgesloten met een ‘loving-kindness-meditatie’ en is de enige reden dat ik niet spijbel tijdens dit uur.

Dag 5

Steeds meer mensen vertrekken voortijdig. Bij mijn vorige retraite gebeurde dit ook maar hier lijkt de vrijblijvendheid toch groter. Misschien is het grote verschil dat je bij Goenka Vipassana retraites al maanden van te voren aangemeld moet zijn en je een paar keer vragenlijsten moet invullen en moet beloven dat je blijft. Hier komen blijkbaar toch ook mensen die er van horen en dan denken:

“Hé leuk!”

Leuk is overigens geen goed woord voor een retraite als dit. Leuk is het niet, maar het leert je wel heel veel over jezelf en je patronen. Interessant zou je het beter kunnen noemen, d.w.z. als je jezelf wilt leren kennen.

Ik kom mijn dagen goed door. Het is fysiek minder zwaar zoals ik al schreef, maar ook mentaal gaat het heel goed. Omdat ik (te) veel tijd heb om na te denken vraag ik me af of ik me niet aan het verschuilen ben achter iets omdat ik hier met een reden ben gekomen. Ik heb de afgelopen tijd behoorlijk met mezelf in de knoop gezeten, ik ben hier om dat op te lossen en nu zit ik het hier een beetje goed te hebben.

Dat kan toch niet?

Een tussentijdse conclusie is dat ik erg geniet van de rust en het eenvoudige leven in de vrije natuur. Ik loop van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat op mijn blote voeten, krijg twee overheerlijke voedzame maaltijden per dag en heb, op het uitzicht op een paar mooie vrouwen na, geen afleidingen. De eenvoud zorgt voor een totale rust en tevredenheid. Nu nog een manier vinden om dit in mijn dagelijks leven toe te passen.

Dag 6

Ondanks dat het goed gaat met me heb ik nog dagelijks grote weerstanden. Dit vooral jegens de Boeddhistische leer die ik belerend vind. Bovendien is de methode zoals deze wordt gepresenteerd ruim over de datum heen.

Bij Goenka wordt gebruik gemaakt van opnames die wijlen S.N. Goenka ooit heeft gemaakt. Dit vond ik al achterhaald, maar Goenka maakt zich voor zover ik me kan herinneren niet schuldig aan meningen over de actualiteit. De opnames die in Suan Mokkh zijn gemaakt komen van de oprichter Buddhadasa Bikkhu en worden in het engels vertaald door een Amerikaanse monnik met nogal een nazistisch harde en belerende stem. Ik doe iedere dag mijn best om te luisteren, maar ik haak regelmatig af omdat ik het niet begrijp, niet wil begrijpen of ronduit ‘bullshit’ vind wat er verteld wordt.

Zo volgt in de opname op dag 6 een moraliserend en propagandistisch praatje over het feit dat niet Boeddhistische landen alleen maar bezig zijn met oorlog en verderf. De wapenwedloop tussen het Westen, Amerika voorop, en de communisten uit de Sovjet-Unie (welk land?) is daar een voorbeeld van.

Bovendien hebben zogenaamd Boeddhistische regimes in deze regio van de wereld wel laten zien dat ook Boeddhisten een behoorlijk agressief karakter kunnen hebben.

Wat me ook enorm irriteert aan zowel Goenka in het verleden en de Boeddhisten hier in dit klooster is die grote overtuiging dat zij de waarheid in pacht hebben. Zo beweert zowel Goenka als alle aanwezige leraren op deze compound dat de methode zoals we leren te mediteren rechtstreeks van de Boeddha afkomstig is. Het enige is:

DE TWEE METHODES ZIJN TOTAAL VERSCHILLEND!

Dag 7

De Vipassana methodiek van Goenka richt zich de eerste drie dagen op Anapana, wat een concentratie methode is op basis van de ademhaling. De methodiek van Suan Mokkh begint hier ook mee.

Waar Goenka op dag 4 over gaat op een minutieuze body scan blijven we hier bij de adem, die zij Anapanasati noemen. Na een aantal dagen bij Goenka merkte ik dat mijn geest steeds makkelijker in meditatie ging, maar de zestien stappen waar we deze week doorheen gepraat worden willen voor mijn gevoel weinig progressie opleveren.

Ik betrap mezelf meteen op een typisch fenomeen van de maatschappij waarin ik ben opgegroeid. We verwachten resultaten en snel een beetje! Als ik mezelf observeer merk ik nog steeds dat ik me op dit moment op m’n gelukkigst voel, dus of het nu de natuur of de methode is die me gelukkig maakt is eigenlijk niet van belang.

Dag 8

Net als de vorige keer begint het aftellen al als je over de helft bent, maar op dag 8 realiseer ik me dat mijn huidige leven al een week bezig is. Dat de wereld zoals ik die ken gewoon door is gegaan en dat ergens oostelijk van mij zich een eiland bevind waar mijn geliefde haar leven leidt.

Ik kan heel goed alleen zijn. Ik houd ook erg van alleen zijn, maar als ze er niet is dan mis ik haar. Ik denk aan de stomme grapjes die we graag maken, ik denk aan haar aanstekelijke en luidruchtige lach en de knuffels die ik haar wil geven. Het is goed dat we even los van elkaar zijn. Reizen met z’n tweeën is intens en we hebben allebei een heel emotionele en spirituele weg af te leggen.

Dag 9

Vandaag leven we als een monnik. Dat wil zeggen dat we vandaag maar één maaltijd krijgen. Ik vind het een mooie uitdaging en dankzij het feit dat er weer een afleiding minder is heb ik mijn beste meditatie-dag tot nu toe.

Ik geniet van de prachtige grote tuin, de vlinders, de rode libellen, de varanen die net doen of wij er niet zijn. Ik geniet van het wandelen op blote voeten en ik verbaas me erover dat mijn voeten helemaal niet vies lijken te worden ondanks de onverharde paden.

De dagelijkse wandelmeditatie in de avond is vanavond vrijblijvend en heeft een bijzonder tintje deze dag. Het is volle maan en het is heel helder. Ondanks dat we niet praten is iedereen duidelijk onder de indruk van de kracht en energie van deze volle maan. De meesten kiezen er dan ook voor om niet te wandelen, maar in het gras te gaan zitten en met open mond naar dat prachtig verlichte hemellichaam te kijken.

Dag 10

De laatste loodjes wegen het zwaarst. Mensen die geen zin meer hebben vertrekken nu al vast en dag 9 was zo geweldig en intens dat vandaag daar maar niet op wil lijken. Onthechting aan een goed gevoel blijft toch een opgave.

Langzamerhand beginnen steeds meer mensen te praten wat ik echt heel zonde vind. Het is zo magisch om dit tot het laatst vol te houden. Praten kan je nog genoeg vanaf morgen. Aan de andere kant, je bent meer dan een week stil, iets wat helemaal niet past in de manier waarop wij ons leven leiden.

Er staat ons nog één fysieke klus te wachten en dat is het herstellen van een vol met water gelopen pad bij de monniken en de buitenlanders die voor langere tijd hier verblijven. We lopen met grote manden met zand heen en weer, die we verderop op het pad storten zodat het weer begaanbaar wordt. De fysieke arbeid geeft me een machtig gevoel.

Een mooi en bijzonder iets van deze cursus is het moment van ‘sharing’ op de laatste avond. Als je wil mag je naar voren komen en je ervaringen delen met je mede-cursisten. Het is geweldig om stemmen te horen bij mensen die je alleen maar van gezicht kent. Het delen van deze ervaringen brengt een lach naar boven maar ook tranen. Bijzonder is om te horen dat de dames zich echt heel erg verbonden hebben gevoeld met elkaar en dat bij de heren een veel individualistischer gevoel heerst.

De enige tranen die ik in de afgelopen dagen heb gelaten vallen tijdens dit ‘sharing’ moment. Eén van de heren vertelt iets wat hij gezien heeft voordat de cursus begon. De eerste dagen was de hond van Suan Mokkh heel onrustig en continu een huilend geluid aan het maken. Aangezien ik een dierenliefhebber ben zocht ik haar veel op en na een paar dagen zocht ze ook mij op voor een knuffel. Het verhaal van mijn mede-cursist vertelde waarom de hond zo verdrietig moet zijn geweest. De man had namelijk twee mannen op het terrein gezien die twee puppies in een zak staken en ermee wegliepen. Het arme meisje was haar kinderen kwijtgeraakt.

De tranen biggelen over mijn wangen. De mede-cursist besluit met een positieve wending. Het arme dier werd per dag rustiger en verbleef dankzij ons allemaal een groot deel van de dag bij ons als we mediteerden. De energie die wij bij ons dragen heeft effect op alles om ons heen.

Die avond kan ik niet in slaap komen. Het praten, het horen van stemmen hebben mijn geest weer geprikkeld. Ik denk aan alles wat ik gehoord heb, alles wat ik had willen zeggen, aan seks…… En zo wen je langzaam weer aan de echte wereld.

Wat? Suan Mokkh – 10 dagen stilte – Wat, Hoe, Waar?

Het afgelopen jaar ben ik op spiritueel en emotioneel door een dal gegaan. In mijn ogen is er maar één manier om de dalen in je leven om te keren en dat is vol de confrontatie met jezelf aangaan.

The only way out is through

Maanden geleden publiceerde ik een oud blog dat ik ooit had geschreven over mijn eerste ervaring met een stilte retraite. Ik beloofde snel een update over de retraite die ik kort daarop in Thailand zou gaan doen. Het duurde iets langer, omdat het interne proces ook iets langer in beslag nam dan ik had verwacht.

Toen ik in 2015 voor het eerst tien dagen de stilte opzocht was dat uit pure nieuwsgierigheid.

Nu was het broodnodig!

Wat Suan Mokkh

Via een vriendin en een kennis kwam ik in aanraking met deze tempel in Thailand. Ik zocht naar een Vipassana meditatie centrum, maar wat ik hier zo aantrekkelijk aan vond was dat je ’s ochtends yogalessen kon volgen. Bij de Vipassana traditie van S.N. Goenka is dit absoluut verboden.

Het tempel complex Wat Suan Mokkh kent verschillende locaties die vlakbij elkaar liggen. Het is een tempel in de bossen  waar zo’n veertig monniken leven. Daarnaast zijn er aparte plekken voor nonnen en voor buitenlanders.

Suan Mokkh werd in het leven geroepen door de monnik Ajahn Buddhadasa Bikkhu in 1932.  Hij ging sinds 1926 als monnik door het leven in Bangkok, maar verliet de Thaise hoofdstad om als kluizenaar in de bossen rondom zijn geboortegrond te leven. Hij bestudeerde naast het Boeddhisme verschillende andere religies in een poging deze met elkaar te verbinden met als doel de mensheid vrij te maken van egoïsme. Zijn laatste grote project was het opzetten van het International Dharma Heritage waar ik mijn intrek in zou nemen. De lessen van Ajahn Buddhadasa worden nog altijd gegeven tijdens de 10-daagse retraites.

Dankzij donaties in de vorm van arbeid, tijd en geld van Thai en buitenlanders is er een een centrum ontstaan met openlucht-meditatiehallen met ruimte om te wandelen en te ontspannen hieromheen. Beginners en gevorderden zijn welkom om zich over te geven aan introspectie, rust, stilte en meditatie.

10 dagen stilte

Elke eerste van de maand start er een 10-daagse stilte retraite in het International Dharma Heritage. Naast het houden van stilte zijn er een aantal regels waar elke deelnemer zich aan dient te houden:

1. Intentie om geen adem weg te nemen.

Of kortweg “Gij zult niet doden!”

2. Intentie om niets te nemen wat niet van jou is

Of kortweg “Gij zult niet stelen!”

3. Intentie om je te weerhouden van lichamelijke en geestelijke seksuele handelingen

Dat blijkt moeilijker gezegd dan gedaan!

4. Anderen geen pijn doen met woorden

Wat mij betreft geldt dat ook vooral voor jezelf want de hardste woorden zijn meestal voor jezelf. Dat geldt in ieder geval voor mij.

5. Intentie om je eigen bewustzijn geen pijn te doen d.m.v. toxische middelen

Oftewel, geen alcohol, drugs, tabak en voor mij het misschien wel het moeilijkste, geen koffie.

6. Intentie om niet te eten na het middaguur en voor zonsopgang

Believe me, this is the least of your problems!

7. Niet zingen, dansen, spelen of luisteren van muziek, geen sieraden, kleding, parfum of cosmetica dragen om jezelf mooi te maken

8. Niet slapen of zitten op luxueuze bedden of stoelen.

Daarover later meer.

Doel

Het doel van deze regels is het leven versimpelen zodat er ruimte ontstaat voor stilte en introspectie. Misschien denk je: ‘Niets voor mij!’ Misschien moet je het dan juist een keer proberen. Ik kan je vertellen dat deze regels absoluut helpen in je proces naar die stilte in je hoofd.

Wat doe je dan de hele dag?

 

De dag begint om 4 uur in de ochtend als de bel gaat. Mocht je jezelf dan heel zielig vinden, realiseer je dan dat er iemand, vrijwillig, eerder z’n bed is uitgekomen om de bel te luiden.

Om 4.30 uur word je verwacht in de meditatiehal voor de vroege ochtend lezing en aansluitende meditatie.

Om 5.15 uur begeef je je naar een andere hal voor de yoga- of andere bewegingsles.

Om 7.00 uur houdt meestal de abt een praatje over de Dhamma en aansluitende meditatie.

Nadat je dus al een halve dag er op hebt zitten is er om 8.00 uur ontbijt, waarna je begint aan je dagelijkse klusje.

Tussen 10.00 en 12.30 uur is er wederom een lezing, een wandel- en een zitmeditatie, waarna de lunch wordt geserveerd. Dit is dan de laatste maaltijd van de dag. De twee vrije uren vond ik altijd heerlijk omdat ik dan even de tijd had om lekker op m’n betonnen bed te liggen (zonder grap, hier keek ik echt naar uit).

Tussen 14.30 en 17.00 uur is er een zelfde soort programma als de ochtend met een lezing, wandel- en zitmeditatie.

Om 17.00 uur wordt er ‘gechant’, waarbij je half zingend iedere dag de acht eerder genoemde punten moet beloven in het Pali, de taal van de Boeddha, en in het Engels. Dit uur wordt afgesloten met een ‘Loving Kindness’ meditatie. In mijn geval werd dit dagelijks gedaan door een non met een stem als een engel.

Tussen 18.00 en 19.30 is er pauze waarin er thee wordt geserveerd en als je geluk hebt, warme chocolademelk. Vooral dat laatste is een traktatie de eerste dagen omdat je dan nog erg moet wennen aan het feit dat je geen avondeten meer krijgt. Deze pauze gebruiken veel mensen ook om te baden in de ‘hot springs’ iets wat ik na één keer nooit meer gedaan heb omdat ik het veel te warm vond. Ik koos er voor om het stof en de warmte van de dag lekker met een bakje koud water van me af te spoelen.

Om 19.30 is er een korte zitmeditatie waarna je een half uur een groepswandelmeditatie maakt onder de prachtige sterrenhemel. Het laatste half uur van de dag breng je opnieuw zittend door.

Om 21.00 uur mag je eindelijk naar bed.

Registratie

Zoals gezegd, iedere eerste van de maand start er een nieuwe 10-daagse. Op de dag ervoor start de registratie. Als je wilt dan kun je een dag of een aantal dagen van tevoren  al aankomen en gratis verblijven op het hoofdcomplex van Suan Mokkh. Heren slapen dan op een slaapzaal en dames krijgen een privé kamer.

Op de dag van de registratie kun je je tegen betaling laten vervoeren naar het International Dharma Heritage aan de andere kant van de weg. Lopen kan ook, maar dan ben je wel ruim 20 tot 25 minuten onderweg met je bagage.

Nadat je uitgebreide informatie hebt gelezen en hebt moeten invullen is er een kort interview met één van de begeleiders of van de monniken van het centrum, waarna je een bedrag van THB 2000 wat in Euro’s neerkomt op ongeveer € 50. Hiervoor krijg je twee keer per dag te eten, een yogales per dag, kussens en meditatiemat, een kamer voor jezelf met een betonnen bed, een laken, waterfles, gefilterd water, een lantaarn, emmers en knijpers om je was te doen, een klamboe en een houten kussen.

WAT ZEG JE?? Een houten kussen.

Hoe kom je er?

Wat Suan Mokkh ligt buiten de toeristische gebieden, hoewel deze niet ver weg zijn. Vanuit Bangkok kun je er komen met het vliegtuig, de trein en de bus. Ik kwam van Koh Phangan en sliep een nacht in Surat Thani, de dichtstbijzijnde stad, waar je absoluut nooit geweest hoeft te zijn. Voor details kijk je hier!

Handige informatie

Kleding

Draag loszittende kleding. Je zit een groot deel van de dag dus strakzittende kleding is geen aanrader. Bovendien zit je in het tropisch regenwoud  dus je skinny jeans wil je ook niet.

Voor zowel mannen als vrouwen geldt dat schouders en onderbenen bedekt moeten zijn. Het is een klooster, dus een beetje puriteins is het wel, maar als je komt om te mediteren is het prettig dat je zo weinig mogelijk afgeleid wordt dus werk zelf ook niet mee aan afleiding door jezelf op je mooist te kleden.

Er wordt gezegd dat het handig is om lange mouwen aan te trekken om muggenbeten tegen te gaan, maar dat is je reinste onzin. Die beesten prikken overal doorheen.

Muggen

Zoals  gezegd, ze prikken overal doorheen en de eerste persoon die zonder 100 plus muggenbeten uit Suan Mokkh komt krijgt de status van ‘Mosquito Whisperer’ toegewezen.

’s Nachts heb je er weinig last van omdat je een klamboe krijgt, maar zodra je een voet buiten je klamboe zet ben je onderworpen aan de bloeddorstige mini-terroristen.

Neem dus veel insecten werende middelen mee hoewel je het daar in het winkeltje ook gewoon kunt kopen als het op is. Koop lokaal spul en laat je niet overtuigen door Nederlandse tropenartsen dat er DEET in moet zitten. Het is meuk, het brand je huid aan stukken en het helpt geen moer! Als je lokale producten koopt help je lokale ondernemers, koop je ook meuk, maar je huid fikt er in ieder geval niet van af. Overigens kun je op steeds meer plekken in de wereld biologische alternatieven vinden, dus als je dan toch mindful bezig bent denk daar dan aan.

Een middel wat ik persoonlijk veel handiger vond om bij me te hebben was tijgerbalsem. Tijgerbalsem helpt tegen de jeuk en voorkomt, meestal, dat de bult gaat zwellen en aangezien je toch wel wordt gestoken is insmeren na de steek veel handiger dan je vooraf insmeren.

Overigens brengt een verblijf waarin bewustwording centraal staat een hele andere kijk op muggen. Laat je verzet los, probeer je aan de regels te houden, dus doodt ze niet. Ze zijn een leraar, die je laat inzien hoe je reageert als het allemaal even niet gaat zoals jij zou willen.

Toiletpapier

Ik zou je willen adviseren het zonder dit luxe product te proberen. Het wordt niet verstrekt want Aziaten zien toilet papier als onhygiënisch(en daar hebben ze gelijk in). Bovendien zorgt toiletpapier voor onnodig veel afval.

In Azië gebruikt men water en de linkerhand om jezelf te verschonen na de grote boodschap. Eerlijk gezegd moet ik toegeven dat ik inmiddels toiletpapier ook niet zo prettig meer vind en liever een bak met water gebruik dan dat vieze pleepapier.

Kussen

Als je niet licht reist en je wilt je niet op een houten kussen slapen dan kun je overwegen een kussen mee te nemen. Ik ging voor het houten kussen en heb voor een beetje luxe gekozen om daar een opgevouwen doek op te leggen.

Handdoeken

Zelfde verhaal als het vorige. Je kan het meenemen, maar aangezien het warm en vochtig is heb je eigenlijk niets aan een handdoek. Je kunt jezelf op laten drogen in de zon, maar zodra je weer begint te bewegen drijf je toch weer in het zweet.

Douches zijn er overigens ook niet. Er zijn waterbassins waar je met een bakje water en een stuk zeep (zelf meenemen of kopen in het winkeltje) jezelf wast. Ik houd van douchen, maar ik moet zeggen dat ik heb genoten van de primitieve manier van wassen. Ik heb me nog nooit zo schoon gevoeld omdat ik wel drie tot vijf keer per dag even een bakje water over mezelf heen goot. Het mooie is dat je ondanks dat je je zo vaak wast toch minder water verbruikt dan als je doucht. Dat vindt Moeder Aarde ook fijn.

Wasmiddel

Neem een een handwasmiddel mee of koop het in het winkeltje. Aangezien je naast het mediteren veel tijd voor jezelf hebt is het een fijne bezigheid om je vuile was met de hand te doen. Als het niet teveel regent dan droogt het supersnel.

Thais wasmiddel is behoorlijk heftig spul (ook voor je handen) dus als je in de gelegenheid bent koop dan een milieuvriendelijk wasmiddel voordat je vertrekt, want de kans dat het wasmiddel de natuur in spoelt is groot.

Dit blog bestaat uit twee delen dus als je doorklikt dan kun je lezen hoe ik het het ervaren deze keer.

Mocht je meer willen weten voel je vrij om te reageren op dit bericht of een mail te sturen naar erwin@freeasayogi.com

Zou je dat wel in je mond stoppen? Je bent best dik aan het worden!

Kan niet hè?! Dat soort dingen zeg je niet. Zelfs niet als je het eigenlijk wel denkt.

En Erwin, waarom dan toch deze titel? Jij hebt het altijd over niet oordelen, over jezelf en over anderen.

Ik zal het je vertellen waarom:

“Eet je wel goed? Je bent zo mager!” “Goh, wat een mager bekkie heb je toch?”  “Jongen, je kunt je ribben tellen!”

Kan dit wel? Zeg je zulke dingen wel terwijl je vindt dat je het niet kunt maken om het tegenovergestelde tegen wat steviger gebouwde mensen te zeggen?

Dit blog is een uiting van frustratie en toen ik deze frustratie begon te onderzoeken kwam ik er achter dat ik hier al heel lang mee zit. Die laatste zin: “Je kunt je ribben tellen!” stamt nog uit de tijd dat ik een klein jongetje was. Het is een oude wond, die nog met enige regelmaat wordt open gekrabd en daar ben ik wel een beetje klaar mee eigenlijk.

Soms wil ik zeggen:

“Het lijkt alsof ik mager ben. Dit komt omdat jij steeds dikker wordt en daardoor zijn de verhoudingen een beetje zoek!”

Natuurlijk zeg ik dit niet, omdat ik dit herken als míjn frustratie en boosheid. Een deur openzetten terwijl er binnen een brand woedt is een slecht idee. Waarom zou ik anderen pijn willen laten voelen die ik zelf voel; geweld lokt altijd meer geweld uit.

Mijn relatie met eten

De mannelijke kant van mijn familie is gezegend met een relatief lang slank lichaam, maar uit ervaring weet ik dat je met die bouw niet slank hoeft te blijven.

Aangezien ik mijn hele leven al hoor dat ik niet goed eet omdat ik zo mager ben heb ik een bijzondere band met eten opgebouwd. Ik moet altijd eten, het is nooit genoeg. Mijn moeder werd gek van me, ik keek het eten van haar bord af en soms, als ze niet keek, stal ik het van haar bord af.

Nodig je me uit om bij je te komen eten dan eet ik alles op wat je op tafel zet en laat staan. Ook al voel ik me vol, dan wacht ik even een half uurtje en als je het dan niet opgeruimd hebt, in de tussentijd, dan eet ik door.

Tot mijn 23e at ik ruim een half brood per dag; boter en kaas er op en dan ging ik tussen de middag nog wat halen in het bedrijfsrestaurant. Toen ik dit na mijn 23e bleef volhouden groeide ik ineens van 75 kg naar 98 kg. Ik merkte het eigenlijk pas toen ik iets voelde klemmen tussen mijn buik en mijn benen als ik m’n veters strikte.

In de loop der jaren heb ik veel geschommeld in gewicht, maar ongeveer tien jaar geleden ben ik meer gaan sporten en langzamerhand ‘beter’ gaan eten. Mijn gewicht is al jaren ongeveer 82 kg, een gewicht dat prima bij mijn leeftijd en lichaamsbouw past. Ik voel me er namelijk heel goed bij en, zoals bij alles, als je leert voelen en naar je lichaam leert luisteren dat weet je wat goed is voor je.

Yoga en meditatie helpen me

Sinds ik met yoga bezig ben is de bewustwording alleen maar groter geworden en nadat ik afgelopen zomer in Thailand in een Boeddhistisch klooster heb gemediteerd heb ik veel nagedacht over mijn eetgedrag.

In de tiendaagse stilte retraite kregen we twee keer per dag te eten; ontbijt en lunch. De monniken zelf eten maar één keer per dag en ook niet meer dan één kommetje voedsel. Wij mochten zoveel opscheppen als we wilden, maar al na één dag liet ik die verleiding los omdat ik merkte dat het me eigenlijk alleen maar in de weg zat.

Afhankelijk van wat voor werk je doet zou je je eetpatroon dus moeten aanpassen. Een stratenmaker zou anders moeten eten dan een bankier. Als ik in meditatie ben heb ik minder eten nodig dan als ik drie yogalessen op een dag geef.

Dat minder en bewuster eten je diepere inzichten geeft bewees zichzelf toen we op dag 9 alleen maar ontbijt kregen in het klooster. Het was mijn beste dag van alle tien de dagen bij de monniken. Ik voelde me sterk, blij, energiek en mediteren ging beter dan ooit. Het mooie is dat ik geen kilo ben afgevallen in die dagen.

De verleiding om te eten is met de groei van onze economie en de explosie van aanbod in de winkels en andere verkooppunten alleen maar groter geworden. “Een croissantje bij uw koffie?” “het kost maar € 0,45 extra!” Je moet stevig in je schoenen staan om nee te zeggen.

Dus eigenlijk moet je dát toch maar in je mond steken want zo sta je in ieder geval stevig in je schoenen!

 

 

 

 

 

 

 

PS Ik heb lang nagedacht of ik deze foto’s zou plaatsen omdat het me behoorlijk confronteert met mijn (ouder wordende) lichaam en daarnaast wilde ik ook voorkomen dat mensen het idee hebben dat ik het voor de show zou doen. Dus, geen filter over de foto’s….gewoon…net uit bed…rauwe werkelijkheid…oh ja, en mager. 😉

10 dagen stilte

Dit blog verscheen alweer ruim twee jaar geleden op mijn vorige website stadsyoga.nl. Over ongeveer twee weken ga ik weer voor tien dagen de stilte opzoeken. Iedere retraite is weer anders zeggen de ervaringsdeskundigen dus binnenkort zal er een ander blog verschijnen met mijn laatste ervaringen. Dit is dus deel 1 over Vipassana. Ik kan niet wachten op deel 2.

Vipassana

De allereerste keer dat ik het fenomeen Vipassana tegenkwam was in het boek: 12 Goeroes, 13 Ongelukken van Johan Noorloos, die 4 jaar later één van de leraren van mijn docentenopleiding werd. Zo’n retraite heeft me altijd al geboeid en vanaf het moment dat we in de opleiding het boek The Art of Living van William Hart moesten lezen besloot ik dat ik dit een keer moest ervaren.

Tijdens de diploma uitreiking zei docente Anat Geiger: “Denk niet dat je er nu bent, nu je jezelf yogaleraar mag noemen, de meesten van jullie kunnen nog geen 10 minuten stilzitten en ook dat is yoga. Ik dacht: “Ik kan nog niet eens 1 minuut stilzitten!” en ik wisselde voor de zoveelste keer van houding.

De Vipassana-retraite zie ik dan ook echt als een logisch vervolg van mijn yoga-opleiding. Naast de beroepsmatige keuze is het ook nog eens een manier om als mens te groeien.

Eerste kennismaking met onthechten

Rosanne en ik nemen afscheid van elkaar alsof het een gewone werkdag is. Wij doen alles samen, we werken in het zelfde gebouw, haar vrienden zijn mijn vrienden en andersom. Het wordt dus een echte oefening in onthechten.

Bij binnenkomst moet ik een vragenlijst invullen en een handtekening zetten met de belofte dat ik 10 dagen ga blijven en dat ik me ga houden aan de gestelde voorwaarden. Ik moet mijn telefoon meteen inleveren. Vanaf het moment dat ik op mijn kamer ben en me realiseer dat ik niet even mijn vrouw kan appen of een foto kan maken van een prachtige boom met een koolmeesnestje geeft me een gevoel van gevangenschap. Als vervolgens een uur later het hek wordt gesloten wordt dat gevoel absolute waarheid. We krijgen een laatste avondmaal waar ik twee keer van opschep want de komende dagen krijg ik veel minder te eten dan ik gewend ben.

En dan nu mediteren

We gaan de meditatiezaal in en ik word naar mijn plek gewezen. Een kussen van een vierkante meter is mijn plek de komende tien dagen. De voorste plekken bestemd voor ervaren studenten; ik zit op de op een na laatste rij.

De hele cursus zal de leraar, S.N. Goenka middels een bandopname tot ons spreken en ons de techniek leren. Twee assistent-leraren zijn lijflijk aanwezig en zullen ons persoonlijk begeleiden. Als we twintig minuten verder zijn verwissel ik voor de derde keer van houding. “Dit gaat zwaar worden!”

We moeten officieel bevestigen dat we ons houden aan de ‘Silla’ wat inhoudt dat we niet mogen praten, geen levende wezens mogen doden, geen seks mogen hebben, niet mogen stelen, niet mogen liegen en geen alcohol of drugs mogen gebruiken. De oud-studenten moeten daarbovenop nog beloven dat ze geen make-up of sieraden dragen, niet mogen slapen op luxe matrassen en daarnaast niets meer mogen eten na 12 uur ’s middags. Gelukkig mag ik nog wat fruit eten bij de thee om 17 uur.

Meneer Goenka neemt tussen zijn lezingen door ook nog tijd voor het zingen van Mantra’s. Het enige is, de man heeft niet bepaald een zangstem. Het gekrakeel doet ieders oren ontploffen, althans dat denk ik want ik kan het niemand vragen. Gelukkig is het na anderhalf uur en dus een keer of twintig van positie veranderen afgelopen voor de eerste avond. “Oh, wat mis ik Rosanne!”

De eerste nacht en dag

Ik kom moeilijk in slaap en de uren die ik slaap zijn onrustig. Om 4 uur gaat de gong en mijn kamergenoten en ik staan meteen naast ons bed om naar de ochtendmeditatie te gaan. We moeten een stuk door de tuin lopen naar de zaal en dat is genieten, want de volle maan verlicht de tuin. Ik neem plaats op m’n kussen en begin met een poging tot mediteren. In de zaal heerst een serene rust, af en toe snuit iemand z’n neus of moet er iemand hoesten. “Laat er nu iemand gewoon een scheet?” denk ik. Om een paar seconden later te denken: “Ja dat was een scheet. Wat een lucht!”

De ene gedachte komt en de andere gaat. Tussen de gedachten door verwissel ik weer eens van houding. Ik denk dat ik de enige ben en zoek naar mensen die ik ook zie verwisselen van houding. “Gelukkig, ik ben niet de enige!” Maar wel één van de weinige!”, maak ik mezelf wijs.

Om half 6 komen de assistent-leraren binnen. “Zo, lekker uitgeslapen?”, denk ik en ik moet om mijn cynisme lachen. Om 6 uur schrik ik op van het gekrakeel van Goeroe Goenka. Tot half zeven gaat het door. Daarna is er ontbijt. Met m’n gezicht naar de muur eet ik van mijn yoghurt met vruchten en een boterham met pindakaas, waarna ik terugkeer naar m’n kamer om nog even te slapen.

Om 8 uur begint de verplichte groepsmeditatie. Goenka legt ons uit dat we bezig zijn met de aanloop naar de echte meditatietechniek. De eerste techniek heet ‘Anapana’ wat neerkomt op het waarnemen van je ademhaling. De komende drie dagen zullen we hier verder mee oefenen en langzaam toewerken naar steeds subtielere waarnemingen.

Om 9 uur hebben we een korte pauze. Een kwartier later bedenk ik me dat je weet dat je vroeg opstaat als je er al een halve werkdag op hebt zitten en er nog steeds dauw op het gras staat. Over werken gesproken, de anderhalve VVD-er die ik ken zal wel denken: “Ga eens werken in plaats van een beetje je tijd te zitten verdoen!” Ik ben het met ze eens. “Wat is dit zonde van mijn tijd. Wat levert zitten nou op?”

Na de lunch wandel ik de tuin in. Het is er prachtig en ik zal er in de rest van de anderhalve week vele uren in doorbrengen, maar de eerste dag ben ik vooral boos, gefrustreerd en verdrietig. Zodra ik aan Rosanne denk moet ik huilen. Als ik in de meditatiezaal zit ben ik boos. Boos op Goenka, met z’n kut-stem, boos op de assistent-leraren dat ze daar alleen maar een beetje recht op zitten en verder geen ‘fuck’ uitvreten, maar vooral op mezelf omdat ik dit allemaal denk, dat ik dit zelf wilde en dat ik het nu al wil opgeven, zoals ik alles snel wil opgeven als ik buiten m’n comfort zone kom.

’s Avonds is er een lezing van de oude man. Als nieuwe student wordt me geadviseerd te luisteren naar de vertaling in het Nederlands. Eigenlijk wil ik liever naar de Engelse versie luisteren, maar aangezien de Nederlandse lezing elders op het terrein is besluit ik toch daar heen te gaan. Ik heb namelijk nu al een gruwelijke haat jegens de grote meditatiezaal. De stem van de vertaling lijkt op een EO-presentator uit de jaren tachtig. Het is nog erger dan het gebroken Engels van de Indiër. Dag 1 blijft een dag vol weerstand.

Dag 2

“Dag 2 is de dag dat mensen met een zwakker karakter besluiten te vertrekken.”, aldus meneer Goenka. Ook al wil ik nog zo graag weg, ik ga niet want heb namelijk géén zwak karakter. Eén van mijn kamergenoten heeft het duidelijk ook zwaar want hij is continu geluid aan het maken, aan het zuchten en probeert non-verbaal contact te zoeken met mij en de andere kamergenoot. Ik mag er helaas niets van zeggen, maar ik erger me kapot aan hem. Gelukkig zijn mijn kamergenoten gedurende de vrije meditatie-uren in de grote zaal terwijl ik lekker rustig alleen op de kamer ben. Ik haat de grote zaal nog intenser dan gisteren.

De tuin is nog steeds mijn huilgebied, mijn verdriet is alom aanwezig; mijn boosheid en frustratie is wat minder vandaag.

’s Avonds bij de lezing zit ik naast de irritante kamergenoot, maar als we na de lezing voor de laatste verplichte meditatie in de zaal plaatsnemen zie ik dat zijn kussen leeg blijft. Ik denk dat hij naar bed gegaan is: “Boef!”, denk ik.

Als ik op de kamer terugkom zie ik dat zijn bed leeg is. Ik bedenk me dat hij waarschijnlijk de tuin is in gegaan. Als ik net in bed lig valt me pas op dat zijn dekbed slordig op het bed ligt en dat zijn koffer weg is. Ik ben geschokt als ik merk dat hij er tussenuit geknepen is. Opgelucht, maar ook een beetje boos dat hij het opgegeven heeft pieker ik mezelf in slaap. “Ik ben niet weggegaan!”

Dag 3

Ik heb lang wakker gelegen en heb heel naar gedroomd. De hele derde dag ben ik verdrietig en boos. Verdrietig omdat ik Rosanne niet bij me heb en boos op mijn weggelopen kamergenoot. Het enige wat er mooi is op deze zaterdag is de lunch. Een heerlijke curry en broccoli, mijn favoriete groente. Het weer is ook slecht vandaag waardoor ik veel uren slapend doorbreng. Zelfs tijdens de meditaties val ik continu in slaap. Volgens Goenka is dag 2 voor de meesten de zwaarste, maar dag drie is voor mij veel zwaarder.

Dag 4

Als op dag 4 de gong gaat besluit ik me nog een keer om te draaien. De eerste twee uur van de dag mag je ook op je kamer mediteren en ik ga lekker een slaapmeditatie houden. Ik heb vreselijk gedroomd. Ik had besloten me aan te sluiten bij de Koerden die tegen IS vechten in Syrië.

Om half 6 besluit ik alsnog mijn bed uit te gaan omdat ik eigenlijk niet meer in slaap kan komen, wat waarschijnlijk komt uit een schuldgevoel dat ik aan het spijbelen ben. Ik ga eerst wandelen in de tuin. Het is nog donker en ik ben alleen want eigenlijk zou ik moeten mediteren. Als de bewaker van de parkeerplaats met zijn zaklamp naar me seint voel ik me schuldig en ga ik alsnog de zaal in. Spijbelen is nooit mijn beste eigenschap geweest.

Het gekrakeel is weer begonnen, maar ik begin er aan te wennen. Alles went blijkbaar!

Na het ontbijt wandel ik terug naar het slaapgebouw. Aan de overkant van de straat zit een soort jongerenkamp waar keihard ‘Partysquad’ opstaat. Ik kan het niet laten om heel even te dansen.

De techniek

Dag 4 is Vipassana dag en dat betekent dat we vandaag kennis maken met de echte techniek die de Boeddha ooit ontdekte en hem verlichtte.

De kraakstem van Goenka legt de techniek heel eenvoudig uit en herhaalt alles minstens drie keer dus mijn weerstand loopt weer op. Als hij na veel gewauwel eindelijk uitlegt wat we gaan doen de komende week word ik ontzettend kwaad: “Ga je me nu vertellen dat ik een week lang een ‘fucking bodyscan’ moet gaan doen!” Jezus, dat ik had ik zelf ook kunnen bedenken, Goeroe!”

Bovendien lijkt de herhalingsdrang van de goeroe nog groter te worden waardoor ik me nog meer erger. “It can be a prickling sensation, it can be a tickling senstation, it can be……..en dat dan een keer of vijftien per dag; en als hij klaar is wordt het ook nog eens letterlijk in het Nederlands vertaald. De boosheid houdt een paar uur aan, ik verzet me hevig, maar iets houdt me toch op mijn kussen.

’s Avonds voegt Goenka er nog iets extra aan toe: mediteren met vastberadenheid, wat inhoudt dat je drie keer een uur niet mag bewegen. Ik weet niet hoe ik het heb, ik kan nog geen twee minuten stilzitten.

Aangezien het niet anders is besluit ik het toch maar te proberen. Ik heb inmiddels een houding gevonden die ik redelijk volhoud en ik houd me aan de instructie van de leraar. Het valt niet mee want in de eerste vijf minuten schiet er een hevige pijnscheut in m’n linkeroor. Het lukt me redelijk om de pijn waar te nemen, maar er verder geen aandacht aan te geven, maar door te gaan met mijn minutieuze bodyscan. Als ik een paar minuten later bij mijn bodyscan bij m’n linkeroor ben is de pijn al weer weg. Het zelfde gebeurt bij mijn slapende voet. Ik ben op dat moment bij m’n rechterarm met m’n aandacht. De prikkeling in m’n voet is vreselijk maar het lukt me toch om er vanaf een afstand naar te kijken. Even later is de slapende voet stil om de rest van de week niet meer terug te keren. Niet veel later voel ik een druppel over mijn gezicht oplopen. Ik voel me redelijk prettig, maar ik merk dat de tranen over m’n wangen lopen. Even begin ik de techniek te omarmen, omdat ik merk dat het werkt. Mijn lichaam denkt er overigens heel anders over en begint te schudden. Al m’n spieren trekken zich samen en laten weer los. Mijn lichaam wil bewegen; dat is wat het doet, iedere dag en het wil niet anders. Ondanks het schudden blijf ik in m’n hoofd rustig en ik voel een grote blijdschap dat ik een uur lang zo goed als stil te hebben gezeten.

Ondanks mijn blijdschap slaap ik opnieuw onrustig. Het is opnieuw één en al dood en verderf in mijn dromen.

De volgende dagen

De volgende dagen zijn het zelfde. Goenka neemt ons dieper de techniek in door de bodyscan steeds minutieuzer te maken. Ik heb na dag 4 besloten dat ik de techniek wil leren en dat het me wat gaat opleveren. Het verzet is er nog wel maar minder vaak en minder heftig. Bij het besluit dat ik heb genomen heb ik ook besloten om minder uren te proberen te mediteren, maar de verplichte uren keihard te werken. Het maakt mijn leven binnen wat aangenamer, wat mijn vrouw zou omschrijven als: “Je loopt de kantjes er weer van af, Anemaat!”

Tijdens één van de ochtendmeditaties voel ik mijn hele lichaam doorstromen met waarnemingen. Sensaties aan de buitenkant, maar ook steeds dieper in mijn lichaam. Er ontstaan ruimtes tussen gedachten, hoewel ik inmiddels ook geleerd heb dat gedachten nu eenmaal ook bij ons horen. Je moet ze alleen niet zoveel importantie geven als ze zelf zouden willen.

Tijdens het mediteren voel ik nauwelijks meer pijn in mijn lijf wat bijzonder is want pijn is het grootste probleem. Niet mogen praten, weinig te eten krijgen, om 4 uur opstaan, het is allemaal veel minder erg dan ik dacht, maar die godvergeten pijn was het ergste die eerste dagen. Eén plekje halverwege mijn ruggengraat blijft pijnlijk.

Het is een plek die ik ken. Mijn fysiotherapeut heeft pas nog aan mij gesleuteld en heeft opnieuw niets bijzonders aan dat stukje wervel kunnen ontdekken, maar een paar jaar geleden drukte een haptonoom een keer op die plek en ik barstte spontaan in huilen uit; geen idee waarom!

Terwijl ik me zelf af-scan voel ik mijn wervel en opeens kom ik weer in een droom over oorlog. Mijn wervel wordt een rond gat en iets in mijn hoofd vertelt me dat het gaat om een kogelgat. “Ik ben doodgeschoten in een vorig leven.” bedenk ik me en meteen schrik ik op. Ik ben er namelijk niet van overtuigd dat er leven is na de dood wat de priesters mij hebben proberen wijs te maken en ook al wil ik heel graag geloven in reïncarnatie, ik ben nog altijd niet overtuigd.

Paracetamol

De dagen zijn lang en gaan traag voorbij. Ik heb zo’n zin in lezen dat ik de bijsluiter van de paracetamol ga lezen. Tijdens mijn wandelingen in de tuin geef ik alle andere mannen een naam. Eentje noem ik Willem Holleeder, een ander noem ik Leo Blokhuis etc. Het is een vorm van tijddoding, maar het is ook typisch menselijk, want wij plakken overal graag een label op. Een andere vorm van tijddoden is rekensommetjes maken. Ik zie een vliegtuig over vliegen en volg hem een minuut of vijf. Ik bereken vervolgens dat het vliegtuig na vijf minuten 150 km verder is en dat ik dus 150 km in de verte kan kijken.

Tijdens de volgende meditatie zegt mijn ego ineens: “Nee lul, dat kan toch nooit!” Ik maak de rekensom opnieuw en opnieuw om steeds weer op 150 uit te komen. “Waar was ik ook al weer? Bij m’n gezicht, m’n rug. Oh nee, het is 15 km. Of toch niet?”

Ik ben duidelijk niet de enige die de tijd doodt met nonsens, want de man die ik de ‘psychopaat’ ben gaan noemen legt steeds dakpannen uit het schuurtje over de paden zodat de stroom mieren niet doodgetrapt kunnen worden. Een ander, die ik Paulus de Boskabouter noem ruimt iedere dag de dakpannen weer op. De VVD-ers komen iedere dag even terug in mijn gedachten.

Geluk door gelijkmoedigheid

Op dag 6 of 7 realiseer ik me in de tuin ineens dat me heel gelukkig voel. De pijn is er bijna niet. Voor mijn doen is er weinig verzet in me, ik mis Rosanne wel, maar ik voel eigenlijk alleen maar liefde en geen verdriet als ik aan haar denk. Ik voel sowieso veel liefde. De merels, de koolmeesjes, de eekhoorns, het salamandertje, ik vind ze allemaal even lief. Ik voel de gelijkmoedigheid die Goenka steeds noemt. Op een kritisch moment vind ik die gelijkmoedigheid ook wel een beetje lijken op vlakheid die psychiatrisch patiënten krijgen als ze hun medicatie goed gebruiken, maar er is overwegend tevredenheid en liefde in mij.

Liefde

Op één van de avondlezingen vertelt Goenka een verhaal over een koning en koningin die allebei volgens de vipassana-traditie mediteerden. De koning vraagt op enig moment aan zijn vrouw of zij wel van hem houdt, waarop zij antwoord dat ze daar in haar meditatie over nagedacht heeft en tot de conclusie is gekomen dat ze eigenlijk alleen maar van zichzelf kan houden. Door dit verhaal herinner ik mij een enorme boosheid die ik kreeg toen ik Ekhart Tolle’s, Een Nieuwe Aarde las. Tolle suggereert hierin dat onvoorwaardelijke liefde niet bestaat binnen een relatie. Aangezien ik nogal close met mijn vrouw ben was ik ongelooflijk kwaad op Tolle. Na het verhaal van Goenka moet ik hem toch gelijk geven, ofwel, ik begrijp nu wat hij bedoelt. Ik houd niet onvoorwaardelijk van wie dan ook; en niemand houdt onvoorwaardelijk van mij. Dat kan helemaal niet want wat ik ook geef of krijg, er wordt altijd iets verwacht, een kus, een lief woord, waardering.

Sociaal doen

Op de avond van dag 9 krijgen we te horen dat de stilte de volgende ochtend na de ochtendmeditatie verbroken zal worden. Hoe erg ik er ook tegenop zag om niet te mogen praten, het bericht dat ik me morgen weer sociaal moet gedragen voelt heel ongemakkelijk.

De volgende ochtend wandel ik in de tuin, genietend van de stilte. Deze tuin waar ik zoveel rondjes heb gelopen zal over een paar uur anders voelen. Mensen zullen elkaar weer aanspreken, groeten, waardoor de hele energie anders zal aanvoelen. Ik ben blij dat ik morgen Rosanne weer ga zien, maar het praten met vreemden, daar zie ik als een berg tegenop.

Als het een paar uur later zover is zijn we allemaal net uit meditatie gekomen, dus veel wordt er nog niet gepraat op het pad naar de eetzaal. Eenmaal daar aangekomen is de eerste schroom er snel van af en ik merk dat ik al snel ‘mezelf’ weer ben. Het is doodvermoeiend dat praten en na een half uur begint m’n stem al schor te worden.

De reden dat op dag 10 al gepraat mag worden is om ons langzaam te laten wennen aan de echte wereld waar we morgen weer in terecht komen. Hoewel het weer snel went en ook mijn stem zich snel herstelt heb ik nu eigenlijk geen zin meer om te mediteren. Toch worden we nog twee keer een uur verwacht in de zaal. Tijdens de middagmeditatie wordt snel duidelijk waarom het stil zijn zo goed is geweest. Mijn gedachten maken overuren en een uur stilzitten is vrijwel onmogelijk, terwijl dat zo goed ging de afgelopen week.

Anicca

De ochtend van dag 11 stap ik nog tijdens de laatste klap op de gong onder de douche. Ik mag er uit vandaag. Er is nog een vroege meditatie en een laatste lezing van Goenka. De laatste loodjes zijn het zwaarst maar zoals Goenka zelf zegt: “Anicca, Anicca, Anicca” Alles verandert continu, alles gaat weer voorbij, dus dit ook.

Vrede op aarde begint bij jezelf

Afgelopen maandag werden we opgeschrikt door het bericht dat er een aanslag op een kerstmarkt in Berlijn was gepleegd. Doden, gewonden, veel paniek. Vreselijk als je daarbij aanwezig was, als je gewond bent geraakt of erger, door het toedoen van één gek. Ik las er voor het eerst over op Facebook. Iemand reageerde met de woorden: “de wereld is gek geworden”.

De wereld is gek geworden. Ik heb die woorden even op me in laten werken. Het is een uitspraak die ik afgelopen tijd vaker gehoord heb. Ik vroeg me af of de wereld, of in ieder geval de mensheid, niet altijd al gek is geweest. Is het opleggen van jouw mening of religie, of het beschermen van jouw land, jouw ideeën, door middel van bruut geweld niet van alle tijden? En hoe komt het eigenlijk dat we dat blijkbaar nodig hebben, waar komt die agressie en onvrede vandaan? Want iedereen heeft een donkere kant, alleen bij de één uit zich dat in verbaal of fysiek geweld naar anderen, en de ander doet zichzelf geweld aan door bijvoorbeeld enorm perfectionistisch te zijn of zichzelf niet goed of knap genoeg te vinden. Er zit iets destructiefs in ons mensen, maar waarom? En belangrijker nog, wat doen we eraan?

Een paar weken geleden, vlak voor vertrek, keken Erwin en ik de mooie maar heftige documentaire van Leonardo DiCaprio, ‘Before the Flood’. In deze film reist DiCaprio, ‘boodschapper van de vrede’ van de Verenigde Naties, de wereld over om de gevolgen van klimaatverandering in het echt te zien. Na het zien van deze film kun je er niet omheen: klimaatverandering is echt en het gebeurt nu. De grootste veroorzaker van klimaatverandering zijn de bedrijven die fossiele brandstoffen winnen, olie en gas dus. Die grote bedrijven hebben geen baat bij groene alternatieven, zij kijken naar de korte termijn: winst maken, zoveel mogelijk. Wat de gevolgen zijn voor onze planeet zal ze aan hun reet roesten.

Maar als consument doen we eigenlijk hetzelfde. In de documentaire ‘The True Cost’ (te zien op Netflix) zien we waar onze kleding vandaan komt. De grote winkelketens die goedkope kleding verkopen laten dit nog veel te vaak maken door vrouwen en kinderen in ontwikkelingslanden die werken onder zeer slechte omstandigheden. Deze fabrieken worden ook wel ‘sweatshops’ genoemd. Ze krijgen veel te weinig betaald, maken enorm lange dagen, de gebouwen waar ze werken zijn niet veilig en als je als medewerker laat horen dat je het er niet mee eens bent, kun je ook nog met fysiek geweld te maken krijgen. Ook de gevolgen van elke twee of drie weken (!) een nieuwe collectie aanbieden zijn enorm slecht voor het milieu. Niet voor niets wordt dit soort kleding ‘fast fashion’ genoemd. Na het zien van deze documentaire voelt het kopen bij Primark of de andere ketens toch een stuk minder prettig.

We gaan voor de ‘quick fix’, de korte-termijn-oplossing. We willen alles, we willen het goedkoop en we willen het nu! Geld, status en macht zijn in onze wereld nog steeds het belangrijkste. Het is de snelheid waarmee we dingen doen in deze tijd. Alles komt snel op internet en social media, de wereld ligt binnen handbereik. En alle keuzes die wij als consumenten en mensen maken hebben gevolgen, voor de planeet, en daarom ook voor onszelf. We kijken vaak niet verder dan onze eigen behoeftes, en wat het effect op andere mensen/dieren/onze aarde is, is van ondergeschikt belang. We zitten in onze eigen bubbel, het is ik versus jij en wij versus zij.

Weinig positiefs in dit blog. Maar laten we de hoop vooral niet opgeven. Ik denk dat de oplossing van ons collectieve probleem binnen handbereik ligt.

Het woord yoga betekent verbinding. In de yoga zoeken we naar verbinding, tussen lichaam en geest, verbinding met onze ziel, verbinding met elkaar, verbinding met alles wat leeft. De yogi’s geloven dat wij als mensen, als zielen, voortkomen uit het universum. Voor de mensen die dit te zweverig vinden, je zou dit ook wetenschappelijk kunnen benaderen.

Alles wat je om je heen ziet, inclusief jijzelf, is opgebouwd uit kleine deeltjes, atomen. Die deeltjes geven een bepaalde trilling af. Dus zelfs de tafel waar ik nu aan zit te werken, bestaat uit trillende deeltjes. Het universum, en alles wat zich daarin bevindt, is opgemaakt uit dit soort ultra kleine, trillende deeltjes. Als je er op die manier naar kijkt, zijn we dus allemaal met elkaar verbonden, we bestaan uit dezelfde materie.

Wat we bovendien allemaal met elkaar gemeen hebben, wat je huidskleur, geloof, afkomst, sociale status of geslacht ook is: we willen allemaal gelukkig zijn. We zoeken allemaal naar geluk, naar zingeving. Dat geldt dus ook voor de gek die op de kerstmarkt in Berlijn in reed. Of de CEO’s van de olieraffinaderijen. Ook al doen deze mensen dingen die wij niet snappen of waar we vreselijk boos of verdrietig over zijn. Zij staan niet in contact met zichzelf, met hun hart. Ze luisteren slechts naar hun ego. We zijn allemaal uit hetzelfde hout gesneden. Er is dus geen ik versus jij, geen wij versus zij. Als je dit echt gaat voelen, ben je een stukje dichterbij verbondenheid, en daarom een stuk dichterbij gelukkig en tevreden zijn. Zo kom je dichterbij je hart.

Om je verbonden te kunnen voelen met de wereld om je heen, zul je eerst verbinding met jezelf moeten maken. Zeker in onze Westerse maatschappij zijn we de connectie met onszelf behoorlijk kwijt. We werken keihard en moeten allerlei ballen in de lucht houden. We hebben enorme verwachtingen van onszelf en daarmee ook van de mensen om ons heen. Ruim de helft van de Nederlanders ervaart stressgerelateerde lichamelijke klachten. Iedereen rent maar door, zelfs voor de Kerstdagen hebben enorm veel mensen stress. Het menu moet nog af, alle boodschappen moeten worden gedaan en we moeten alle familieleden tevreden houden, dus we rennen van hot naar her die twee dagen. Van wie moeten we nu eigenlijk zoveel? Juist, van ons zelf. We willen presteren, status en inkomen zijn belangrijk. Vaak draait het vooral om de buitenkant. De verbinding met ons hart, met wat we diep van binnen écht willen en nodig hebben is jammer genoeg ver te zoeken.

Hier op de Filipijnen, een samenleving die behoorlijk verschilt van onze Nederlandse samenleving, zijn er twee dingen echt belangrijk: geloof en familie. De jeepneychauffeur (een jeepney is een omgebouwde, tot een busje verlengde jeep) die veel te hard rijdt, en de verantwoordelijkheid draagt voor veel te veel mensen die opgepropt achterin zitten, raakt zijn rozenkrans nog even aan en slaat een kruisje. Misschien is het wel de reden dat de mensen hier zo ontspannen zijn. Als God het wil, dan gebeurt het, zo niet, dan niet. Voor ons als nuchtere Nederlanders is dat natuurlijk onzin, maar de Filipino’s voelen zich verbonden met God en leggen hun leven letterlijk in zijn (of haar?) handen.

Ook de familie is enorm belangrijk. Als je een bedrijfje hebt, zoals een winkel, een restaurant of een guesthouse, dan is het niet meer dan normaal dat je je familieleden een baan aanbiedt. Ook als die persoon eigenlijk niet zo geschikt is voor de betreffende baan. Dat betekent ook dat je de hele dag samen bent met je familieleden. Wij moeten er misschien niet aan denken, maar dat is hoe het hier (en in andere landen waar de rijkdom anders verdeeld is) gaat.

Hoe rijker het land, hoe individualistischer de mensen. In Nederland hebben de meeste mensen hun familie niet nodig om te overleven. Hier op de Filipijnen is dat wel een ander verhaal. Maar bij ons in het Westen, zorgt onze rijkdom er ook vaak voor dat we ons eigen eilandje creëren. In Nederland kende ik maar één van onze buren. Geen idee wie die mensen aan de andere kant waren, laat staan de rest van de straat. We voelen ons niet gelukkig omdat we niet écht met elkaar verbonden zijn. Daarom zoeken steeds meer mensen hun heil in spiritualiteit, meditatie en yoga. En dat is een mooie ontwikkeling.

Maar ook als je niet aan yoga doet, kun je gaan oefenen met voelen, contact maken met je diepere zelf. Luisteren naar je hart. En van daaruit kun je steeds meer gaan ervaren dat we allemaal met elkaar verbonden zijn. Het vergt enige oefening, misschien ben je er wel de rest van je leven mee bezig. Even rustig zitten, met je ogen dicht. En voelen. Hoe gaat het nu met mij? Wat heb ik nu nodig? Dit kun je ook op het toilet doen! Als je dit vaker doet, zul je merken dat je je steeds bewuster gaat worden van jezelf, en daardoor zul je ook steeds bewustere keuzes gaan maken. Keuzes die goed zijn voor jouw hart en ziel, niet alleen maar voor je buitenkantje, voor je ego. Het kan ook zijn dat je je steeds bewuster wordt van wat je denkt, zegt en ook van wat je koopt. Door wat we wel of niet kopen, kunnen we onze stem laten horen. Het is aan jou als consument, als mens, waar jij voor kiest. Ga je voor de ‘quick fix’, of voor een groene en duurzame optie, ook als die iets duurder is?

De connectie opzoeken met je ware zelf, en je op die manier ook meer verbonden voelen met de wereld om je heen. Als we een betere en veiligere wereld willen, zullen we het samen moeten doen. We zitten in hetzelfde schuitje.

 

 

Afscheid nemen doet een beetje pijn!

Groep 8, 1986

De titel van dit eerste blog is de enige tekst die ik me kan herinneren van de musical aan het einde van mijn basisschool periode. De laatste tijd heb ik de tekst vaak gebruikt en daarbij het gemaakte pruillipje gemaakt dat ik toen in opdracht van de schooldirecteur, de heer Wilson, moest maken.

Op dit moment lijden Roos en ik allebei heel veel pijn. Onze lieve vriend Poes, of Billie, zoals we hem meestal noemden, hebben wij gisteren weggebracht naar z’n nieuwe baasje. Poes is een makkelijk dier. Geef hem liefde en eten en het maakt hem niet uit waar en met wie hij slaapt. Wij daarentegen, voelen ons schuldig dat we hem in de steek laten en voelen ons verdrietig omdat we aan hem gehecht zijn. Het afscheid doet op dit moment heel erg veel pijn.

Loslaten is wat mij betreft een ontzettend ‘jeukwoord’ geworden dat door veel mensen te pas en te onpas wordt gebruikt om te laten zien hoe goed ze met moeilijke situaties om kunnen gaan. Toch is loslaten precies wat we aan het doen zijn, ook al doet dat een beetje pijn.

De afgelopen maanden hebben we veel van onze spullen weg gedaan omdat we zo minimalistisch mogelijk willen gaan leven. Dat heeft ons letterlijk ruimte gegeven, maar het psychologische effect is bijzonder groot. Ruimte ontstaat als je durft los te laten, ook al doet dat pijn. Tijdens één van onze ontspullings-sessies rolden de tranen over onze wangen vanwege de herinneringen die we tegen kwamen, maar ook door frustratie over het feit dat je je zo druk kan maken over spullen.

Als yogi’s leren wij over onthechten en ik kan me herinneren dat alleen al het lezen over onthechten ontzettend veel pijn en boosheid bij mij opriep tijdens mijn yogadocenten-opleiding. Onthechting is iets wat onmenselijk is, alsof je je gevoel moet uitschakelen, zo dacht ik toen.

In de afgelopen jaren heb ik geleerd dat het juist alles met gevoel te maken heeft en dat onthechten juist alleen kan als je je gevoel inschakelt. Alleen als je echt durft te voelen, dingen los te laten en je kan onthechten van je baan, je luxe leven, je vrienden, je kat, etc., maak je keuzes die je helpen groeien.

De afgelopen 3 jaar hebben Roos en ik ongelooflijk veel gewerkt. Een baan en daarnaast iedere dag yogalessen geven. Ik merk dat ik zelfs aan het harde werken gehecht ben geraakt. Een week geleden nam ik afscheid van mijn baan en ik voel me af en toe een spijbelaar omdat ik niet continu aan het werken ben. Het werd echter wel tijd om het wat rustiger aan te gaan doen. Vaak ging ik vermoeid van van alles naar een studio om les te geven om de studenten vervolgens te vertellen hoe ze beter voor zichzelf konden zorgen.

“Practice what you preach!”

Dat is wat er regelmatig aan ontbrak en dus is het tijd voor zowel Roos als mijzelf om ons weer wat te verdiepen in de yoga, in meditatie. Dit om weer ruimte te maken door zaken en wezens waar we aan gehecht zijn los te laten, daarmee buiten onze comfort-zone te geraken en van daaruit weer te groeien als collega, als partner, als yogi maar bovenal als mens.

Wat de gevolgen zijn van onze keuze is ons pijnlijk duidelijk, maar die pijn gaat weer voorbij.

Wil je meegroeien? Zoek je inspiratie of wil je ons helpen te groeien? Reis dan gezellig met ons mee.

Volgende bestemming: De Filipijnen.