Mijn leven na een beroerte, een gast blog van de vader van Erwin

In de nacht van 15 oktober 1999 werd ik als een dief in de nacht overvallen door een hersen- infarct, ook wel bekend als een beroerte, een zogenaamd CVA (Cerebrum Vasculair Accident)

Binnen de kortste keren werd de dokter gebeld en vlak daarna kwam de ambulance om mij naar het Diaconessenhuis te brengen waar ik op de afdeling neurologie terecht kwam.

Van de eerste dagen weet ik niets. Daarna kwamen de onderzoeken, Daarna de uitslag van de neuroloog. Diagnose: zwaar herseninfarct. Volgens de neuroloog moest ik er rekening mee houden, dat mijn leven nooit meer 100% hetzelfde zou worden.

Strijdbaar zei ik: 

“Dan ga ik voor 99%!”

 “Goede instelling!” antwoordde de neuroloog. “U red het wel!”

Dat heb ik mezelf en mijn omgeving inmiddels bewezen. Ik blijf positief denken en doen. In eerste instantie vocht ik mijn plek terug in deze maatschappij.

Veel mensen vonden mij zielig. Deze mensen liet ik links liggen. Ik heb er niets aan om zielig gevonden te worden.

Door mijn beroerte spreek ik moeilijk. Sommige mensen probeerden mijn verhaal af te maken. Bijvoorbeeld als ik niet op een woord kon komen, dan probeerden ze die zin af te maken.

Op den duur heb ik dat probleem opgelost. Zoals voor dat woord een ander woord verzinnen. Ik werd daar heel creatief in, een vensterbank werd bijvoorbeeld, die plank bij het raam.

Ik probeerde mezelf er altijd zelf uit te redden en mensen gelijk te vertellen dat het mijn verhaal was en ik het zelf wil afmaken.

De eerste dagen in het ziekenhuis probeerden ze mij tegen een muur te zetten. Ik had het gevoel dat er gelatine in mijn benen zat, ik kon niet zelfstandig staan. Als ik ze aan had gehad dan was de moed me letterlijk in de schoenen gezakt.

Ik vertelde de fysiotherapeut: “Ik wil lopen, maar dat lukt niet zonder spieren; er zit gelatine in mijn benen.”

“Dat moeten we met met de neuroloog bespreken” was zijn antwoord. “Er is een standaard procedure voor patiënten als u.”

Kortaf reageerde in een soort van morse code: “Ik ben Henk Anemaat en ben geen standaard type!” 

“Eerst moeten wij van u ’n hersen scan maken en later kijken we hoe we u moeten behandelen.” Ik sputterde tegen en zei: “Het lukt mij! Ik stel mij een doel waar ik op af ga.”

Om mijn drang naar vrijheid te houden gaf ik op een ochtend aan dat ik graag met een scootmobiel wilde leren rijden. Het antwoord was dat dat met mijn indicatie waarschijnlijk onmogelijk was. “Dat zullen we nog wel even zien!” was mijn antwoord. Binnen de muren van het revalidatiecentrum oefende ik elke dag en uiteindelijk moest men hun vooraf gestelde mening toch weer loslaten. Ik kon prima aan het verkeer deelnemen.

Dat bleef ik volhouden. Iedere keer zocht ik mijn nieuwe doel op en ik wilde zelf bepalen wat er moest gebeuren om mijn doel te bereiken. Onbewust heb ik vermoedelijk wel meegewerkt met de artsen maar ik in mijn achterhoofd streefde ik naar het door mij gestelde doel.

Dit heb ik constant volgehouden tot aan de dag van vandaag.

Na het ziekenhuis ging ik naar het revalidatiecentrum. Niet dat ik dat wilde maar ik merkte dat dat voor mijn eigen bestwil was.

Toen ik daar naar binnen werd gebracht met de ambulance herkende ik een verpleegkundige. Hij wenste mij succes en ik zei stoer: “Ik kom hier lopend uit.”

Ik heb weken, nee, maanden rondgekeken en andere revalidanten bekeken, die wel konden lopen. Soms droomde ik dat ik net als die anderen de gang op kon lopen en in de eetzaal op een gewone stoel aan tafel kon zitten. Ik had inmiddels geleerd hoe je moet overstappen van je rolstoel, dat voelde voor mij op dat moment als lopen.

Rond de Paasdagen stonden er chocolade-eitjes bij de receptie waar ik dagelijks langs kwam met mijn rolstoel op weg naar de fysiotherapeut. De fysiotherapeut zag dat ik er elke dag naar keek. Nadat ik dagenlang met mijn wandelstok korte stukjes had gelopen zei hij: “Wilt u een chocolade-eitje? Gretig zei ik : “Ja  graag!”

Hij vroeg of ik mijn stok wilde geven en zei: “Loop naar de overkant en breng 2 eitjes mee voor ons twee.” Een paar weken later moest ik van hem nog zoiets doen. Het ging toen over het halen van limonade.

Naast deze uitdagingen moest ik ook een evenwichtstest doen. Ze gooiden wegwerp kleerhangertjes in de badkamer die ik moest ontwijken. Zonder iets te raken kwam ik zelfstandig aan de andere kant van de badkamer; ik bleef in balans. Dit alles bleek achteraf een test van zelfstandig obstakels oplossen.

Ik liep zoveel mogelijk zonder wandelstok en werd uitgeroepen tot de beste revalidant. Een voorbeeld voor anderen zeiden ze.

Ik heb de belofte aan mezelf waargemaakt. Heel moeizaam schuifelde ik naar de auto naar mijn volgende bestemming.

Na 9 maanden zou ik worden ontslagen maar het thuisfront was daar niet klaar voor. Meteen naar huis gaan was niet verantwoord. Mijn vrouw was net als ik door dit noodlot getroffen en zij kon niet meer voor mij zorgen en ik niet voor haar.

Tijdelijk ging ik naar verpleegtehuis Bernardus om verder te revalideren, maar door de problemen thuis kreeg mijn verblijf daar ook weer een nieuw doel: Werken aan zelfstandigheid.

In het verpleeghuis werden de puntjes op de i gezet, waarna ik naar huis mocht. Ook het doel werken aan zelfstandigheid is me gelukt.

Ik kreeg een eigen flatje en daar moest ik laten zien dat ik alleen kon wonen. Ik bleef aan mezelf werken en ondernam verschillende activiteiten, waaronder: een cursus Engels voor senioren en ik ging naar een schildersclub, terwijl ik wist dat ik vroeger al niet kon tekenen. Gelukkig hadden ze daar een oplossing voor. Een mevrouw van het clubje kon goed tekenen en hielp de anderen die dat niet konden. Twee begeleidsters hielpen mee om een keuze te maken van een te schilderen afbeelding en ze leerden ons hoe wij moesten beginnen. Helemaal zelfstandig kon je na verloop van tijd een leuk schilderstuk maken. De begeleidster maakte de rest af zoals een lakje eroverheen om je kunststuk om de kleuren blijvend te bewaren. Vervolgens nam je je schilderij mee naar huis en hier en daar gaf ik wel eens een schilderstuk weg voor een verjaardag en een aantal hangen bij mij thuis in de gang.

In de loop van jaren heb ik een behoorlijk aantal schilderwerken gemaakt. Mijn gang ziet er uit als een grote bloemenpracht. Van sneeuwklokjes, blauwe druifjes, narcissen, tulpen, koningsvlinder, een dalende vredesduif en twee dolfijnen. Na 11 jaar stopte de begeleiding, die ruim 15 jaar gratis ouderen aan het schilderen hadden gekregen.

Steeds een ander doel kiezend heb ik uiteindelijk mijn stamboomonderzoek weer opgepakt. Ik kon helaas vanwege mijn handicap geen archieven meer bezoeken zoals ik vroeger wel had gedaan. Ik sloot mij aan bij het seniorenweb, daar leerde ik met een computer om te gaan.

Vanaf toen ging ik mijn stamboom digitaal uitzoeken waarbij ik met behulp van de mailgroep Genealogie die ik soms hard nodig had als ik weer eens vastliep. Ik was in ieder geval lekker bezig en had een goede vrijetijdsbesteding.

Mocht je nu denken dat ik door mijn beperkingen alleen maar thuis dingen zat te maken en uit te zoeken dan kan ik zeggen dat mijn volharding rondom de scootmobiel nooit voor niets is geweest, want ik ben er vaak op uit geweest. Soms om vrienden en familie te bezoeken, maar vaak ook om lekker de natuur in te gaan. Ik woon ongeveer de helft van mijn leven vlakbij bos, duinen en strand en heb de afgelopen jaren heerlijk genoten van alle mooie natuur die mijn leefomgeving te bieden heeft.

Inmiddels was ik verhuisd naar een aanleunwoning, maar ik had bewezen dat ik echt zelfstandig kon wonen. Met hulp van de kinderen en de thuiszorg ging het jaren goed met mij.

Totdat weer het noodlot toesloeg. In 2014 waren mijn hart, longen en nieren aan de beurt. Daarnaast kreeg ik prostaatkanker en ouderdomssuiker. Mijn lijstje met kwalen wordt alleen maar groter.

Een paar weken terug merkte ik ook dat ik steeds minder ver kan lopen; 10 meter was al te ver. Met mijn huidige fysiotherapeute ben ik gaan kijken of er verbetering mogelijk is door aan mijn beenspieren te werken. Ik heb de afgelopen weken gefietst tijdens de therapie en met het vertrouwen in mezelf en de fysiotherapeute stappen gaan maken. De eerste keer haalde ik 38 stappen, de volgende keer 47 en de afgelopen week telden we 52 stappen. Ik denk in mogelijkheden en niet in onmogelijkheden.

Ik blijf altijd positief. Hierdoor is alles wat ik te verwerken krijg leefbaar te houden. 

“Iedere dag is een dag om te overleven, maar ik geniet van het leven.”

Mijn hersenbeschadiging is hanteerbaar. Ik ben lekker bijdehand, maak een grap hier en een grap daar en inmiddels vind niemand me meer zielig, maar word ik overal voor vol aangezien.

Ik wist nooit van mezelf dat ik zoveel veerkracht in me had. Het leven is mooi, ik ben gelukkig met mijn leven en alles gaat op mijn manier. Ik heb prachtige kinderen en kleinkinderen waar ik heel trots op ben.

Ik zeg nu: “Ik heb een hersenbeschadiging opgelopen maar niet mijn verstand verloren.”

3 antwoorden op “Mijn leven na een beroerte, een gast blog van de vader van Erwin”

  1. Dag Lieve Henk Anemaat, wat heb ik je verhaal vol bewondering gelezen! Ik hoop dat veel mensen jouw verhaal lezen en zich daardoor geïnspireerd voelen iedere dag en ieder moment als een nieuw begin te ervaren vol passie, liefde en gevendheid. Net zoals ik jou tussen de regels door ervaar! Lieve groet, Gemma

  2. Dat je een positieve doorzetter bent, dat weten we van je Henk.
    En al zit het weer eens tegen je blijft super strijdbaar en positief.
    Ik neem echt mijn petje voor je af en hoop ook dat heel veel mensen die ook door een c va zijn getroffen heel veel moed halen uit jouw verhaal. Bedankt voor het delen.

  3. dank je wel Gemma voor je lieve woorden
    mijn levensdoel is altijd voor ’n ander klaarstaan, zonodig helpen of een voorbeeld te zijn
    momenteel hou ik mijn demente buurvrouw in de gaten
    dat gaat goed
    zij tevreden, ik tevreden
    groetjes Henk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.