Erwin

Toen Roos en ik net een relatie hadden rolde zij op een ochtend een matje uit in haar kleine woonkamertje. “Wat ga jij doen?”, vroeg ik terwijl ik mijn tweede sigaret van die ochtend uitdrukte.

Het antwoord was duidelijk: “Yoga!”. Alle clich├ęs over yoga liet ik de revue passeren; dat is voor vrouwen, ik ben daar niet lenig genoeg voor en dat-stomme-spirituele-gedoe. Toch stond ik op en deed met haar mee. De volgende ochtend wilde ik opnieuw en een week later kocht Roos mijn eerste yogamat.

Al binnen een half jaar stond ik dagelijks op de mat en na een klein jaar dacht ik voor het eerst na over een docentenopleiding. Op een yogafestival in Nederland kwam ik in aanraking met Vinyasa Flow yoga en dat was liefde op het eerste gezicht.

Voor mijn opleiding koos ik bewust voor een opleiding met mannelijke docenten. Ik ging op de naam van Johan Noorloos af en vond daarbij twee geweldige andere teachers in Marcel van de Vis en Anat Geiger. Via hen en door een blessure kwam ik in aanraking met de zachtere vormen van yoga. De heilzame werking van deze zachtere vormen zijn een cadeau voor een snel afgeleid persoon als ik.