Rishikesh, de yogabubbel van India

Lakshman Jhula

Oeps! Ik bedoel eigenlijk die andere onofficiële naam: Yoga Capital of the World. Of, zoals ik zelf onlangs omschreef, een soort Hotel California; you can check out any time you like but you can never leave…..

….en zo ging het ook met ons….en als het niet ineens een stuk kouder was geworden…en wij houden niet van kou…..dan waren we er misschien nog wel geweest.

Het is een echt yogadorp waar vlees, vis en alcohol gewoon geen ding zijn en niemand die daar last van lijkt te hebben.

Zure yogi’s en diehard reizigers zullen misschien vertellen dat het er te commercieel of te toeristisch is geworden waar overigens niet echt iets aan gelogen is, maar Rishikesh is wat ons betreft een plek om je in onder te dompelen en lekker lang onder te blijven…..totdat het te koud wordt.

In dit blog kun je lezen wat wij zoal gedaan hebben met onze tijd in Rishikesh en daarnaast geef ik tips voor de zoekende yogi naar de perfecte yogaopleiding.

Tapovan, Lakshman Jhula en Ram Jhula

Rishikesh zelf is een typisch Indiaas stadje, teveel mensen, te veel motoren, te veel stof. De yogabubbel bevindt zich dan ook een paar kilometer stroomopwaarts langs de heilige rivier de Ganges. Maar, als je dan denkt dat je je in het centrum van de yogabubbel begeeft dan heb je het mis. Er zijn maar liefst drie mini-dorpjes, die allemaal Rishikesh heten te zijn, maar hun eigen karakter hebben. Aangezien wij tijd zat hadden hebben we ze alle drie uitgeprobeerd.

Tapovan

Gelegen aan de westzijde van Moeder Ganges ligt dit dorpje langs de drukke weg die naar het noorden loopt. Drie jaar geleden volgde Rosanne hier haar hatha yoga opleiding bij Yog Dham, toen één van de weinige yogascholen aan deze kant van de rivier, maar inmiddels één van de vele….dus ja, ook in India en met name Rishikesh is yoga nog altijd, of opnieuw, aan het groeien.

Een nieuwe opleiding vinden wij op dit moment niet relevant, maar we zoeken op deze reis vooral verdieping buiten de asana-beoefening om. Bhakti Yoga, de yoga van devotie stond voor ons in Tapovan op de eerste plaats.

Bhakti Yoga

Deze vorm van yoga is één van de hoofdtakken van yoga die al beschreven werd in de Veda’s, maar voor de meeste yoga-beoefenaars bekend is uit de Bhagavad Gita. Als je het in een definitie zou willen samenvatten dan betekent het; liefdevolle toewijding en overgave aan God (in welke vorm dan ook).

In de moderne visie van yoga die wij kennen wordt Bhakti Yoga vaak beoefend door mantra’s te zingen. Dit is één van de redenen dat wij David Lurey al jaren als onze leraar beschouwen en wij ons afgelopen zomer tussen de Hare Krishnas in het Vondelpark begaven om te zingen en ons over te geven aan het hogere in ons zelf. (Voor filmpjes, klik op de links)

Geplaatst door Linda de Waal op Dinsdag 3 juli 2018

Aangezien wij dol zijn op Kirtans, zoals deze bijeenkomsten ook wel genoemd worden, hebben wij ons drie weken lang overgegeven aan de basis om een kirtan te leiden. Voor het eerst van ons leven gingen we op muziekles en leerden de basis van het Indiaas Harmonium kennen bij Devi’s Music Ashram. (Voor filmpjes over onze vorderingen hoef je niet te klikken want die worden pas over 108 jaar vrijgegeven 😀 )

Ram Jhula

Eigenlijk is Ram Jhula de naam van de ‘voetgangersbrug’ die de verbinding is tussen de twee oevers van de Ganges, maar de naam is duidelijk voor iedereen, als er gevraagd wordt waar je verblijft.

Ram staat voor Rama, de zevende incarnatie van de god Vishnu die onder Hindoes, oude en moderne yogi’s bekend is uit de epos Ramayana. Als je ooit les van mij hebt gehad dan herinner je je misschien nog wel een les die ik op verschillende plekken heb gegeven met de Ramayana als thema.

De toegewijde yogi vindt in Ram Jhula over het algemeen meer verdieping dan in Lakshman Jhula. Daarnaast is het meer India, iets rauwer, dan in het toeristische hart, twee kilometer noordelijker.

Swarg Ashram

Dit gebied is een dorp op zich en bevat woonhuizen, tempels, ashrams, winkels en natuurlijk heel veel opties voor Yoga Teacher Trainingen.

Rishikesh
Foto Credits: Rosanne met een beetje hulp van Google Photos

Parmarth Niketan

Binnen de Swarg Ashram hebben wij ons een paar dagen begeven in de rust van de ‘toeristvriendelijke’ Parmarth Niketan Ashram. Deze ashram is onder nationale en internationale toeristen bekend om de dagelijkse Ganga Aarti waar toegewijden en belangstellenden kijken en luisteren naar de aanbidding van Ma Ganga door vuur, muziek en zang. Als je niet in de gelegenheid bent om dit ooit een keer mee te maken dan kun je iedere dag live op Facebook meekijken. Check vooraf even hoe laat de zon onder gaat in Rishikesh en je weet hoe laat je klaar moet zitten.

Het was geen liefde op het eerste gezicht toen wij bij Parmarth aankwamen. De oostelijke oever van de Ganges is vochtig en de goedkope kamers zijn doordrongen van het vocht. De eerste nacht sliepen we dan ook in een kamer die ik De Grot noemde. De ooit witte muren waren groen uitgeslagen en zelfs overdag was er geen daglicht in De Grot.

Na een upgrade naar een nieuw, maar duurder gedeelte van de Ashram stonden we eindelijk open voor de overgave aan het eenvoudige leven in een ashram. Een kleine week lang iedere dag twee asana lessen, de Ganga Aarti en daarna Satsang, een bijeenkomst waarbij allerhande spirituele en aardse zaken, worden besproken, met de Amerikaanse Sadhvi Bhagawati Saraswatiji, een bijzonder inspirerende dame, die haar veilige Amerikaanse leven achterliet voor een leven vol toewijding aan God in India.

De twee yogalessen waren heel eenvoudig en vooral opgezet voor de buitenlanders. Het percentage Indiërs-buitenlanders was in de Ashram denk ik  70-30, maar in de yogalessen was het meestal 10-90. Ondanks de eenvoud hebben we er enorm van genoten, want yoga is juist zo mooi in z’n eenvoud.

Swasti Yoga

De beste en populairste yogaleraar in de Swarg Ashram is Surinder Singh. Iedere ochtend geeft hij anderhalf tot twee uur les aan bijna vijftig mensen die het geluk hebben, of zo slim zijn om heel vroeg te komen. De les begint om 8.45 uur, maar kom gerust om 8.00 uur om er zeker van te zijn  dat je een plekje hebt. Houd rekening met matje aan matje, precies genoeg ruimte dus om je naar binnen te keren. De yogastijl is zijn visie op Hatha Yoga, die dieper gaat dan alleen maar lichamelijke oefeningen; en  juist voor verdieping kwamen we deze keer naar Rishikesh.

Rishikesh

Lakshman Jhula

Net als broer Ram Jhula is dit eigenlijk de naam van de brug maar tevens de indicatie dat je aan de oostkant van de brug verblijft, het toeristische hart van ‘Rishikesh’.

Lakshmana was één van de drie broers van Rama, die zijn leven volledig in het teken stelde van zijn broer. Een legende in Rishikesh vertelt dat de plek waar Lakshman Jhula gebouwd is de plek is waar Lakshmana met behulp van twee jute touwen de Ganges overstak. Deze brug is de oudste van de twee bruggen en werd in 1930 toegankelijk voor de bevolking. Tot die tijd verplaatste de bevolking zich op de zelfde plek over een jute touwbrug, die door een grote overstroming in 1924 verwoest werd.

Dit gedeelte wordt gedomineerd door backpackers en minder door spirituele zoekers, hoewel een combinatie van die twee uiteraard mogelijk is 😉 . Je kunt hier op verschillende plekken goede koffie drinken, veganistische gebakjes en internationale gerechten eten.

Natuurlijk mogen op dit soort plekken de tattoo-shops niet ontbreken, dus ook voor ons even de mogelijkheid om de spirituele verdieping even los te laten en ons over te geven aan inkt, een beetje pijn en veel jeuk….maar het resultaat mag er zijn.

Ganesha
Ganesha. Design and Ink work by Kalka Tattoo Rishikesh
Durga
Durga. Design and Ink work by Kalka Tattoo Rishikesh

Een Yoga opleiding in India….Moet ik dat wel doen?

Het kiezen van een yogaopleiding is heel persoonlijk dus het juiste antwoord kan ik je niet geven, maar ik heb wel een paar tips voor je.

Wel doen

 

Rishikesh

 

 

 

 

 

Rosanne koos heel bewust voor Rishikesh een paar jaar geleden. Het heeft lang geduurd voordat zij de weg naar het voorste matje maakte aangezien ze 16 jaar geleden al voor het eerst op de mat stond.

Haar keuze voor een yoga opleiding in India was simpel. Er was een droom van kinds af aan om alleen te reizen, India trok toen al en er was inmiddels een wens om net als ik yogadocent te worden. Het werd Rishikesh. Het decor van de Himalaya en vooral de heilige Ganges won het van bijvoorbeeld Goa of Dharamkot.

Rosanne koos voor een opleiding die klassieke Hatha Yoga biedt, omdat het de basis is van alle andere yogavormen, en omdat Hatha haar eerste yogaliefde is. Wat zij fijn vond aan de school, waar ze na eindeloze avonden research op het internet voor koos, was dat ze met kleine groepen werken. Ook lag de school fijn, niet bij een drukke weg, je had je eigen (basic) kamertje met badkamer en de maaltijden waren heerlijk, zo beloofden de reviews. Het klopte.

Je een maand lang overgeven aan een strak schema van 5 uur opstaan, pranayama- en asana practice, filosofie- en anatomielessen, was heel intens maar ook geweldig. Je krijgt een enorme focus en ondanks dat je lichaam het, zeker in het begin, zwaar heeft met 4 uur asana practice per dag, 6 dagen per week, kan Rosanne het iedereen aanraden. Je wordt met je eigen weerstand geconfronteerd, maar dat doet iedere (goede!) yogaopleiding. Het is daarom een prachtige en enorm leerzame ervaring.

Of je daarna voldoende basis hebt om les te geven is de vraag, en hangt vooral af van de ervaring die je als yogabeoefenaar hebt. Juist uit die ervaring, het zelf doorvoelen, kun je putten als yogadocent. Zoals Patthabi Jois al zei:

“Practice, and all is coming”

Niet doen

Binnen een jaar na mijn eerste stijve-harken-houdingen op de mat begon ik met zoeken naar een yogaopleiding. Ook ik heb naar India gekeken, maar mijn internet research leverde mij niet het juiste gevoel op; en dat terwijl ik graag reis. Het verbaasde mij ook!

In Nederland zocht ik verder maar het resoneerde nergens totdat ik bij Yogisha in Amsterdam het boek 12 Goeroes 13 Ongelukken van Johan Noorloos kocht. Na het boek in twee dagen uitgelezen te hebben wilde ik meer over deze Amsterdamse yogaleraar weten. In dat boek schreef hij over de Yoga Garden waar hij toentertijd lesgaf en zo kwam ik daar terecht voor deze opleiding.

Wat ik lastig vond in Nederland was dat ik vaak de enige man was in een yogastudio. Ik zat dan tussen alleen maar vrouwen die stuk voor stuk leniger waren dan ik, om over de lenigheid van de yogajuffen maar niet te spreken.

Voor mij was het dan ook belangrijk dat er les werd gegeven door mannen. Bij Yoga Garden zat ik goed met twee mannelijke docenten en één vrouw. Het grappige is achteraf dat ik afkwam op de bekende naam van Johan, de liefde voor de traditionele verhalen en de asana techniek van Marcel van de Vis, maar echt ‘verliefd’ werd op Anat Geiger, de enige vrouw in deze voor mij heilige drie-eenheid.

Heilige drie-eenheid is misschien een beetje te superlatief, maar ik dank God dat ik nog de mogelijkheid heb gekregen om net in de overgangsfase te zitten van de overstap naar Johan zijn Nieuwe Yogaschool. Als ik nu zou moeten kiezen zou ik het echt niet weten.

Maar….ik ben weer eens wat lang van stof, sorry….de allerbelangrijkste reden voor mij om in Nederland een yogaopleiding aan te raden en niet in India is dat de mogelijkheid er is om in negen maanden tijd je te ontwikkelen tot een yogadocent (oké, pas als je je rijbewijs hebt, leer je echt rijden).

Wat ik vaak terug zie bij mensen die in een maand hun 200 uurs diploma hebben behaald is dat ze dan nog maar maximaal een uur lesgeef ervaring (examenles) hebben en de stap naar een echte studio groot vinden. Toen ik het felbegeerde diploma in handen had na negen maanden trainen gaf ik al vier lessen in de week, wat me zelfvertrouwen gaf en waar ik dus heel dankbaar voor ben.

Stel, je wilt je yogaopleiding in India doen…Waar moet je dan op letten?

Kleine of grote groepen

Wil je liever kleine groepen waar er veel persoonlijke aandacht is? Of krijg je juist energie van grote groepen mensen bij elkaar? Rosanne wilde heel graag zo’n kleine groep, ik vind matje aan matje helemaal het einde.

Ik schreef het al, het is echt een persoonlijke keuze.

Yogastijl

Heb je een gevoel bij een bepaalde stijl van yoga waar je in zou willen specialiseren of wil je juist diverse stijlen uitproberen zodat je daarna een keuze kan maken?

Voor Rosanne en mij was het heel duidelijk. Rosanne wilde Hatha Yoga en ik Vinyasa Flow. Dat we later allebei ook Yin en Restorative Yoga gingen volgen en geven kwam omdat je, als je eenmaal op dit pad zit, je wilt blijven ontwikkelen.

Facebook

Wordt lid van Facebook groepen, bijvoorbeeld Rishikesh Yoga Community waarin je om tips kunt vragen. Let er dan wel op dat je bij eventuele antwoorden ook kijkt wie die antwoorden geven. Als het antwoord komt van Arvind Kumar (verzonnen naam) die heel toevallig de neef is van de eigenaar van een TTC dan mag je je afvragen of dat objectief is. Het liefst hoop je op mensen die persoonlijke ervaringen hebben, maar ook dan, het blijft subjectief.

Yoga komt uit India en dus is dat de beste yoga

We kunnen er van uit gaan dat yoga in India is ontstaan, maar dat wil niet zeggen dat yoga in India ook het zelfde wordt beleefd als bij ons in het Westen. Yoga omvat veel meer dan asana alleen en dat wordt in India ook zo beleefd. Dus….verwacht geen inspirerende praatjes en een leuk lesthema dat mooi bij de tijd van het jaar past tijdens je asana practice zoals wij in Nederland gewend zijn.

Asana practice is gewoon heel hard werken en de uitvoering ervan wordt vaak streng bekeken en beoordeeld door de docent. Asana’s worden vaak niet voorgedaan, maar worden gecommandeerd. Heel anders dus dan de mix van yogahoudingen en mindfulness waar wij over het algemeen van houden.

Tijd

…en als je dat niet hebt, neem het dan. De allerbeste tip, wat betreft Rishikesh althans, is er op de bonnefooi heen gaan. Daar gaan zijn, voelen en praten met andere zoekers. Ervaringen horen van mensen die een opleiding doen of net gedaan hebben. Gaan kijken bij scholen.

Deze tip komt uit de koker van Rosanne, maar inmiddels kan ik dit absoluut beamen. Ondanks dat zij blij was met de kleine groepen, haar diploma en de ervaring om alleen in India te reizen was ze niet echt onder de indruk van de docenten en wat ze van hen geleerd heeft. Ik schreef het al eerder….

Gelukkig is het net als autorijden. Je leert het pas echt als je je rijbewijs al hebt.

De eerder genoemde Surinder Singh kreeg ik als tip via een vriendin die zich nu ergens tussen Bali en Bangladesh bevindt….Of waar zit je eigenlijk Ro? Toen ik zijn naam eenmaal kende kreeg ik ineens uit allerlei andere hoeken te horen dat hij de beste yogaleraar van Rishikesh zou zijn.

Het zelfde geldt voor een yogaschool waar ik ook via mijn netwerk in Leiden van gehoord had. Er ging geen dag voorbij dat we niet met deze school werden geconfronteerd tijdens ons verblijf. Helaas hebben we deze school niet kunnen uit testen dus ik noem de naam dan ook niet….als gezegd, het werd te koud voor ons.

Oh! Nog één ding…..

Yin Yoga komt 100% zeker niet uit India. Ik kan een heel blog wijden aan hoe dat zit, maar neem het voorlopig maar even van me aan.

Hier in India hebben ze inmiddels wel in de gaten dat Yin Yoga in het westen rete-populair is dus de eerste TTC’s in Yin Yoga zijn al in Rishikesh gesignaleerd.

Afraden daarop af te gaan doe ik niet, maar let op welke leraren er lesgeven en vooral waar zij hun Yin Yoga kennis hebben opgedaan, welke docenten zij hebben gehad. Wij hebben één docente gevonden die we zeker aanraden. Zij leidt de Yin TTC bij World Peace Yogaschool. Assistente van Sarah Powers word je niet zomaar dus als je toch overweegt naar ‘Yindia’ te komen dan adviseren wij je in deze school te verdiepen.

En…Tot slot…

Je mag ons altijd een berichtje sturen als je vragen hebt. Of we het antwoord voor je hebben kunnen we niet garanderen, maar we denken graag mee.

Kerst 2018

11 dingen die niet veranderd zijn in 10 jaar backpacken

Een week geleden beloofde ik dat deel 2 van mijn blog over backpacken in de afgelopen tien jaar snel zou volgen. Vandaag schrijf ik over dat wat er absoluut niet is veranderd in tien voorbije jaren.

Mijn trouwe backpack

Ik kocht dit ding in 2002 en heeft dus al veel van de wereld gezien. Backpacks zijn er in alle soorten en maten en vooral prijsklassen. Ik ben blij dat ik ooit heb geïnvesteerd in een goede tas. Roos heeft me een tijdje geleden proberen te overtuigen van het nut van een nieuw exemplaar, maar ik ben aan het ding gehecht geraakt en dit soort kwaliteit hoef je nooit weg te doen.

Tip voor mensen die overwegen een goede rugzak aan te schaffen. Ga niet voor een mooie, ga voor een rugzak die bij jouw rug past; eentje die je kunt verstellen en het allerbelangrijkste zijn de heupbanden. Een rugzak wil je niet alleen met je schouders dragen, want je schoudergewrichten alleen zijn daar niet sterk genoeg voor. Je heupgewrichten en je ruggengraat nemen het zwaarste gedeelte voor hun rekening als je de heupbanden goed gebruikt.

Te veel bagage

Ik moet meteen toegeven dat ik veel lichter reis dan tien jaar geleden. Toen ik eind 2006 per schip naar Zuid-Amerika vertrok had ik bijna 20 kg in mijn rugzak. In die tijd was ik te ijdel voor een bril en daglenzen had ik nog niet van gehoord. Ik had dus voor een half jaar lenzen bij me inclusief een paar grote flessen lenzenvloeistof.

Inmiddels heb ik een kilo of vier minder bij me, maar nog steeds kom ik dingen in mijn tas tegen waarvan ik denk: “Waarom heb ik dit in Godsnaam bij me?”

Wat ik toen deed en nu nog steeds doe is regelmatig afscheid nemen van spullen. Ontspullen gaat zelfs op reis door.

Die lange Hollander

In Nederland ben ik zeker niet de kleinste maar op reis moet ik wel enorm lijken voor sommigen. In India stapte ik ooit een bus uit in een menigte van marktbezoekers. De grootste jongen in de buurt kwam niet hoger dan mijn sleutelbeenderen. Minder gezellig was het toen ik met mijn Australische reismaatje Simon in Ecuador tweeënhalf uur lang met een gebogen hoofd in de bus van Alausi naar Riobamba moest staan omdat het de laatste bus van de dag was en er geen zitplaatsen meer vrij waren.

Ben ik thuis niet per se indrukwekkend qua postuur, in veel landen waar ik gereisd heb gaan verkopers, irritante taxichauffeurs en plaatselijke hangjeugd voor me opzij; zeker als ik mijn arrogante reiskop opzet. De enige groep mensen die wel graag aan dit lange lijf willen zitten zijn de prostituees. In sommige landen maakt het zelfs niet uit of je mét of zonder je eigen vrouw op straat loopt.

Auw, m’n kop!

De foto die bij de titel van dit bericht hoort maakte mijn ex in Bolivia. Bukken moet ik vaak buiten Nederland en ik kan je vertellen dat ik geen ezel ben want ik stoot wel vaker dan twee keer mijn kop aan dezelfde steen. Toen en nu! Ik heb zo vaak m’n kop gestoten dat mijn haargrens er van terug aan het trekken is. 😉

Deze foto laat mijn laatste en meest memorabele actie van de laatste tijd zien. Het prachtige houtsnijwerk was mij eigenlijk nog niet opgevallen totdat ik op de tweede avond even iets van buiten moest pakken, vol tegen het houtsnijwerk aan liep en er een deel afbrak. Ik heb er een hard hoofd in dat dit de laatste keer is dat zoiets me overkomt.

3 keer 40 is….

Op reis kom je er achter hoe goed je eigenlijk hebt leren rekenen op school. Ik ben niet eens een rekenwonder, maar als je onderweg bent kom je er pas achter hoe slecht het met het onderwijs gesteld is in veel landen. De rekensom die ik hierboven in de subtitel heb gezet heb ik onlangs ingetypt zien worden op een rekenmachine.

Tien jaar geleden belde ik vanuit Ecuador naar huis tegen een tarief van USD 0,10 per minuut. Ik belde een uur met mijn toenmalige vriendin en liep met de gepaste USD 6,00 naar de kassa toe en legde dit neer. Het meisje keek verbaasd op toen ze na het intypen op de rekenmachine tot de conclusie kwam dat ik gelijk had.

Zwarte koffie

Koffie drink je zwart. Koffie met melk heette nog niet zo lang geleden ‘Koffie Verkeerd’ wat een perfecte definitie is. Nog altijd word ik vreemd aangekeken als ik suiker weiger. Suiker is anno 2017 het nieuwe roken dus de blikken zijn lang niet meer zo vreemd als vroeger. Op een nietszeggend busstation in het noorden van Brazilië maakte de barista ooit een foto van me met haar telefoon toen ik haar vertelde dat ik geen suiker in mijn koffie wilde.

Buschauffeurs met gezonde levensmoeheid

In veel van de landen waar ik gereisd heb speelt religie een grote rol. Dit betekent vaak dat mensen alles in de handen van God leggen. Het fijne daarvan is dat men uitgaat van: “Eigenlijk gaat het altijd goed, behalve als het fout gaat!”

Ik heb behoorlijk wat Formule 1 coureurs meegemaakt en regelmatig met mijn hart in mijn keel gezeten. Verantwoordelijkheidsgevoel voor je klanten is niet iets wat de chauffeurs voelen, zo lijkt het. Een kruisje slaan of even aan je gebedssnoer zitten is voor de meesten voldoende.

Ik stapte ooit na een aanrijding uit de bus waarbij het maar een meter scheelde voordat we een afgrond in waren gegleden. Een andere chauffeur die ik nooit meer zal vergeten is de man die me uitnodigde om naast hem te komen zitten zodat we gezellig konden kletsen. Deze man reed hard, scheurde door alle bochten, wilde van alles van me weten. Nam al rijdend geld aan van passagiers en gaf ze na de volgende bocht hun wisselgeld terug en bedankte me na afloop voor de gezelligheid. Dat hij niet zag dat mijn huidskleur groen was geworden heb ik hem daarom vergeven.

Rondje rijden en nog even tanken

In december zaten Roos en ik in een busje op het eiland Palawan in de Filipijnen toen we na een half uur een U-bocht maakten en weer terugreden naar Puerto Princesa waar we vandaan kwamen. We reden nogmaals door de straat van ons hotel, de chauffeur reed verkeerd en moest opnieuw keren. Blijkbaar waren ze nog iemand vergeten op te halen en de chauffeur kende de weg niet zo goed als hij dacht.

Het deed me denken aan talloze keren in Peru, Chili en/of Bolivia waarbij toeristen werden opgehaald bij hun hotel wat in totaal een uur in beslag nam. De route werd volledig willekeurig uitgevoerd, waardoor ik soms twee of drie keer langs mijn hotel werd gereden. Als het busje dan eindelijk volzat moesten we nog even tanken; grrrrr!

Zonnebrand vergeten

In januari 2008 kwam ik na een paar maanden werken in Nederland terug in Buenos Aires. Het is daar dan hoogzomer en heet dus je zou denken dat je je even insmeert voordat je met je Nederlandse januari-hoofd de straat op gaat. Oké, ik had een jetlag, had honger na het slapen dus ik liep de straat op zonder nadenken. Wat is er lekkerder dan een terrasje in je ‘tank top’ in januari?

Op de vellen konden we een paar dagen later lange brieven schrijven, maar twee weken later gebeurde in Bariloche precies hetzelfde. Helaas had ik toen niet het excuus dat ik een jetlag had.

Ik ben iets verstandiger geworden maar minder dan twee weken geleden vond ik het wederom niet nodig om me in te smeren toen we even in zee gingen zwemmen. We zijn tenslotte al maanden weg dus verbranden doe je toch niet meer…..?

Als iemand een brief wil ontvangen thuis…..!

Hot shower

Midden in de zandbak van het Braziliaanse plaatsje Jericoacoara hoorde ik dit verkoopargument voor het eerst. De man van het guesthouse rekende een bedrag dat ik veel te hoog vond. “Ja maar meneer, de kamer heeft kabel-tv en een hete douche!” Lachend liep ik zijn terrein af.

Ook hier in Azië zien we regelmatig bij guesthouses staan dat ze ‘hot shower’ hebben en al lachend lopen wij dan door. Warm douchen is raar als het 35 graden is. Punt!

Jean-Claude van Damme

Het leukste voor het laatst bewaren, dacht ik!

Ik heb me wel eens afgevraagd hoe het komt dat de slechtste acteur van België het zover heeft kunnen ‘schoppen.’ Toen ik in de zomer van 2008 een nachtbus instapte werd ik heel blij want ik zag dat de Nederlandse film ‘Zwartboek’ opgezet werd. Na de eerste scene werd het beeld grijs waarna het lokale publiek enthousiast werd omdat de vorige film was uitgezet en er een film van JCvD werd opgezet. Ik heb er noodgedwongen teveel gezien, want lange-aftands-bussen hebben niet zoals vliegtuigen een eigen schermpje, laat staan een mogelijkheid om het geluid zelf te regelen.

1 april jl. stapten wij op de veerboot van Gili Trawangan naar Bali. Inmiddels is JCvD 56 jaar, draagt een bril met blauwig glas en schopt nog altijd Aziaten in elkaar.

Reageer

Ik kreeg leuke reacties van ouwe rotten in de backpackerswereld op mijn vorige blog. Ik ben heel benieuwd waar jij na jaren van reiservaring nog altijd tegen aan loopt. Deel het met ons via deze site, Facebook, LinkedIn en Instagram.

 

 

 

 

Niet verder vertellen; Kapas eiland

Twee weken geleden verliep ons visum van Indonesië dus we moesten het land uit. Dit ging met een gezonde tegenzin want we hadden het er goed. Indo is in ons hart gekropen en we zijn blij dat we dit jaar nog een keer terug gaan.

Omdat je voor een visumverlenging een uitreisticket nodig hebt hebben we een tijd geleden het goedkoopste ticket geboekt dat beschikbaar was. De bestemming werd Kuala Lumpur en vandaar zouden we verder kijken.

Via de website yogatrade.com, waar wij lid van zijn, kwamen we onlangs in contact met een Canadese dame die in Maleisië een yoga- en meditatiecentrum aan het opzetten was. Ze zocht yogadocenten zodat ze kon gaan beginnen. Na een leuk Skype gesprek besloten we haar te gaan bezoeken en aangezien Maleisië ons gratis een visum voor drie maanden zou verstrekken zouden we zolang bij haar kunnen wonen tegen kost en inwoning.

Na ons debacle in Gili Trawangan zijn we wat voorzichtiger geworden dus we gingen er met nul verwachtingen heen. Het bleek ook nul te blijven, want de eigenaresse was eigenlijk een soort commune aan het opzetten, waarbij ze verwachtte dat we yogalessen gaven, de tuin bij gingen houden, zouden koken etc. Op de eerste dag hadden we onze eerste aanvaring en aan het einde van de derde dag een laatste. We vertrokken de volgende ochtend uit het gele huis.

Het plaatsje Marang heeft dan wel één van de mooiste stranden van de wereld, maar er was weinig te doen dan zwemmen. Aangezien het streng conservatief Islamitisch is werd Roos geadviseerd om voor de zekerheid meteen uit het water een sarong aan te trekken. Er was vorig jaar een ‘masturbeerder’ gesignaleerd in de buurt van bikini dragende vrijwilligers. Gelukkig hadden we vanuit de commune wel begrepen dat er een pareltje aan de overkant van het water lag; Kapas eiland.

 

 

En vanaf hier mag je verder lezen, maar je gaat het aan niemand verder vertellen en ik zal je zeggen waarom; oké?

Als je Google’t op Kapas eiland in het Nederlands kom je het één keer tegen op veelzijdigmaleisie.nl en wat amateur-bloggers zoals wij. Als je hetzelfde doet op ‘hoogtepunten Maleisië’ dan kom je het eiland niet tegen.

Vanuit de haven van Marang wordt je in tien minuten in een speedboat overgezet en daar kan je vakantie beginnen. De buitenlanders die er al langer komen zien het toerisme ieder jaar toenemen en daarmee ook de problemen rondom afval en elektriciteit. Maar goed, wij kwamen er voor het eerst, we hadden er twee weken geleden nog nooit van gehoord dus het was een paradijs voor ons. Misschien wel het mooiste eiland waar we ooit zijn geweest.

We vonden een kamer bij een guesthouse en restaurant dat eigendom is van een Nederlander en een Duitse. We kwamen er al snel achter dat hierdoor het eiland al wel ontdekt is door Nederlanders. We hebben in de afgelopen vijf maanden nog niet zoveel Nederlands gesproken als de afgelopen dagen. Sterker nog, voor het eerst in vijf maanden werden we herkend als Leidenaren vanwege de Leidse sleutels op onze armen dus ja we hebben zelfs Leids geprrraat!

Het strand van onze verblijfplaats is het drukst met vier of vijf guesthouses, maar als je naar andere baaien loopt wordt het steeds rustiger. In totaal zijn er zo’n tien guesthouses en  twee campings te vinden.

Kapas heeft alles voor een lekkere strandvakantie. Wij stapten iedere ochtend rond een uur of zeven uit bed om met onze yogamatten naar een rustig strand te gaan en onze ‘ochtend-practice’ te doen. Daarna een duik in zee en ontbijt bij het guesthouse. Aangezien er niet veel meer te doen is dan zwemmen en op het strand liggen was dit ook voor ons de dagbesteding; lekker luieren, een boek lezen, van ontbijt naar lunch, naar diner en dromen over onze dromen.

Waarschijnlijk spreekt dit jullie niet aan dus daarom ben ik ook niet bang dat iemand dit gaat doorvertellen of dit bericht gaat delen op de social media. Maar, voor die enkeling die het toch aanspreekt hieronder de voor- en nadelen van Kapas:

Voordelen van Kapas

Geen massa toerisme

Als je de drukte van Thailand met de ‘bucket lurkende’ jongeren zat bent is Maleisië sowieso de moeite van het uitproberen waard en Kapas in het bijzonder. Als je van zonnen houdt dan is er plek zat en als je net als wij liever in de schaduw zit dan is er ook plek genoeg.

Wit poederstrand

Dit geldt niet voor alle stranden, maar wij vonden op Long Beach de perfecte plek voor onze yoga sessies en voor een heerlijke dag op het strand.

Snorkelen in rust

Wij hebben inmiddels wel wat gesnorkeld en na de Filipijnen denk ik niet dat we een mooier rif gaan tegenkomen als het Balicasag-rif dat vanaf het eiland Bohol te bereiken is, maar op dit soort populaire bestemmingen ben je nooit alleen. Op Bohol lagen we tussen tien Koreaanse pubers die vissen aan het voeren waren. Op Gili Trawangan worden de boten gevuld met veertig man per boot en de wateren van El Nido in de Filipijnen zaten voller met mensen dan met vissen.

Kapas is voor jou. Snorkeltje op en gaan, vergeet je niet in te smeren!

Lekker Nederlands praten

Ik zet deze ook bij de nadelen! 😉

Nadelen van Kapas

Lekker Nederlands praten

Van de twee handen vol aan guesthouses zijn er twee in het bezit van Nederlanders. Dit betekent dat je er meer Nederlanders aantreft dan elders. Als je het fijn vind om je eigen taal te spreken tijdens je vakantie dan vind je hier een hoop gezelligheid. Voor ons is het geen primaire behoefte.

Weekend op Kapas

Als het lukt ga dan doordeweeks en zorg dat je voor het weekend weg bent. Zoals gezegd, Maleisië is overwegend conservatief Islamitisch dus weekend is vrijdag en zaterdag. Wij zaten er tijdens een lang weekend en vanaf vrijdag werd het steeds drukker met lokale toeristen. Door de toenemende drukte viel de stroom vaker uit dan normaal en stroom is een groot goed tijdens de warme dagen.

Over Maleisië in het algemeen kan ik tot dusver zeggen dat het makkelijk en goedkoop reizen is. Vliegen is goedkoop en de bus nog veel goedkoper. Wij hebben tot nu toe twee keer de bus genomen tussen Kuala Lumpur en Marang en gemerkt dat de wegen super zijn. Goed onderhouden snel- en provinciale wegen en superluxe bussen met brede stoelen en wifi aan boord, zodat ik niet blog kan schrijven. De trein gaan we nog uitproberen, dus misschien later nog een update daarover.

Wij denken nog twee of drie weken in Maleisië te blijven dus als je nog tips hebt dan horen we dat graag.

 

4 of eigenlijk 10 dingen die zijn veranderd in 10 jaar backpacken

Tussen 2006 en 2008 heb ik voor het grootste gedeelte van die jaren als backpacker geleefd. Tien jaar geleden was ik dus ook op reis met een onbekende einddatum.

Dit blog is het eerste deel van een serie van twee. Het eerste deel gaat over de veranderingen in de backpackers wereld vanuit mijn perspectief in de afgelopen 10 jaar. Het tweede deel laat zich raden! 😉

Nieuwe technologie

Om maar meteen met de grootste verandering te beginnen zijn er op het gebied van technologie heel veel dingen veranderd in de afgelopen tien jaar. Om te beginnen zit ik dit nu in te tikken op mijn eigen computer; tien jaar geleden had ik niet eens een telefoon bij me.

Internetcafé

Tegenwoordig vraagt iedereen meteen naar een wifi-wachtwoord als ze een hotel, bar of restaurant binnen stappen, maar daar hoefde ik toen nog niet over na te denken.

Waar ik ook kwam, het eerste wat ik deed was checken waar er een goed internetcafé zat voor het contact met het thuisfront en de lange e-mails met reisverslagen die ik schreef. Daarnaast schreef ik in die tijd een reiscolumn voor een lokale krant. Blogs als waarbenjij.nu bestonden al wel, maar ik vond het blijkbaar handiger om mensen lastig te vallen door een persoonlijke e-mail te sturen.

Overigens zijn de internetcafés nog niet helemaal verdwenen, maar ik zou er geen aandelen in kopen. In Palma de Mallorca heb ik onlangs nog een bezoek gebracht aan een zogenaamde ‘locutorio’ omdat ik een print van een ticket nodig had. Hier in Azië komen we ze her en der ook nog tegen, maar daar worden de oude internetcafés tegenwoordig gebruikt door gamers.

Telefoons

Zoals gezegd, ik reisde zonder telefoon. In eerste instantie was ik van plan om overal een lokale simkaart te kopen, maar al gauw bleek dat mijn Nokia 6310i het niet deed in Zuid-Amerika. In Peru kocht ik een lokale telefoon, maar eenmaal in Ecuador kwam ik er achter dat díe telefoon het daar ook niet deed. Aangezien ik geen zin en geen geld had om overal een telefoon te kopen gaf ik de moed op en bleven de sms-jes naar het thuisfront uit.

Over nu hoef ik het niet te hebben. Een deel van dit blog schrijf ik door, van mijn iPhone, een hotspot te maken omdat op Kapas Island geen wifi is en het laatste deel tik in een luxueuze bus met wifi aan boord onderweg naar Kuala Lumpur.

Als ik geen zin heb om mijn laptop open te klappen dan kan ik alles doen op m’n telefoon; zelfs bankzaken regel ik op de mobiel. Het is allemaal veel makkelijker geworden om contact te houden met de mensen thuis. Nadeel is wel dat ik alles meekrijg, waar ik toen soms dagen alleen maar daar was ben ik nu vaker thuis met mijn gedachten.

Facebook

Het wordt verguisd door de één en opgehemeld door de ander. Ik zelf heb een haat-liefde verhouding met het medium, maar mijn yoga-kennis en -netwerk speelt zich veelal af op Facebook.

Ik was in 2008 in Bolivia waar ik voor het eerst de vraag kreeg of ik op Facebook zat. Ik had er van gehoord maar had er niet veel mee. Nederland was in de ban van Hyves wat ik toentertijd een belachelijk nieuw medium vond.

Bellen via internet

In Cuzco zat ik in 2006 in een internetcafé te chatten met mijn toenmalige vriendin in Nederland. We chatten via MSN, toen zij ineens typte: “Ik hoor je stem! Ik geloof dat ik gek word!” Toen ze even later weer diezelfde stem in het Spaans iets hoorde zeggen wist ze het zeker, ze was niet gek geworden. Zonder dat wij er over waren geïnformeerd had MSN inmiddels de functie gekregen dat je ook kon bellen via de computer.

Skype leerde ik begin 2007 kennen en zo kon ik ook de mensen bereiken die zelf geen internet hadden zoals mijn moeder. Door een bedrag met je creditcard te betalen bel je voor een lage prijs naar alle telefoonnummers in de wereld.

Inmiddels bel je via WhatsApp, Facebook Messenger en Facetime. Deze functies zijn allemaal stukken beter dan Skype. Persoonlijk vind ik de kwaliteit van Skype nog altijd heel slecht, maar het voordeel blijft dat je goedkoop naar vaste en mobiele lijnen kunt bellen.

Lonely Planet of TripAdvisor

In twee jaar tijd heb ik twee dikke Lonely Planets, South America on a Shoestring versleten. Dit soort boeken wegen zwaarder dan mijn huidige laptop. Om gewicht te verliezen scheurde ik soms stukken uit van plekken waar ik al geweest was.

Op dit moment reizen we zonder Lonely Planet en ik denk dat we dat blijven doen. Boeken verouderen snel en ook al klopt de informatie op het internet ook niet altijd, het is over het algemeen sneller gevonden.

TripAdvisor is sinds het begin van onze reis ‘my new favorite thing’ geworden. Ik laat er zelf veel tips achter en lees ook graag reviews van anderen over een plek. De app op de telefoon is een beetje een onhandig kut-ding, maar dat was dat boek ook.

In het voordeel van Lonely Planet blijft de informatie ‘Getting there and away.’ In alle LP’s die ik heb gehad wordt altijd heel goed informatie gegeven over vervoer binnen en buiten de stad.

Maar, gelukkig hebben we tegenwoordig ook Google maps die er voor zorgt dat het busstation snel gevonden is. Maps werkt ook op GPS, zij het niet zo goed als wanneer je internet hebt, dus je kan beter bepalen waar je bent ten opzichte van de vreselijk slechte plattegrondjes van Lonely Planet.

Muziek luisteren

16 jaar geleden maakte ik een reis naar India en Nepal. Ik had een draagbare cd-speler bij me met een mapje vol met cd’s. Het was een hele vooruitgang want daarvoor reisde ik met een Sony Walkman met een doos vol met cassettebandjes.

10 jaar geleden kocht ik voor de reis een iPod die ik volstopte met 16 GB muziek van de cd’s die ik ooit had verzameld. Het was een enorme vooruitgang.

Inmiddels heb ik al jaren de Spotify app op mijn telefoon waarmee ik alle muziek die ik maar wil luisteren kan opzoeken en ook nog offline kan zetten voor als ik onderweg ben. Het is een hele vooruitgang.

Zelfde budget, hogere prijzen

De tijden dat je voor vijftig cent een halve liter bier kon kopen zijn zelfs in Azië vrijwel voorbij. Op het gebied van eten en drinken ben ik nooit een echte backpacker geweest. Daar bespaarde en bespaar ik niet op, simpelweg vanwege het feit dat ik van eten en drinken houd en je er gezonder en vrolijker bij blijft. Backpackers met doorgekookte spaghetti en een blikje tomatenpuree heb ik altijd uitgelachen; dan maar korter reizen!

Maar, feit is wel dat je anno 2017 minder lang met je geld doet dan tien jaar geleden en aangezien we ongeveer het zelfde budget hebben als toen zien we ons budget sneller slinken dan we willen weten.

Tatoeages

Tja, het is een beetje de tijdgeest en ook ik ben hier in meegegaan. Ik heb inmiddels 5 plakplaatjes laten zetten en heb plannen voor meer.

Tien jaar geleden kwam je hooguit een ‘chick’ tegen met een ‘aars-gewei’ of een ‘dude’ met een ‘tribal’ maar tegenwoordig moet je op z’n minst een spirituele tekst op je lijf hebben; of cup cakes, dat kan ook!

Meneer

Afgelopen maandag werd ik 43 en dus getuigt het van niet meer dan respect dat mensen mij op deze manier aanspreken. 😀

Ook tien jaar geleden was ik al wat ouder dan de gemiddelde backpacker maar nu is het verschil helemaal groot. Ik merk dan ook dat ik het niet automatisch meer naar mijn zin heb onder de backpackers; van sommigen zou ik tenslotte de vader kunnen zijn. We kiezen dan ook vaker voor een rustiger plek om te verblijven of een drankje te doen dan toen.

Een verandering die ik met argusogen bekijk is het feit dat ik minder flexibel ben dan vroeger. Een busrit van 36 uur over de Ruta 40 in Argentinië, een als gevaarlijk bekend staande route tussen Cuzco en Ayacucho en een verlaten grensovergang tussen Ecuador en Peru, waar ik Ecuador al uit was, maar Peru nog niet in mocht en dus de nacht in niemandsland moest doorbrengen. Toen zocht ik het op waar ik nu een extra overnachting boek om wat rustiger te reizen.

Waar ik wel blij van word is dat ik me realiseer dat wat Roos en ik doen geweldig is. Het gros van de jonge twintigers die zich nu te buiten gaan aan grote flessen bier en emmers met goedkope rum en wodka zijn waarschijnlijk over tien jaar ouders van gemiddeld 2,1 kinderen, hebben een lease-auto en kantoorbaan. Daar is niet persé iets mis mee als dat je passie en droom is, maar wij zijn blij dat we ons vrij genoeg voelen om te gaan en staan waar we willen. Bovendien ben ik van plan dit over tien jaar gewoon weer of nog steeds doen.

Gili Trawangan: 2 redenen waarom niet en 1 waarom wel

Gili T zoals het in de backpacker-volksmond heet is voor ons niet meegevallen. Ofwel, we hadden andere verwachtingen toen we er heen gingen.

Het was ook te mooi om waar te zijn. Onze eerste buitenlandse yoga baan en dan nog betaald worden ook. We hadden uitgerekend dat we per maand € 200 over zouden kunnen houden. Da’s een hoop geld in Azië. Zoals ik al schreef in mijn blog over Vrijheid voelde het vanaf het begin al niet goed. De manager was een lief maar heel onzeker mens. Het lokale personeel aardig maar lui en de eigenaren bleken mensen te zijn die hadden begrepen dat yoga geld kan opleveren, maar hadden geen idee wat het was; wij vonden het on-yogisch.

We zouden twee maanden minimaal blijven en wellicht een half jaar. We kregen de indruk dat we dan medewerking zouden krijgen om officieel te mogen werken in Indonesië, maar al gauw bleken alle eerdere afspraken over boord te zijn gegooid.

Zelfs de manager bleek op een toeristenvisum te werken met alle risico’s van dien. Ze had geen idee wat ze aan het doen was dus het lokale personeel zat te roken in de yoga ruimte als er geen lessen waren. Het beloofde salaris en de drie maaltijden per dag gingen binnen twee weken op de schop. 6 weken later vertrokken we gedesillusioneerd met een verlies van € 350 van het eiland.

Maar goed, dit was een persoonlijke tegenvaller die voor een andere toerist niet geldt. Toch kan ik nog wel een paar redenen bedenken waarom je je tijd beter elders in Indonesië kunt doorbrengen.

1. “Trek een shirt aan!”

Misschien ben ik een beetje moraliserend of gewoon een ouwe lul aan het worden, maar als je na een lekker stranddagje weer de fiets op stapt dan trek je wat mij betreft gewoon een shirt aan. Ik ben zelf dicht bij zee opgegroeid en heb er nooit over nagedacht dat je ook zonder shirt naar huis kon fietsen, dus met dat ouwe lul zijn heeft het niets te maken.

Op Gili T is een groot gehalte met shirt-loze mannen. In elke leeftijds categorie en in elke fysieke vorm van het lichaam. Ook de dames vinden het fietsen in bikini geen enkel probleem, maar dat vind ik dan weer niet zo erg! 😉

Nee, onzin natuurlijk. Gili T ligt in Lombok en daar is een Islamitische cultuur. Als je rekening houdt met de lokale bevolking is je culturele beleving van een land echt vele malen groter.

 

2. Gili T heeft een vuil probleem

Een groeiend probleem op het eiland is het zwerfvuil maar ook de lokale bedrijven weten soms niet waar ze heen moeten met hun afval. In het midden van het eiland is een soort vuilnisbelt waar het grootste deel van het afval gedumpt wordt.

Het dorpshoofd was volgens de berichten die ik las en hoorde goed bezig om structureel een einde te maken aan al dat vuil zodat de economie kon groeien zonder dat het ten koste zou gaan van het milieu. Helaas werd de man tijdens ons verblijf gearresteerd op verdenking van corruptie, iets wat volgens de woonachtige buitenlanders een verzinsel was van andere corrupte eilanders.

Door deze arrestatie werd er helemaal geen vuil meer opgehaald. In de tussentijd was de overheid van Lombok tot een besluit gekomen om alle illegale gebouwen in een week tijd omver te bulldozeren dus de afvalberg werd steeds groter. Wees blij dat Google Odor nog niet bestaat!

Gili Eco Trust, een lokaal opgezette organisatie die op dit moment bijna volledig gerund wordt door buitenlanders doet haar best om zoveel mogelijk op te ruimen en veel van het vuil ook nog te hergebruiken door bijvoorbeeld afvalbakken te maken van doppen van plastic flessen. De huidige manager zag er vermoeid uit toen ik haar sprak. Officieel mag ze de functie niet bekleden en had ze een verblijfsvergunning als duik-instructeur nodig om in Indonesië te mogen werken.  Lokale eco-belasting die de duikscholen in rekening brengen bij de toeristen wordt door veel duikscholen niet betaald aan Gili Eco Trust zodat ze afhankelijk zijn van donaties en de merchandise die ze verkopen in de winkel.

Als je op de link van Gili Eco Trust klikt dan kun je zien wat ze nog meer doen. Van het redden van schildpadden en het voorlichten van de lokale bevolking over hoe om te gaan met deze bedreigde dieren tot het herstellen van koraal. Steun kunnen ze hier goed gebruiken, dus mocht je willen doneren of zelf als vrijwilliger in een leuk team willen werken dan is dit zeker een aanrader.

Maar waarom zou je er dan wel heen gaan?

Zie hier! Ik ben op veel plekken geweest en ik dacht dat ik alle zonsondergangen wel gezien had maar deze……. ?

En voor de criticus, deze foto is gewoon met een iPhone 5S gemaakt, niet bewerkt en dus geen filter. Gewoon zoals wij ‘m zagen.

Wat vind jij? Ben je er geweest of wil je er naar toe? Wil je iets van ons weten of heb je een totaal andere mening of ervaring. Reageer naar hartelust op onze website.

 

 

 

 

De Filipijnen, waarom en waarom nu?

De Filipijnen bestaan uit maar liefst 7.107 eilanden. Dat betekent dat als je ze allemaal zou willen bezoeken en elke dag een ander eiland bezoekt, je bijna twintig jaar nodig hebt om het hele land te zien. Wij zijn in de afgelopen weken ergens tussen de 10 en 15 eilanden uitgekomen.

Voor vertrek werden we wel gewaarschuwd want er was toch een hele rare president….en oh ja, die Moslims daar, die ontvoeren toch ook toeristen. De afgelopen maanden hebben wel uitgewezen dat er overal een rare president gekozen kan worden en ik was blij dat wij rond de kerst op de Camotes, op een door-God-en-alles-verlaten strand, zaten en niet op een kerstmarkt in Berlijn liepen. Hieronder kun je lezen hoe wij de Filipijnen beleefd, geobserveerd en gevoeld hebben:

De mensen zijn geweldig!

Tot nu toe stonden de Thai bij mij bovenaan de lijst van de meest vriendelijke mensen ter wereld. Gastvrij, vriendelijk en altijd een glimlach. Deze vriendelijkheid heb ik altijd toegeschreven aan het feit dat de Thai geen collectieve pijn hebben van kolonisatie en onderdrukking door Europese kolonisten, maar dat lijkt het toch niet te zijn.

Na een paar dagen reizen in de Filipijnen moest ik de vriendelijkheid-hegemonie van de Thai overdragen aan de Filipino’s. De belangrijkste redenen hiervoor zijn het feit dat de meeste mensen goed tot vloeiend Engels spreken, waardoor de communicatie bijna nooit voor problemen zorgt, maar het zijn de vrolijk- en openheid van de Filipino’s die het volk zo bijzonder maken.

Mijn “nooit-onderdrukt-door-Europese-kolonisten-theorie” gaat niet bepaald op voor de Filipijnen. De naam die het land nog altijd draagt was een vernoeming naar de toenmalige Spaanse kroonprins Felipe II. De Spanjaarden dwongen, zoals in al hun koloniën, de lokale bevolking tot het Katholicisme, waardoor deze religie nog altijd de grootste van het land is. Na bijna 400 jaar overheersing moesten de Spanjaarden hun enige Aziatische kolonie afstaan aan de Verenigde Staten. De Filipino’s dachten dat ze onafhankelijk werden gemaakt met behulp van de Amerikanen, maar niets bleek minder waar. Wat de Amerikanen wel deden in het voordeel van de Filipino’s is ze onderwijzen, waardoor binnen een generatie het percentage geletterden steeg van vrijwel nul naar 50 procent. Pas nadat Manila in de Tweede Wereldoorlog helemaal stukgeschoten was en de Japanners verdreven werden door de Amerikanen kwam eindelijk de onafhankelijkheid in beeld.

De openheid van de Filipino is een manier van leven. Zoals Roos al eens schreef in Vrede op aarde begint bij jezelf, zijn er maar een paar dingen belangrijk in het leven van de Filipino; God en je familie zijn de belangrijkste zekerheden die er zijn. Verder heb je nergens invloed op. De politiek is doorspekt van corruptie en het klimaat kan in één klap je leven veranderen.

Zo vriendelijk en vrolijk als het volk is, zo corrupt is het systeem in alle lagen van de macht (maar waar is dat niet zo?). De huidige president Duterte is een echte populist die met harde hand regeerde als burgemeester van Davao, de hoofdstad van het eiland Mindanao. Duterte voert een bikkelharde ‘war-on-drugs’. Duizenden handelaren en gebruikers zouden inmiddels gedood zijn door doodseskaders waarvan het bestaan ontkend wordt. De man vergeleek zichzelf met Hitler en noemde Obama een klootzak, de oppositie heeft veel kritiek maar onder het volk is hij voor zover ik het kan inschatten nog heel populair. Verkiezingsposters hangen nog steeds glad gestreken in winkels en de Lance Armstrong armbandjes in de kleuren van de partij en de naam van Duterte prijken aan veel polsen van het gewone volk. Of Duterte zijn termijn gaat uitzitten is de vraag, maar dat geldt voor elke politicus in dit land, het hangt er maar net van af hoe groot het schandaal is en hoe lang het duurt voor de oppositie een zwakke plek heeft gevonden…en dan komt er weer iemand anders. Same-old-same-old zeggen ze hier.

De natuur is prachtig

Zowel boven als onder water zijn de Filipijnen een bezoek waard. Wij duiken niet en ik vind zelfs snorkelen niet echt leuk, maar dit land heeft de mooiste duikplekken ter wereld. Duiken is een dure hobby dus de populaire duikspots zijn niet altijd de plek voor budgetreizigers zoals wij. Gelukkig is er meer dan alleen de onderwaterwereld.

Tarsier aapje op Bohol
Tarsier aapje op Bohol

Boven water kun je je vergapen aan prachtige rijstterrassen, bergen, grotten, jungle, witte stranden en unieke diersoorten. Zo bezochten we op Bohol een opvang voor de kleinste primaat ter wereld, de Tarsier. Het kleine aapachtige beestje heeft enorme ogen, die o.b.v. lichaamsgrootte relatief gezien 150 keer groter zijn dan onze ogen. Daarnaast kan het beestje zijn hoofd bijna 360 graden draaien. Helaas wordt er ook veel geld verdiend aan unieke diersoorten waardoor er veel wantoestanden bestaan omtrent het leven van wilde dieren. Wij hebben Philippine Tarsier Sanctuary bezocht omdat deze organisatie op een betere manier met de opvang omgaat dan een andere organisatie in de buurt. Eerlijk gezegd, voelde ik me alsnog een indringer. Door anders in het leven te staan en bewuster te leven dan tijdens eerdere reizen hebben wij zelfs bewust een grote wens van Roos overgeslagen. Op verschillende plekken op de Filipijnen kun je Walvishaaien spotten. In het zuiden van het eiland Cebu worden de beesten gevoerd dus daar moet je sowieso niet zijn als je een beetje verstand en gevoel in je lijf hebt. Al pratende hierover kwamen wij tot de conclusie dat je je begeeft in de natuurlijke omgeving van wilde dieren, ook al ga je met een eco-verantwoordelijk bedrijf in zee. In die natuurlijke leefomgeving hebben wij niets te zoeken, zeker niet voor puur plezier, het strelen van je ego.

Reizen door de Filipijnen behoeft wat flexibiliteit. Dit geldt trouwens overal in de wereld, maar het klimaat hier is bijzonder en kan ook bijzonder dodelijk zijn als je pech hebt. Het land ligt in het gebied dat ‘Ring of Fire’ (de Pacifische en niet het nummer van Johnny Cash) heet, wat betekent dat er vulkaanuitbarstingen, aard- en zeebevingen plaats kunnen vinden. Daarnaast ligt de eilanden-republiek midden in een tyfoon-gebied. Er is een tyfoon-seizoen, maar ook buiten dat seizoen kan het zomaar zijn dat je je reisplannen moet aanpassen in verband met tropische stormen. Tijdens de afgelopen zeven weken zijn er zeker vier grote stormen geweest, waarvan er zelfs één nu.nl heeft bereikt. (bedankt voor alle waarschuwingen overigens!)

In verband met het klimaat wil ik nog even terugkomen over de flexibiliteit van de Filipino. In 2013 werd het land getroffen door één van de grootste rampen van de afgelopen decennia. Een aardbeving van 7.2 op de schaal van Richter bracht al een hoop ellende, maar drie weken later werd het zelfde gebied door een verwoestende tyfoon getroffen die tienduizenden levens kostte. We leven nu drie jaar na die ramp en wij zijn onlangs in het gebied geweest en werkelijk geen spoor terug gevonden van deze enorme catastrofe. Natuurlijk zal er onderhuids en als je goed zoekt vast nog wel iets te vinden zijn, maar de toeristenindustrie bloeit weer alsof het nooit is gebeurd.

Op het gebied van milieu zijn de Filipijnen een bijzonder land. Er is veel minder zwerfafval dan in bijvoorbeeld Thailand of Cambodja, het huisvuil wordt opgehaald en overal kun je gezuiverd water kopen. Je hoeft je dus ook niet druk te maken over ijsjes of ijsblokjes in je glas want de hygiëne is hier een stuk beter geregeld dan in andere landen. Wat wel een groot probleem is zijn de uitlaatgassen. De steden zijn het meest extreem uiteraard met dank aan de overbevolking, maar zelfs in het bergdorpje Sagada hebben wij met een gezichtsmasker gelopen aangezien de uitstoot van veel te oude vrachtwagens, bussen en Jeepneys te blauw of te zwart was.

Overbevolking is sowieso een groot probleem in de wereld en dus voor het milieu en de Filipijnen heeft daar zijn deel in. Continue verkeersopstoppingen in stedelijke gebieden zorgen voor veel uitstoot maar ook geluidsoverlast. Het ergst is natuurlijk de hoofdstad Manila. Er wonen zo’n twaalf miljoen mensen in die metropool en die moeten overal en nergens heen met vrachtwagens, bussen, auto’s, motoren en tricycles. Roos en ik houden allebei heel erg van steden, maar Manila en een paar andere steden waar we zijn geweest hebben onze longen gevuld in plaats van ons hart.

Een mooie ontwikkeling op een plek waar we dat niet meer verwachtten troffen we in Coron aan, waar we tussen alle tricycles ineens een aantal elektrische tricycles ontdekten. Verandering begint altijd in het klein, dus wij nemen dit lichtpuntje mee in onze hoop voor de toekomst. Bovendien hebben we dan misschien toch niet voor niets al die zogenaamde ‘eco-fees’ moeten betalen.

Het eten is verrukkelijk 

Wij maakten ons als vegetariërs vooraf wel wat zorgen, maar flexibel als de Filipino’s zijn valt er altijd wel een mouw te passen aan onze wensen. Aangezien er over het algemeen vers wordt gekookt, iets van mise-en-place in de lokale keukens niet bestaat kan ieder gerecht aangepast worden. Eten in een restaurant kost dan ook tijd hier. Lunchen of dineren kost je al gauw meer dan een uur. De keukens zijn vaak klein en het tempo ligt laag. Met honger naar een restaurant gaan is dan ook geen goed idee hebben wij ervaren. Beter ga je op een voor jou geschikt tijdstip in een restaurant zitten en tegen de tijd dat je begint te scheuren van de honger staat het het op tafel. Gelukkig is er altijd wel redelijk snel een drankje te fixen. We hebben de beste ice-teas ever gedronken; gember, citroengras en calamansi (soort mini-limoen met een hele sterke smaak) waren onze favorieten, verder was er bijna overal wel een kokosnoot te krijgen en voor wat stevigers met alcohol hebben de Filipijnen een paar heerlijke bieren.

Eten kost dus tijd hier, dus als een soort tegenbeweging is de fastfood industrie enorm. De bekende en minder bekende Amerikaanse ketens zijn in de steden te vinden, maar vooral het Filipijnse Jollibee is alom vertegenwoordigd. In de studentenstad Baguio waar wij aan het begin van onze reis verbleven waren er zelfs vier Jollibees gevestigd op minder dan 200 meter van elkaar. Het zal dan ook niemand verbazen dat vooral in de steden veel dikke mensen rondlopen. Overigens is dat niet alleen de schuld van de fastfoodketens want de grote hoeveelheden suiker die men in broodjes, koffie, thee en vruchtenschappen stoppen is van een bijna-dodelijke-hoeveelheid. Roos kocht in Loboc, op het eiland Bohol, een broodje tijdens een motorfiets-toertje. Ze kocht een broodje waar volgens de verkoopster kaas in zat. Mogelijk was het kaas; wij zouden het waarschijnlijk kwark hebben genoemd en het was zo vreselijk zoet dat ik ’s avonds nog de smaak van zoetigheid in mijn mond voelde.

Hilariteiten en bijzonderheden

Het mooie aan reizen zijn toch wel de verschillen in cultuur. De kleinste details kunnen zo grappig zijn. Zo staan in veel hotels badslippers voor je klaar zodat je geen natte voeten hoeft te krijgen in de badkamer. Natuurlijk is dat altijd maar één maat en als dat betekent dat als maat 38 toevallig op jouw kamer staat dan schuift Roos er continu uit en ik zou mijzelf er in moeten ‘vrotten’. Overigens neemt men schoenmaten hier überhaupt niet serieus. We hebben regelmatig gezien dat lokale dames hun keuze voor sleehakjes eerder bepalen op basis van de kleur en de vorm van de schoen dan op de schoenmaat, met alle gevolgen van dien.

Basketball is hier de sport
Basketball is hier de sport

Er wordt gebasketbald en niet gevoetbald. Waar ik ook gereisd heb, ik hoorde altijd wel het woord Ajax, Feyenoord of PSV als ik vertelde dat ik uit Nederland kwam. Hier wordt soms gevraagd in welke staat Nederland ligt. Men is op Amerika gericht, zeker als het op sport aankomt. Iedere dorpje of wijk heeft wel een basketbalveld en als voormalig jeugd basketballer kan ik zeggen dat er goed gespeeld wordt hier. De prof-competitie bestaat uit lokale helden en de mindere goden uit Amerika en de televisie staat vaak ingesteld op de Filipijnse competitie of de NBA. Mijn lengte van 1,92 m. wordt opgemerkt in het basketbal minnende land dus met enige regelmaat wordt er om gevraagd. Op Amerika gericht dus 6’3.

Videoke is ook één van de favoriete tijdverdrijven van de Filipino. Videoke is de Filipijnse naam van wat de rest van de wereld kent als karaoke. Ze houden van zingen hier. Van de schoonmaakster in een hotel tot een scholier op straat, ze zingen allemaal. Nu is zingen iets prachtigs, wij zingen zelf ook graag, maar met een microfoon heb je toch een groter bereik dan in de badkamer. In ieder geval hoef je geen talent te hebben en dat is precies de reden dat westerse toeristen een beetje lacherig doen of gillend weglopen als ze in de buurt van een Videoke-bar komen. Zelfs op het idyllische Santiago Bay waar wij de kerst doorbrachten schalden valse stemmen over het strand. Of je nou wil of niet, videoke hoort erbij.

Mindere kanten

Helaas is er ook hier een sekscultuur van westerse mannen met lokale vrouwen. Hiermee wil ik niet zeggen dat er geen sprake van liefde kan zijn, maar het voelt niet altijd even goed. Helaas hebben we toch ook veel oudere mannen gezien die met dames aan hun armen lopen die zelfs mijn dochter zouden kunnen zijn. Ik geloof heilig in zuivere, op gelijkwaardigheid gebaseerde liefde, waardoor ik al heel lang (10 jaar geleden al in Zuid-Amerika) moeite heb met het zien van zulke stelletjes. Aan de andere kant, ik ben man en heb absoluut oog voor de schoonheid van een jonge vrouw dus ik weet niet wat ik zou doen als ik boven de zestig ben, alleen en aandacht krijg van een prachtige jonge vrouw. De Filipijnse dames zijn prachtig, zijn zelfbewust en spreken overwegend beter Engels dan in andere Aziatische landen. Gelukkig hebben we geen Thaise taferelen gezien tenzij de ping-pong-shows hier ver van het oog plaatsvinden natuurlijk.

Kun je bovenstaande nog een mening of een oordeel noemen, het absolute dieptepunt van vermaak van de Filipino zijn in mijn ogen de hanengevechten. Naast basketball is dit een volkssport welke zelfs op televisie wordt uitgezonden. In het hele land zie je mannen met hanen naar de lokale arena lopen op een zondagmiddag. Zo zie je een vriendelijk mens ineens veranderen in een op bloed en dood belust monster. Onder het mom van cultuur winnen de voorstanders het van de tegenstanders, dus het gaat nog wel even duren voordat deze sport hier verdwijnt.

De Filipijnen, waarom nu?

De eilanden groep ligt behoorlijk ver van Europa vandaan dus Thailand zal voorlopig nog wel favoriet blijven bij veel mensen, maar de Filipijnen zijn ontdekt en de ontwikkeling gaat hard. De laatste drie weken hebben wij op het eiland Palawan doorgebracht waar wij de eerste verschijnselen van Ko Phi Phi-achtige taferelen hebben gezien in het populaire El Nido. Vrienden van ons die hier in 2010 waren spraken over een paradijsje waar het grootste deel van de dag geen stroom was en waar je een geweldige paradijs ervaring kon beleven. Vandaag nog sprak ik via Facebook Messenger een yoga-kennis die 4 jaar geleden nog een gelijkwaardige ervaring had in El Nido. De omgeving is uiteraard nog altijd prachtig met karstgebergte en de mooiste eilanden, maar het dorpje zelf is verworden tot een oord waar het draait om je spierballen en je buikspieren laten zien in de lokale bar. (Waarom zou je een shirt aantrekken als je de hele dag live Coca Cola light break kan naspelen?) Verder zijn de Island hop tours inmiddels zo druk dat je je afvraagt waarom je met zoveel mensen de natuur in wil en waarom er touroperators zijn die dan een party tour verkopen zodat je tijdens het varen naar een mooie baai lekker kan dansen en zuipen.

Secret Beach not so secret anymore
Secret Beach not so secret anymore

Maar goed, dat was één plek en ik behoor ook niet meer tot de doelgroep als yogi en op mijn leeftijd dus we zijn er dus ook maar snel weg gegaan en genoten van al het andere moois dat dit veelzijdige land te bieden heeft. Als backpackland is het de vraag of het zo populair zal worden als andere landen in Zuidoost Azië. Het noorden van hoofdeiland Lúzon is wat mij betreft het meest geschikt voor backpackers. De bussen zijn relatief goed en goedkoop, de afstanden niet te lang en de landschappen zijn majestueus. Oh ja, had ik al verteld dat de mensen hier geweldig zijn?

Maar….De ontwikkeling gaat snel en ik ben benieuwd hoe dit land er over tien jaar uitziet, dus mocht je er altijd al heen gewild hebben…dan zou ik nu gaan!

Foto blog: Shanghai in vogelvlucht

Vermoedelijk de Gobi woestijn
Vermoedelijk de Gobi woestijn
De Maglev trein experience
De Maglev trein experience
Poëzie in de metro
Poëzie in de metro
img_0662
Uitzicht vanaf de Bund
img_0664
De Bund
img_1814
Shanghai Street view
img_1819
Mistig Shanghai
img_1818
Luidende kerkklokken in Azië hadden we nog niet eerder gehoord
img_1817
De Bund
img_1815
Shanghai street
img_1821
De Grote Roerganger
Het miezert dus wij zijn thuis!
Het miezert dus wij zijn thuis!
Toch nog proberen wat te slapen
Toch nog proberen wat te slapen
Kunst op het toilet en daarnaast uitgelegd hoe de wc's precies worden schoongehouden, ondersteund door fotomateriaal
Kunst op het toilet en daarnaast uitgelegd hoe de wc’s precies worden schoongehouden, ondersteund door fotomateriaal
Karaoke op de luchthaven? Op Pudong International airport is het mogelijk
Karaoke op de luchthaven? Op Pudong International airport is het mogelijk

Tussenstop Shanghai

Het nadeel van een voordelig ticket is dat je soms lang moet wachten op je aansluitende vlucht. Onze overstap op Shanghai duurt vanaf het moment van landen tot het moment van weer opstijgen bijna 14 uur.

Op het moment van schrijven hangt Roos over twee stoelen en lijkt daadwerkelijk wat slaap te pakken. Ik echter, heb in de afgelopen 29 uur niet meer geslapen en het ziet er naar uit dat dat de komende 10 uur ook niet gaat gebeuren. Niets te klagen hoor, want het hoort erbij en zolang ik bezig ben, zoals het schrijven van een blog houd ik het prima vol.

De vlucht van Amsterdam naar Shanghai verliep, ondanks de slapeloosheid heel vlot en voor ik het wist hingen we al boven de Gobi woestijn. We troffen Shanghai in een miezerige nevel aan, maar binnen was het lekker warm. “Het ruikt naar kroepoek!, zei Roos toen we de aankomsthal in kwamen.

Gelukkig heeft China de mogelijkheid om bij een lange ‘lay-over’ een tijdelijk visum on-arrival te krijgen voor maximaal 72 of 144 uur. We moesten er even voor in de rij staan, maar met een strenge knik liet de dame van de douane ons het land binnen.

Met de Maglev, een zweeftrein die boven de 400 km per uur haalt, ben je binnen 7 minuten in de stad. Helaas reed de trein in ons geval maar 300 per uur, maar de snelheid was alsnog indrukwekkend. Op het eindstation stap je eenvoudig over op de metro en voor je het weet begeef je je in een Chinatown waar geen eind aan komt.

Shanghai ligt dicht bij de kust en de Yangtze-rivier scheidt het oude ‘koloniale’ Shanghai van het, met wolkenkrabbers bebouwde deel van de stad. Als we de metro uitkomen worden we dan ook verrast door een ijskoude wind. We vluchten een winkelcentrum in waar we voor de eerste twee uitdagingen van China komen te staan. 1. Communicatie en een ander schrift. 2. Vegetarisch???? What??? De dubbele espresso en het flesje water komt goed, maar de meer-kazen-pizza wordt een pizza Hawaii met ham, die we er maar van af plukken.

Na deze broodnodige ‘break’ gaan we onderweg naar de Bund, een toeristische promenade langs de rivier waar je het verschil kunt zien tussen het ‘ouderwetse’ en het moderne Shanghai. Helaas is het miezeren weer begonnen. Miezeren hoeven wij aan Nederlanders en Belgen niet uit te leggen; je denkt dat het meevalt en ondertussen lopen je schoenen vol met water. Het uitzicht is ook niet echt geweldig vandaag dus zelfs ik kon geen excuus verzinnen om niet naar Starbucks te gaan. Sorry, oké!

In de tussentijd zaten we na de koffie alleen nog maar te knikkebollen en hebben we de reis naar de luchthaven weer gemaakt. Inmiddels weer ingecheckt en helaas nog niemand gevonden die ons heeft overtuigd dat onze bagage echt vannacht tegelijk met ons in Manila aankomt.

Nog vijfenhalf uur tot vertrek, inmiddels 18.45 uur ga ik mijn meisje maar eens wakker maken en op zoek naar iets zonder vlees of vis.

Wish me luck!

PS Foto’s en misschien een filmpje volgen, maar Facebook en Google worden in dit land gecensureerd volgens mij want internet is best snel maar deze twee bedrijven lijken maar niet geladen te kunnen worden.