Rishikesh, de yogabubbel van India

Lakshman Jhula

Oeps! Ik bedoel eigenlijk die andere onofficiële naam: Yoga Capital of the World. Of, zoals ik zelf onlangs omschreef, een soort Hotel California; you can check out any time you like but you can never leave…..

….en zo ging het ook met ons….en als het niet ineens een stuk kouder was geworden…en wij houden niet van kou…..dan waren we er misschien nog wel geweest.

Het is een echt yogadorp waar vlees, vis en alcohol gewoon geen ding zijn en niemand die daar last van lijkt te hebben.

Zure yogi’s en diehard reizigers zullen misschien vertellen dat het er te commercieel of te toeristisch is geworden waar overigens niet echt iets aan gelogen is, maar Rishikesh is wat ons betreft een plek om je in onder te dompelen en lekker lang onder te blijven…..totdat het te koud wordt.

In dit blog kun je lezen wat wij zoal gedaan hebben met onze tijd in Rishikesh en daarnaast geef ik tips voor de zoekende yogi naar de perfecte yogaopleiding.

Tapovan, Lakshman Jhula en Ram Jhula

Rishikesh zelf is een typisch Indiaas stadje, teveel mensen, te veel motoren, te veel stof. De yogabubbel bevindt zich dan ook een paar kilometer stroomopwaarts langs de heilige rivier de Ganges. Maar, als je dan denkt dat je je in het centrum van de yogabubbel begeeft dan heb je het mis. Er zijn maar liefst drie mini-dorpjes, die allemaal Rishikesh heten te zijn, maar hun eigen karakter hebben. Aangezien wij tijd zat hadden hebben we ze alle drie uitgeprobeerd.

Tapovan

Gelegen aan de westzijde van Moeder Ganges ligt dit dorpje langs de drukke weg die naar het noorden loopt. Drie jaar geleden volgde Rosanne hier haar hatha yoga opleiding bij Yog Dham, toen één van de weinige yogascholen aan deze kant van de rivier, maar inmiddels één van de vele….dus ja, ook in India en met name Rishikesh is yoga nog altijd, of opnieuw, aan het groeien.

Een nieuwe opleiding vinden wij op dit moment niet relevant, maar we zoeken op deze reis vooral verdieping buiten de asana-beoefening om. Bhakti Yoga, de yoga van devotie stond voor ons in Tapovan op de eerste plaats.

Bhakti Yoga

Deze vorm van yoga is één van de hoofdtakken van yoga die al beschreven werd in de Veda’s, maar voor de meeste yoga-beoefenaars bekend is uit de Bhagavad Gita. Als je het in een definitie zou willen samenvatten dan betekent het; liefdevolle toewijding en overgave aan God (in welke vorm dan ook).

In de moderne visie van yoga die wij kennen wordt Bhakti Yoga vaak beoefend door mantra’s te zingen. Dit is één van de redenen dat wij David Lurey al jaren als onze leraar beschouwen en wij ons afgelopen zomer tussen de Hare Krishnas in het Vondelpark begaven om te zingen en ons over te geven aan het hogere in ons zelf. (Voor filmpjes, klik op de links)

Geplaatst door Linda de Waal op Dinsdag 3 juli 2018

Aangezien wij dol zijn op Kirtans, zoals deze bijeenkomsten ook wel genoemd worden, hebben wij ons drie weken lang overgegeven aan de basis om een kirtan te leiden. Voor het eerst van ons leven gingen we op muziekles en leerden de basis van het Indiaas Harmonium kennen bij Devi’s Music Ashram. (Voor filmpjes over onze vorderingen hoef je niet te klikken want die worden pas over 108 jaar vrijgegeven 😀 )

Ram Jhula

Eigenlijk is Ram Jhula de naam van de ‘voetgangersbrug’ die de verbinding is tussen de twee oevers van de Ganges, maar de naam is duidelijk voor iedereen, als er gevraagd wordt waar je verblijft.

Ram staat voor Rama, de zevende incarnatie van de god Vishnu die onder Hindoes, oude en moderne yogi’s bekend is uit de epos Ramayana. Als je ooit les van mij hebt gehad dan herinner je je misschien nog wel een les die ik op verschillende plekken heb gegeven met de Ramayana als thema.

De toegewijde yogi vindt in Ram Jhula over het algemeen meer verdieping dan in Lakshman Jhula. Daarnaast is het meer India, iets rauwer, dan in het toeristische hart, twee kilometer noordelijker.

Swarg Ashram

Dit gebied is een dorp op zich en bevat woonhuizen, tempels, ashrams, winkels en natuurlijk heel veel opties voor Yoga Teacher Trainingen.

Rishikesh
Foto Credits: Rosanne met een beetje hulp van Google Photos

Parmarth Niketan

Binnen de Swarg Ashram hebben wij ons een paar dagen begeven in de rust van de ‘toeristvriendelijke’ Parmarth Niketan Ashram. Deze ashram is onder nationale en internationale toeristen bekend om de dagelijkse Ganga Aarti waar toegewijden en belangstellenden kijken en luisteren naar de aanbidding van Ma Ganga door vuur, muziek en zang. Als je niet in de gelegenheid bent om dit ooit een keer mee te maken dan kun je iedere dag live op Facebook meekijken. Check vooraf even hoe laat de zon onder gaat in Rishikesh en je weet hoe laat je klaar moet zitten.

Het was geen liefde op het eerste gezicht toen wij bij Parmarth aankwamen. De oostelijke oever van de Ganges is vochtig en de goedkope kamers zijn doordrongen van het vocht. De eerste nacht sliepen we dan ook in een kamer die ik De Grot noemde. De ooit witte muren waren groen uitgeslagen en zelfs overdag was er geen daglicht in De Grot.

Na een upgrade naar een nieuw, maar duurder gedeelte van de Ashram stonden we eindelijk open voor de overgave aan het eenvoudige leven in een ashram. Een kleine week lang iedere dag twee asana lessen, de Ganga Aarti en daarna Satsang, een bijeenkomst waarbij allerhande spirituele en aardse zaken, worden besproken, met de Amerikaanse Sadhvi Bhagawati Saraswatiji, een bijzonder inspirerende dame, die haar veilige Amerikaanse leven achterliet voor een leven vol toewijding aan God in India.

De twee yogalessen waren heel eenvoudig en vooral opgezet voor de buitenlanders. Het percentage Indiërs-buitenlanders was in de Ashram denk ik  70-30, maar in de yogalessen was het meestal 10-90. Ondanks de eenvoud hebben we er enorm van genoten, want yoga is juist zo mooi in z’n eenvoud.

Swasti Yoga

De beste en populairste yogaleraar in de Swarg Ashram is Surinder Singh. Iedere ochtend geeft hij anderhalf tot twee uur les aan bijna vijftig mensen die het geluk hebben, of zo slim zijn om heel vroeg te komen. De les begint om 8.45 uur, maar kom gerust om 8.00 uur om er zeker van te zijn  dat je een plekje hebt. Houd rekening met matje aan matje, precies genoeg ruimte dus om je naar binnen te keren. De yogastijl is zijn visie op Hatha Yoga, die dieper gaat dan alleen maar lichamelijke oefeningen; en  juist voor verdieping kwamen we deze keer naar Rishikesh.

Rishikesh

Lakshman Jhula

Net als broer Ram Jhula is dit eigenlijk de naam van de brug maar tevens de indicatie dat je aan de oostkant van de brug verblijft, het toeristische hart van ‘Rishikesh’.

Lakshmana was één van de drie broers van Rama, die zijn leven volledig in het teken stelde van zijn broer. Een legende in Rishikesh vertelt dat de plek waar Lakshman Jhula gebouwd is de plek is waar Lakshmana met behulp van twee jute touwen de Ganges overstak. Deze brug is de oudste van de twee bruggen en werd in 1930 toegankelijk voor de bevolking. Tot die tijd verplaatste de bevolking zich op de zelfde plek over een jute touwbrug, die door een grote overstroming in 1924 verwoest werd.

Dit gedeelte wordt gedomineerd door backpackers en minder door spirituele zoekers, hoewel een combinatie van die twee uiteraard mogelijk is 😉 . Je kunt hier op verschillende plekken goede koffie drinken, veganistische gebakjes en internationale gerechten eten.

Natuurlijk mogen op dit soort plekken de tattoo-shops niet ontbreken, dus ook voor ons even de mogelijkheid om de spirituele verdieping even los te laten en ons over te geven aan inkt, een beetje pijn en veel jeuk….maar het resultaat mag er zijn.

Ganesha
Ganesha. Design and Ink work by Kalka Tattoo Rishikesh
Durga
Durga. Design and Ink work by Kalka Tattoo Rishikesh

Een Yoga opleiding in India….Moet ik dat wel doen?

Het kiezen van een yogaopleiding is heel persoonlijk dus het juiste antwoord kan ik je niet geven, maar ik heb wel een paar tips voor je.

Wel doen

 

Rishikesh

 

 

 

 

 

Rosanne koos heel bewust voor Rishikesh een paar jaar geleden. Het heeft lang geduurd voordat zij de weg naar het voorste matje maakte aangezien ze 16 jaar geleden al voor het eerst op de mat stond.

Haar keuze voor een yoga opleiding in India was simpel. Er was een droom van kinds af aan om alleen te reizen, India trok toen al en er was inmiddels een wens om net als ik yogadocent te worden. Het werd Rishikesh. Het decor van de Himalaya en vooral de heilige Ganges won het van bijvoorbeeld Goa of Dharamkot.

Rosanne koos voor een opleiding die klassieke Hatha Yoga biedt, omdat het de basis is van alle andere yogavormen, en omdat Hatha haar eerste yogaliefde is. Wat zij fijn vond aan de school, waar ze na eindeloze avonden research op het internet voor koos, was dat ze met kleine groepen werken. Ook lag de school fijn, niet bij een drukke weg, je had je eigen (basic) kamertje met badkamer en de maaltijden waren heerlijk, zo beloofden de reviews. Het klopte.

Je een maand lang overgeven aan een strak schema van 5 uur opstaan, pranayama- en asana practice, filosofie- en anatomielessen, was heel intens maar ook geweldig. Je krijgt een enorme focus en ondanks dat je lichaam het, zeker in het begin, zwaar heeft met 4 uur asana practice per dag, 6 dagen per week, kan Rosanne het iedereen aanraden. Je wordt met je eigen weerstand geconfronteerd, maar dat doet iedere (goede!) yogaopleiding. Het is daarom een prachtige en enorm leerzame ervaring.

Of je daarna voldoende basis hebt om les te geven is de vraag, en hangt vooral af van de ervaring die je als yogabeoefenaar hebt. Juist uit die ervaring, het zelf doorvoelen, kun je putten als yogadocent. Zoals Patthabi Jois al zei:

“Practice, and all is coming”

Niet doen

Binnen een jaar na mijn eerste stijve-harken-houdingen op de mat begon ik met zoeken naar een yogaopleiding. Ook ik heb naar India gekeken, maar mijn internet research leverde mij niet het juiste gevoel op; en dat terwijl ik graag reis. Het verbaasde mij ook!

In Nederland zocht ik verder maar het resoneerde nergens totdat ik bij Yogisha in Amsterdam het boek 12 Goeroes 13 Ongelukken van Johan Noorloos kocht. Na het boek in twee dagen uitgelezen te hebben wilde ik meer over deze Amsterdamse yogaleraar weten. In dat boek schreef hij over de Yoga Garden waar hij toentertijd lesgaf en zo kwam ik daar terecht voor deze opleiding.

Wat ik lastig vond in Nederland was dat ik vaak de enige man was in een yogastudio. Ik zat dan tussen alleen maar vrouwen die stuk voor stuk leniger waren dan ik, om over de lenigheid van de yogajuffen maar niet te spreken.

Voor mij was het dan ook belangrijk dat er les werd gegeven door mannen. Bij Yoga Garden zat ik goed met twee mannelijke docenten en één vrouw. Het grappige is achteraf dat ik afkwam op de bekende naam van Johan, de liefde voor de traditionele verhalen en de asana techniek van Marcel van de Vis, maar echt ‘verliefd’ werd op Anat Geiger, de enige vrouw in deze voor mij heilige drie-eenheid.

Heilige drie-eenheid is misschien een beetje te superlatief, maar ik dank God dat ik nog de mogelijkheid heb gekregen om net in de overgangsfase te zitten van de overstap naar Johan zijn Nieuwe Yogaschool. Als ik nu zou moeten kiezen zou ik het echt niet weten.

Maar….ik ben weer eens wat lang van stof, sorry….de allerbelangrijkste reden voor mij om in Nederland een yogaopleiding aan te raden en niet in India is dat de mogelijkheid er is om in negen maanden tijd je te ontwikkelen tot een yogadocent (oké, pas als je je rijbewijs hebt, leer je echt rijden).

Wat ik vaak terug zie bij mensen die in een maand hun 200 uurs diploma hebben behaald is dat ze dan nog maar maximaal een uur lesgeef ervaring (examenles) hebben en de stap naar een echte studio groot vinden. Toen ik het felbegeerde diploma in handen had na negen maanden trainen gaf ik al vier lessen in de week, wat me zelfvertrouwen gaf en waar ik dus heel dankbaar voor ben.

Stel, je wilt je yogaopleiding in India doen…Waar moet je dan op letten?

Kleine of grote groepen

Wil je liever kleine groepen waar er veel persoonlijke aandacht is? Of krijg je juist energie van grote groepen mensen bij elkaar? Rosanne wilde heel graag zo’n kleine groep, ik vind matje aan matje helemaal het einde.

Ik schreef het al, het is echt een persoonlijke keuze.

Yogastijl

Heb je een gevoel bij een bepaalde stijl van yoga waar je in zou willen specialiseren of wil je juist diverse stijlen uitproberen zodat je daarna een keuze kan maken?

Voor Rosanne en mij was het heel duidelijk. Rosanne wilde Hatha Yoga en ik Vinyasa Flow. Dat we later allebei ook Yin en Restorative Yoga gingen volgen en geven kwam omdat je, als je eenmaal op dit pad zit, je wilt blijven ontwikkelen.

Facebook

Wordt lid van Facebook groepen, bijvoorbeeld Rishikesh Yoga Community waarin je om tips kunt vragen. Let er dan wel op dat je bij eventuele antwoorden ook kijkt wie die antwoorden geven. Als het antwoord komt van Arvind Kumar (verzonnen naam) die heel toevallig de neef is van de eigenaar van een TTC dan mag je je afvragen of dat objectief is. Het liefst hoop je op mensen die persoonlijke ervaringen hebben, maar ook dan, het blijft subjectief.

Yoga komt uit India en dus is dat de beste yoga

We kunnen er van uit gaan dat yoga in India is ontstaan, maar dat wil niet zeggen dat yoga in India ook het zelfde wordt beleefd als bij ons in het Westen. Yoga omvat veel meer dan asana alleen en dat wordt in India ook zo beleefd. Dus….verwacht geen inspirerende praatjes en een leuk lesthema dat mooi bij de tijd van het jaar past tijdens je asana practice zoals wij in Nederland gewend zijn.

Asana practice is gewoon heel hard werken en de uitvoering ervan wordt vaak streng bekeken en beoordeeld door de docent. Asana’s worden vaak niet voorgedaan, maar worden gecommandeerd. Heel anders dus dan de mix van yogahoudingen en mindfulness waar wij over het algemeen van houden.

Tijd

…en als je dat niet hebt, neem het dan. De allerbeste tip, wat betreft Rishikesh althans, is er op de bonnefooi heen gaan. Daar gaan zijn, voelen en praten met andere zoekers. Ervaringen horen van mensen die een opleiding doen of net gedaan hebben. Gaan kijken bij scholen.

Deze tip komt uit de koker van Rosanne, maar inmiddels kan ik dit absoluut beamen. Ondanks dat zij blij was met de kleine groepen, haar diploma en de ervaring om alleen in India te reizen was ze niet echt onder de indruk van de docenten en wat ze van hen geleerd heeft. Ik schreef het al eerder….

Gelukkig is het net als autorijden. Je leert het pas echt als je je rijbewijs al hebt.

De eerder genoemde Surinder Singh kreeg ik als tip via een vriendin die zich nu ergens tussen Bali en Bangladesh bevindt….Of waar zit je eigenlijk Ro? Toen ik zijn naam eenmaal kende kreeg ik ineens uit allerlei andere hoeken te horen dat hij de beste yogaleraar van Rishikesh zou zijn.

Het zelfde geldt voor een yogaschool waar ik ook via mijn netwerk in Leiden van gehoord had. Er ging geen dag voorbij dat we niet met deze school werden geconfronteerd tijdens ons verblijf. Helaas hebben we deze school niet kunnen uit testen dus ik noem de naam dan ook niet….als gezegd, het werd te koud voor ons.

Oh! Nog één ding…..

Yin Yoga komt 100% zeker niet uit India. Ik kan een heel blog wijden aan hoe dat zit, maar neem het voorlopig maar even van me aan.

Hier in India hebben ze inmiddels wel in de gaten dat Yin Yoga in het westen rete-populair is dus de eerste TTC’s in Yin Yoga zijn al in Rishikesh gesignaleerd.

Afraden daarop af te gaan doe ik niet, maar let op welke leraren er lesgeven en vooral waar zij hun Yin Yoga kennis hebben opgedaan, welke docenten zij hebben gehad. Wij hebben één docente gevonden die we zeker aanraden. Zij leidt de Yin TTC bij World Peace Yogaschool. Assistente van Sarah Powers word je niet zomaar dus als je toch overweegt naar ‘Yindia’ te komen dan adviseren wij je in deze school te verdiepen.

En…Tot slot…

Je mag ons altijd een berichtje sturen als je vragen hebt. Of we het antwoord voor je hebben kunnen we niet garanderen, maar we denken graag mee.

Kerst 2018

Mijn leven na een beroerte, een gast blog van de vader van Erwin

In de nacht van 15 oktober 1999 werd ik als een dief in de nacht overvallen door een hersen- infarct, ook wel bekend als een beroerte, een zogenaamd CVA (Cerebrum Vasculair Accident)

Binnen de kortste keren werd de dokter gebeld en vlak daarna kwam de ambulance om mij naar het Diaconessenhuis te brengen waar ik op de afdeling neurologie terecht kwam.

Van de eerste dagen weet ik niets. Daarna kwamen de onderzoeken, Daarna de uitslag van de neuroloog. Diagnose: zwaar herseninfarct. Volgens de neuroloog moest ik er rekening mee houden, dat mijn leven nooit meer 100% hetzelfde zou worden.

Strijdbaar zei ik: 

“Dan ga ik voor 99%!”

 “Goede instelling!” antwoordde de neuroloog. “U red het wel!”

Dat heb ik mezelf en mijn omgeving inmiddels bewezen. Ik blijf positief denken en doen. In eerste instantie vocht ik mijn plek terug in deze maatschappij.

Veel mensen vonden mij zielig. Deze mensen liet ik links liggen. Ik heb er niets aan om zielig gevonden te worden.

Door mijn beroerte spreek ik moeilijk. Sommige mensen probeerden mijn verhaal af te maken. Bijvoorbeeld als ik niet op een woord kon komen, dan probeerden ze die zin af te maken.

Op den duur heb ik dat probleem opgelost. Zoals voor dat woord een ander woord verzinnen. Ik werd daar heel creatief in, een vensterbank werd bijvoorbeeld, die plank bij het raam.

Ik probeerde mezelf er altijd zelf uit te redden en mensen gelijk te vertellen dat het mijn verhaal was en ik het zelf wil afmaken.

De eerste dagen in het ziekenhuis probeerden ze mij tegen een muur te zetten. Ik had het gevoel dat er gelatine in mijn benen zat, ik kon niet zelfstandig staan. Als ik ze aan had gehad dan was de moed me letterlijk in de schoenen gezakt.

Ik vertelde de fysiotherapeut: “Ik wil lopen, maar dat lukt niet zonder spieren; er zit gelatine in mijn benen.”

“Dat moeten we met met de neuroloog bespreken” was zijn antwoord. “Er is een standaard procedure voor patiënten als u.”

Kortaf reageerde in een soort van morse code: “Ik ben Henk Anemaat en ben geen standaard type!” 

“Eerst moeten wij van u ’n hersen scan maken en later kijken we hoe we u moeten behandelen.” Ik sputterde tegen en zei: “Het lukt mij! Ik stel mij een doel waar ik op af ga.”

Om mijn drang naar vrijheid te houden gaf ik op een ochtend aan dat ik graag met een scootmobiel wilde leren rijden. Het antwoord was dat dat met mijn indicatie waarschijnlijk onmogelijk was. “Dat zullen we nog wel even zien!” was mijn antwoord. Binnen de muren van het revalidatiecentrum oefende ik elke dag en uiteindelijk moest men hun vooraf gestelde mening toch weer loslaten. Ik kon prima aan het verkeer deelnemen.

Dat bleef ik volhouden. Iedere keer zocht ik mijn nieuwe doel op en ik wilde zelf bepalen wat er moest gebeuren om mijn doel te bereiken. Onbewust heb ik vermoedelijk wel meegewerkt met de artsen maar ik in mijn achterhoofd streefde ik naar het door mij gestelde doel.

Dit heb ik constant volgehouden tot aan de dag van vandaag.

Na het ziekenhuis ging ik naar het revalidatiecentrum. Niet dat ik dat wilde maar ik merkte dat dat voor mijn eigen bestwil was.

Toen ik daar naar binnen werd gebracht met de ambulance herkende ik een verpleegkundige. Hij wenste mij succes en ik zei stoer: “Ik kom hier lopend uit.”

Ik heb weken, nee, maanden rondgekeken en andere revalidanten bekeken, die wel konden lopen. Soms droomde ik dat ik net als die anderen de gang op kon lopen en in de eetzaal op een gewone stoel aan tafel kon zitten. Ik had inmiddels geleerd hoe je moet overstappen van je rolstoel, dat voelde voor mij op dat moment als lopen.

Rond de Paasdagen stonden er chocolade-eitjes bij de receptie waar ik dagelijks langs kwam met mijn rolstoel op weg naar de fysiotherapeut. De fysiotherapeut zag dat ik er elke dag naar keek. Nadat ik dagenlang met mijn wandelstok korte stukjes had gelopen zei hij: “Wilt u een chocolade-eitje? Gretig zei ik : “Ja  graag!”

Hij vroeg of ik mijn stok wilde geven en zei: “Loop naar de overkant en breng 2 eitjes mee voor ons twee.” Een paar weken later moest ik van hem nog zoiets doen. Het ging toen over het halen van limonade.

Naast deze uitdagingen moest ik ook een evenwichtstest doen. Ze gooiden wegwerp kleerhangertjes in de badkamer die ik moest ontwijken. Zonder iets te raken kwam ik zelfstandig aan de andere kant van de badkamer; ik bleef in balans. Dit alles bleek achteraf een test van zelfstandig obstakels oplossen.

Ik liep zoveel mogelijk zonder wandelstok en werd uitgeroepen tot de beste revalidant. Een voorbeeld voor anderen zeiden ze.

Ik heb de belofte aan mezelf waargemaakt. Heel moeizaam schuifelde ik naar de auto naar mijn volgende bestemming.

Na 9 maanden zou ik worden ontslagen maar het thuisfront was daar niet klaar voor. Meteen naar huis gaan was niet verantwoord. Mijn vrouw was net als ik door dit noodlot getroffen en zij kon niet meer voor mij zorgen en ik niet voor haar.

Tijdelijk ging ik naar verpleegtehuis Bernardus om verder te revalideren, maar door de problemen thuis kreeg mijn verblijf daar ook weer een nieuw doel: Werken aan zelfstandigheid.

In het verpleeghuis werden de puntjes op de i gezet, waarna ik naar huis mocht. Ook het doel werken aan zelfstandigheid is me gelukt.

Ik kreeg een eigen flatje en daar moest ik laten zien dat ik alleen kon wonen. Ik bleef aan mezelf werken en ondernam verschillende activiteiten, waaronder: een cursus Engels voor senioren en ik ging naar een schildersclub, terwijl ik wist dat ik vroeger al niet kon tekenen. Gelukkig hadden ze daar een oplossing voor. Een mevrouw van het clubje kon goed tekenen en hielp de anderen die dat niet konden. Twee begeleidsters hielpen mee om een keuze te maken van een te schilderen afbeelding en ze leerden ons hoe wij moesten beginnen. Helemaal zelfstandig kon je na verloop van tijd een leuk schilderstuk maken. De begeleidster maakte de rest af zoals een lakje eroverheen om je kunststuk om de kleuren blijvend te bewaren. Vervolgens nam je je schilderij mee naar huis en hier en daar gaf ik wel eens een schilderstuk weg voor een verjaardag en een aantal hangen bij mij thuis in de gang.

In de loop van jaren heb ik een behoorlijk aantal schilderwerken gemaakt. Mijn gang ziet er uit als een grote bloemenpracht. Van sneeuwklokjes, blauwe druifjes, narcissen, tulpen, koningsvlinder, een dalende vredesduif en twee dolfijnen. Na 11 jaar stopte de begeleiding, die ruim 15 jaar gratis ouderen aan het schilderen hadden gekregen.

Steeds een ander doel kiezend heb ik uiteindelijk mijn stamboomonderzoek weer opgepakt. Ik kon helaas vanwege mijn handicap geen archieven meer bezoeken zoals ik vroeger wel had gedaan. Ik sloot mij aan bij het seniorenweb, daar leerde ik met een computer om te gaan.

Vanaf toen ging ik mijn stamboom digitaal uitzoeken waarbij ik met behulp van de mailgroep Genealogie die ik soms hard nodig had als ik weer eens vastliep. Ik was in ieder geval lekker bezig en had een goede vrijetijdsbesteding.

Mocht je nu denken dat ik door mijn beperkingen alleen maar thuis dingen zat te maken en uit te zoeken dan kan ik zeggen dat mijn volharding rondom de scootmobiel nooit voor niets is geweest, want ik ben er vaak op uit geweest. Soms om vrienden en familie te bezoeken, maar vaak ook om lekker de natuur in te gaan. Ik woon ongeveer de helft van mijn leven vlakbij bos, duinen en strand en heb de afgelopen jaren heerlijk genoten van alle mooie natuur die mijn leefomgeving te bieden heeft.

Inmiddels was ik verhuisd naar een aanleunwoning, maar ik had bewezen dat ik echt zelfstandig kon wonen. Met hulp van de kinderen en de thuiszorg ging het jaren goed met mij.

Totdat weer het noodlot toesloeg. In 2014 waren mijn hart, longen en nieren aan de beurt. Daarnaast kreeg ik prostaatkanker en ouderdomssuiker. Mijn lijstje met kwalen wordt alleen maar groter.

Een paar weken terug merkte ik ook dat ik steeds minder ver kan lopen; 10 meter was al te ver. Met mijn huidige fysiotherapeute ben ik gaan kijken of er verbetering mogelijk is door aan mijn beenspieren te werken. Ik heb de afgelopen weken gefietst tijdens de therapie en met het vertrouwen in mezelf en de fysiotherapeute stappen gaan maken. De eerste keer haalde ik 38 stappen, de volgende keer 47 en de afgelopen week telden we 52 stappen. Ik denk in mogelijkheden en niet in onmogelijkheden.

Ik blijf altijd positief. Hierdoor is alles wat ik te verwerken krijg leefbaar te houden. 

“Iedere dag is een dag om te overleven, maar ik geniet van het leven.”

Mijn hersenbeschadiging is hanteerbaar. Ik ben lekker bijdehand, maak een grap hier en een grap daar en inmiddels vind niemand me meer zielig, maar word ik overal voor vol aangezien.

Ik wist nooit van mezelf dat ik zoveel veerkracht in me had. Het leven is mooi, ik ben gelukkig met mijn leven en alles gaat op mijn manier. Ik heb prachtige kinderen en kleinkinderen waar ik heel trots op ben.

Ik zeg nu: “Ik heb een hersenbeschadiging opgelopen maar niet mijn verstand verloren.”

Wat? Suan Mokkh – 10 dagen stilte – Waarom?

Aangezien ik al schrijvende van dit blog tot de conclusie kwam dat het nogal een ‘long read’ zou worden heb ik ervoor gekozen om mijn persoonlijke ervaring in Wat Suan Mokkh in een apart artikel te verwerken.

Dag -1

Een dag voor vertrek geniet ik nog van een dubbele espresso waarna ik een bus neem naar Suan Mokkh. Een uur of zo later wurm ik me uit het volgepropte busje samen met mijn nieuwe vrienden Bianca uit Brazilië en Valentino uit Italië.

Een beetje onwennig lopen we onder de poort door waar meteen een rust heerst die niet te vergelijken is met de stad Surat Thani waar we zijn opgestapt en de drukke weg waar we uit zijn gestapt.

De eerste ontmoeting met een monnik is een bijzondere ervaring. We zijn hier duidelijk niet voor de lol.

“Passport!”, commandeert hij.

Kopietjes van de paspoorten worden gemaakt op vergeeld papier, waarna we afscheid nemen van Bianca die naar het vrouwengedeelte wordt gecommandeerd en de heren gaan naar de slaapzaal, waar we vannacht voor het eerst op een betonnen ondergrond zullen slapen.

Inmiddels ontmoet ik Sander uit Amsterdam en een Franse fietser. In de langzame uren die volgen voegen zich steeds meer mensen bij ons in de donkere kamer. Niet alle mensen die hier nu zijn komen voor de 10-daagse. Passanten kunnen hier tot maximaal een week gratis overnachten. De meesten echter zijn van plan om tien dagen te blijven. Sommigen twijfelen nu al of ze dat gaan volhouden zoals een Amerikaanse latino die zegt dat hij van praten houdt en dat ook steeds bevestigt door het stopzinnetje “It’s like…” toe te voegen aan zijn stortvloed van woorden.

Dag 0

Ondanks de harde ondergrond word ik opgewekt en uitgerust wakker van de harde bel om 4.00 uur in de ochtend. Ik hoef er nog niet uit want de registratie begint pas om 7.00 uur.  Twee uur later sta ik bij de hoofdingang mijn rugzak in een busje te laden die ons de weg over zal brengen naar het International Dharma Center.

Aangezien ik me als één van de eersten inschrijf heb ik nog genoeg keuze uit de dagelijkse klusjes die er zijn. Even twijfel ik of ik mezelf een ‘kutklus’ ga geven om daarin een spirituele opdracht te vinden, maar ik maak me er toch met een makkie vanaf door me in te schrijven op het vegen van de eetzaal na het ontbijt. De gedachte erachter is dat ik daar dan toch ben en dat ik de rest van de dag niet meer hoef na te denken dat ik een klus te doen heb. In het dagelijks leven ben ik ook ’s ochtends het meest productief tenslotte.

Aangezien het programma pas die avond start ben ik de rest van de dag vrij. Er blijkt wifi te zijn en ik hoef mijn telefoon pas om 15.00 uur uiterlijk in te leveren dus ik app wat met Rosanne, die verrast is omdat we dachten dat we elkaar niet meer zouden spreken. Aangezien zij zelf ook midden in een Rebirthing training op Koh Phangan zit houden we het kort en lever ik mijn telefoon uiteindelijk gewoon maar in.

Het ontbijt smaakt heerlijk en ik kijk al uit naar de rest van de maaltijden. Eten is een belangrijk iets in mijn leven en minder eten al helemaal, dus daar ga ik deze dagen mee aan de slag. Voor nu geldt dat ik mag opscheppen wat ik wil en dat doe ik met plezier.

Als ik mijn spullen heb gepakt wandel ik naar mijn kamer, of cel eigenlijk, om die in te richten. Ik tref een betonnen plaat met daarop een stuk hardboard en een houten kussen. Ik leg mijn yogamat daarboven op en hang mijn klamboe op waarna ik de rest van het heren-wooncomplex verken. De toiletten zien er netjes uit en de waterbassins zijn al gevuld voor de nodige lichaamsreiniging.

Ik verken het terrein en geniet van de natuur en stilte om me heen. In de grote meditatiehal richt ik mijn zitplaats voor de komende dagen in en ga zelfs al een uurtje even zitten. Dat ik dit doe is al een groot verschil met de vorige keer toen ik echt een enorme hekel had aan de meditatiezaal. De buitenzaal is een grote aangeharkte zandbak en niet een te hete hal binnen met te kleine raampjes die ik toen in België aantrof, dus dat scheelt.

Tijdens de lunch wordt het steeds drukker en ik merk dat ik deze drukte niet heel prettig vindt. Mensen willen op de één of andere manier graag nog even praten voordat het niet meer mag en ik merk aan mezelf dat ik me vooral wil terugtrekken. Toch is het wel leuk om te horen wie mensen zijn, waarom ze daar zijn en wat ze daar komen doen. Zo ontmoet ik Justine die met haar arm in het gips vertelt dat ze eigenlijk in Thailand is om als professioneel Thai bokser aan de slag te gaan, maar in haar eerste gevecht al haar hand brak. Aangezien ze altijd een uitdaging nodig heeft besloot ze dan maar een geestelijke uitdaging aan te gaan. De Franse fietser vertelt dat hij, hierna, naar Myanmar gaat fietsen en daarna via Thailand naar Cambodja fietst. De meesten zijn net als ik lang op reis, maar Sander uit Amsterdam is speciaal hiervoor uit Nederland komen vliegen en Valentino werkt als Digital Nomad in Chiang Mai waar hij met zijn Europese salaris goed kan leven aangezien Chiang Mai één van de goedkoopste steden van Thailand is om te leven.

Na de rondleiding, een instructie en een eerste zitting neem ik afscheid van deze mensen met:

“Speak to you in 10 days!”

Dag 1

Het houten kussen slaapt zo slecht nog niet. Eén van de monniken legt het later uit als:

“Het is niet zo onaangenaam dat je ‘m van je afschuift, maar ook net niet aangenaam genoeg dat je je wekker op ‘snooze’ drukt.

In de donkere ochtend is het vinden van mijn weg in het bosrijke complex nog geen makkelijke opgave, maar alles is nieuw. De stilte is heerlijk. Een non leest een verhaal voor en we mediteren tot 5.15 uur. Ik kijk erg uit naar de yoga, maar helaas valt dat wat tegen. De Duitse vrijwilliger heeft z’n kennis duidelijk uit boekjes en ik voel veel weerstand.

Mediteren gaat best aardig deze eerste dag en ik ben heel blij, rustig en tevreden met mijn keuze om hier te zijn met mezelf. De wandelmeditatie in een lange rij langs de vijvers zijn heel bijzonder en zullen me de komende avonden veel plezier brengen.

Dag 2

Ik heb me voorgenomen om deze keer niet iedereen een naam te geven zoals ik dat de vorige keer deed, maar helaas kan ik me hier op dag 2 al niet meer aan houden. Voor ik het weet zit ik tussen Phil Collins en Mr. Miyagi in. Gelukkig lukt het me wel het te beperken tot mijn twee buurmannen.

Op dag 2 kies ik om niet de yogales van de Duitser te volgen, maar de Tai Chi van de vriendelijke Thaise man die met mij het welkomst-interview hield. Vanaf het moment dat deze man begint te praten hang ik aan zijn lippen:

“Enjoy the breath! It keeps you alive. If you love your breath, you love life!”

Hij gebruikt wat basale yogabewegingen voor de warming-up en eindigt zijn les met Tai Chi oefeningen. Ik besluit de rest van de tijd naar deze lessen te gaan. Niet dat ik zo graag Tai Chi beoefen, maar ik laat me graag inspireren en deze man is een heel inspirerende leraar.

Er is op dag twee wel een hoop weerstand, vooral in mijn hoofd. Het begint al met de oude abt van het klooster die een lezing houdt, maar onverstaanbaar is omdat zijn Engels echt niet te volgen is. Het enige dat ik versta en wat hij vaak gebruikt is:

“Good friends”

Dat zijn wij, denk ik!

Wat me opvalt is dat mijn lichaam niet zoveel pijn doet als de vorige keer in 2015 terwijl ik toch langer zit dan toen. Ik twijfel soms aan mezelf of ik mentaal gegroeid ben in de afgelopen jaren, maar mijn lichaam geeft duidelijk aan dat ik dit een stuk beter aan kan dan toen.

Ik kijk deze ochtend uit naar het ontbijt. Het lukt prima om lange tijd niet te eten, zeker omdat je met hele andere dingen bezig bent, maar de dankbaarheid die je voelt als je je eerste hap van de dag neemt is niet te beschrijven. We moeten echter wachten met eten totdat iedereen heeft opgeschept, waarna we het eten observeren en een gezamenlijk dankwoord uitspreken. Ik mag van mezelf één keer opscheppen omdat ik weet van de vorige keer dat grote ogen veel last bezorgen tijdens de meditaties.

Mijn vaste klusje van het aanvegen van de eetzaal begint op dag 2 al routine te worden. Na het eten wast iedereen zijn bord af en vertrekt uit de zaal voor zijn eigen bezigheden en klusjes. Het is fijn om iets anders te doen en het is ook bijzonder om te merken dat je met mensen samenwerkt zonder dat je met elkaar praat. Het vegen doen we met z’n tweeën waarna er twee man klaar staan om de boel te dweilen.

De tijd tussen het ontbijt en de volgende meditatie uren vult een ieder op zijn eigen manier. Mijn gespierde buurman doet vooral sit- en push-ups, een ander doet de was en een nogal aanstellerigere jongeman staat zichzelf te drogen in de zon zodat hij zijn sixpack kan tonen aan de rest.

Veel mannen maken gebruik van de hot springs waar ik niets van begrijp in deze warmte. Warm water en ik gaan al niet heel goed samen, maar na 5 minuten in de baden op dag 1 was ik meteen genezen. Ik was mezelf graag bij het koud waterbassin waar ik met een bakje water mezelf heerlijk kan laten afkoelen zodat ik me schoon en fris voel.

Dag 3

De dagen zijn herhalingen wat aan de ene kant heel fijn voelt en aan de andere kant is het ook heel saai. Het hoogtepunt van de ochtend is dan ook dat ik een oudere man die een kamer vlakbij mij heeft zie vertrekken. Schuldbewust kijkt hij me aan. Het was me opgevallen dat hij het zwaar had, maar dat is niets bijzonders aangezien we allemaal door een proces gaan tijdens zo’n periode.

We leren een wandelmeditatie aan waarna we zelf mogen gaan oefenen in de prachtige tuin van het centrum. Ik merk dat ik erg aan het knokken ben tegen mezelf. Ik probeer mezelf te overtuigen van het feit dat dit totaal zinloos is en dat de wandelmeditatie slechts een excuus is om niet te zitten. Toch lukt het me op enig moment om me echt te concentreren op m’n lichaam en niet zo zeer op m’n gedachten. Wel ben ik snel afgeleid, maar ook dat is geen groot geheim voor me.

…..”hoor ik daar nou een trein?”

Een groot verschil met de Vipassana methode van Goenka is dat mannen en vrouwen wel in aparte gebouwen slapen, apart van elkaar yoga doen en aan aparte zijden van de meditatiezaal zitten, maar verder lopen we gewoon dwars door elkaar heen. Voor iemand die snel is afgeleid is de aanwezigheid van de andere sekse geen voordeel. Ondanks dat iedereen bedekt gekleed is leidt het me toch af.

Dag 4

Het middagprogramma is opgedeeld in vier delen. Het begint met een meditatie instructie of lezing van een uur. Daarna een wandelmeditatie van een uur, waarna weer een uur zitten volgt. Het laatste uur van de middag brengen we door met een monnik die ik “The Joker”  noem. Niet omdat de man zo op de vijand van Batman lijkt, maar omdat hij heel graag grapjes maakt. Iedere dag maakt hij het zelfde grapje over onze houten kussens, waardoor ik in mijn hoofd het grapje zelf al maak voordat hij het uitspreek. Helaas voor mij vind ik hem helemaal niet grappig dus het uur met hem lijkt iedere dag langer dan zestig minuten.

Ik houd van zingen en ik zing graag uit volle borst mee tijdens kirtans dus dit uur keek ik erg naar uit voordat ik naar Suan Mokkh kwam. Helaas lijkt Boeddhistisch chanten helemaal niet op de vrolijke kirtans waar ik zo graag bij aansluit. Een conclusie die ik voor mezelf maak is dat de Boeddhisten een beetje de Calvinisten van de Oosterse religies zijn. Soberheid boven uiterlijk vertoon en vrolijkheid; volledige overgave aan de goddelijkheid.

Het chant-uurtje wordt afgesloten met een ‘loving-kindness-meditatie’ en is de enige reden dat ik niet spijbel tijdens dit uur.

Dag 5

Steeds meer mensen vertrekken voortijdig. Bij mijn vorige retraite gebeurde dit ook maar hier lijkt de vrijblijvendheid toch groter. Misschien is het grote verschil dat je bij Goenka Vipassana retraites al maanden van te voren aangemeld moet zijn en je een paar keer vragenlijsten moet invullen en moet beloven dat je blijft. Hier komen blijkbaar toch ook mensen die er van horen en dan denken:

“Hé leuk!”

Leuk is overigens geen goed woord voor een retraite als dit. Leuk is het niet, maar het leert je wel heel veel over jezelf en je patronen. Interessant zou je het beter kunnen noemen, d.w.z. als je jezelf wilt leren kennen.

Ik kom mijn dagen goed door. Het is fysiek minder zwaar zoals ik al schreef, maar ook mentaal gaat het heel goed. Omdat ik (te) veel tijd heb om na te denken vraag ik me af of ik me niet aan het verschuilen ben achter iets omdat ik hier met een reden ben gekomen. Ik heb de afgelopen tijd behoorlijk met mezelf in de knoop gezeten, ik ben hier om dat op te lossen en nu zit ik het hier een beetje goed te hebben.

Dat kan toch niet?

Een tussentijdse conclusie is dat ik erg geniet van de rust en het eenvoudige leven in de vrije natuur. Ik loop van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat op mijn blote voeten, krijg twee overheerlijke voedzame maaltijden per dag en heb, op het uitzicht op een paar mooie vrouwen na, geen afleidingen. De eenvoud zorgt voor een totale rust en tevredenheid. Nu nog een manier vinden om dit in mijn dagelijks leven toe te passen.

Dag 6

Ondanks dat het goed gaat met me heb ik nog dagelijks grote weerstanden. Dit vooral jegens de Boeddhistische leer die ik belerend vind. Bovendien is de methode zoals deze wordt gepresenteerd ruim over de datum heen.

Bij Goenka wordt gebruik gemaakt van opnames die wijlen S.N. Goenka ooit heeft gemaakt. Dit vond ik al achterhaald, maar Goenka maakt zich voor zover ik me kan herinneren niet schuldig aan meningen over de actualiteit. De opnames die in Suan Mokkh zijn gemaakt komen van de oprichter Buddhadasa Bikkhu en worden in het engels vertaald door een Amerikaanse monnik met nogal een nazistisch harde en belerende stem. Ik doe iedere dag mijn best om te luisteren, maar ik haak regelmatig af omdat ik het niet begrijp, niet wil begrijpen of ronduit ‘bullshit’ vind wat er verteld wordt.

Zo volgt in de opname op dag 6 een moraliserend en propagandistisch praatje over het feit dat niet Boeddhistische landen alleen maar bezig zijn met oorlog en verderf. De wapenwedloop tussen het Westen, Amerika voorop, en de communisten uit de Sovjet-Unie (welk land?) is daar een voorbeeld van.

Bovendien hebben zogenaamd Boeddhistische regimes in deze regio van de wereld wel laten zien dat ook Boeddhisten een behoorlijk agressief karakter kunnen hebben.

Wat me ook enorm irriteert aan zowel Goenka in het verleden en de Boeddhisten hier in dit klooster is die grote overtuiging dat zij de waarheid in pacht hebben. Zo beweert zowel Goenka als alle aanwezige leraren op deze compound dat de methode zoals we leren te mediteren rechtstreeks van de Boeddha afkomstig is. Het enige is:

DE TWEE METHODES ZIJN TOTAAL VERSCHILLEND!

Dag 7

De Vipassana methodiek van Goenka richt zich de eerste drie dagen op Anapana, wat een concentratie methode is op basis van de ademhaling. De methodiek van Suan Mokkh begint hier ook mee.

Waar Goenka op dag 4 over gaat op een minutieuze body scan blijven we hier bij de adem, die zij Anapanasati noemen. Na een aantal dagen bij Goenka merkte ik dat mijn geest steeds makkelijker in meditatie ging, maar de zestien stappen waar we deze week doorheen gepraat worden willen voor mijn gevoel weinig progressie opleveren.

Ik betrap mezelf meteen op een typisch fenomeen van de maatschappij waarin ik ben opgegroeid. We verwachten resultaten en snel een beetje! Als ik mezelf observeer merk ik nog steeds dat ik me op dit moment op m’n gelukkigst voel, dus of het nu de natuur of de methode is die me gelukkig maakt is eigenlijk niet van belang.

Dag 8

Net als de vorige keer begint het aftellen al als je over de helft bent, maar op dag 8 realiseer ik me dat mijn huidige leven al een week bezig is. Dat de wereld zoals ik die ken gewoon door is gegaan en dat ergens oostelijk van mij zich een eiland bevind waar mijn geliefde haar leven leidt.

Ik kan heel goed alleen zijn. Ik houd ook erg van alleen zijn, maar als ze er niet is dan mis ik haar. Ik denk aan de stomme grapjes die we graag maken, ik denk aan haar aanstekelijke en luidruchtige lach en de knuffels die ik haar wil geven. Het is goed dat we even los van elkaar zijn. Reizen met z’n tweeën is intens en we hebben allebei een heel emotionele en spirituele weg af te leggen.

Dag 9

Vandaag leven we als een monnik. Dat wil zeggen dat we vandaag maar één maaltijd krijgen. Ik vind het een mooie uitdaging en dankzij het feit dat er weer een afleiding minder is heb ik mijn beste meditatie-dag tot nu toe.

Ik geniet van de prachtige grote tuin, de vlinders, de rode libellen, de varanen die net doen of wij er niet zijn. Ik geniet van het wandelen op blote voeten en ik verbaas me erover dat mijn voeten helemaal niet vies lijken te worden ondanks de onverharde paden.

De dagelijkse wandelmeditatie in de avond is vanavond vrijblijvend en heeft een bijzonder tintje deze dag. Het is volle maan en het is heel helder. Ondanks dat we niet praten is iedereen duidelijk onder de indruk van de kracht en energie van deze volle maan. De meesten kiezen er dan ook voor om niet te wandelen, maar in het gras te gaan zitten en met open mond naar dat prachtig verlichte hemellichaam te kijken.

Dag 10

De laatste loodjes wegen het zwaarst. Mensen die geen zin meer hebben vertrekken nu al vast en dag 9 was zo geweldig en intens dat vandaag daar maar niet op wil lijken. Onthechting aan een goed gevoel blijft toch een opgave.

Langzamerhand beginnen steeds meer mensen te praten wat ik echt heel zonde vind. Het is zo magisch om dit tot het laatst vol te houden. Praten kan je nog genoeg vanaf morgen. Aan de andere kant, je bent meer dan een week stil, iets wat helemaal niet past in de manier waarop wij ons leven leiden.

Er staat ons nog één fysieke klus te wachten en dat is het herstellen van een vol met water gelopen pad bij de monniken en de buitenlanders die voor langere tijd hier verblijven. We lopen met grote manden met zand heen en weer, die we verderop op het pad storten zodat het weer begaanbaar wordt. De fysieke arbeid geeft me een machtig gevoel.

Een mooi en bijzonder iets van deze cursus is het moment van ‘sharing’ op de laatste avond. Als je wil mag je naar voren komen en je ervaringen delen met je mede-cursisten. Het is geweldig om stemmen te horen bij mensen die je alleen maar van gezicht kent. Het delen van deze ervaringen brengt een lach naar boven maar ook tranen. Bijzonder is om te horen dat de dames zich echt heel erg verbonden hebben gevoeld met elkaar en dat bij de heren een veel individualistischer gevoel heerst.

De enige tranen die ik in de afgelopen dagen heb gelaten vallen tijdens dit ‘sharing’ moment. Eén van de heren vertelt iets wat hij gezien heeft voordat de cursus begon. De eerste dagen was de hond van Suan Mokkh heel onrustig en continu een huilend geluid aan het maken. Aangezien ik een dierenliefhebber ben zocht ik haar veel op en na een paar dagen zocht ze ook mij op voor een knuffel. Het verhaal van mijn mede-cursist vertelde waarom de hond zo verdrietig moet zijn geweest. De man had namelijk twee mannen op het terrein gezien die twee puppies in een zak staken en ermee wegliepen. Het arme meisje was haar kinderen kwijtgeraakt.

De tranen biggelen over mijn wangen. De mede-cursist besluit met een positieve wending. Het arme dier werd per dag rustiger en verbleef dankzij ons allemaal een groot deel van de dag bij ons als we mediteerden. De energie die wij bij ons dragen heeft effect op alles om ons heen.

Die avond kan ik niet in slaap komen. Het praten, het horen van stemmen hebben mijn geest weer geprikkeld. Ik denk aan alles wat ik gehoord heb, alles wat ik had willen zeggen, aan seks…… En zo wen je langzaam weer aan de echte wereld.

Wat? Suan Mokkh – 10 dagen stilte – Wat, Hoe, Waar?

Het afgelopen jaar ben ik op spiritueel en emotioneel door een dal gegaan. In mijn ogen is er maar één manier om de dalen in je leven om te keren en dat is vol de confrontatie met jezelf aangaan.

The only way out is through

Maanden geleden publiceerde ik een oud blog dat ik ooit had geschreven over mijn eerste ervaring met een stilte retraite. Ik beloofde snel een update over de retraite die ik kort daarop in Thailand zou gaan doen. Het duurde iets langer, omdat het interne proces ook iets langer in beslag nam dan ik had verwacht.

Toen ik in 2015 voor het eerst tien dagen de stilte opzocht was dat uit pure nieuwsgierigheid.

Nu was het broodnodig!

Wat Suan Mokkh

Via een vriendin en een kennis kwam ik in aanraking met deze tempel in Thailand. Ik zocht naar een Vipassana meditatie centrum, maar wat ik hier zo aantrekkelijk aan vond was dat je ’s ochtends yogalessen kon volgen. Bij de Vipassana traditie van S.N. Goenka is dit absoluut verboden.

Het tempel complex Wat Suan Mokkh kent verschillende locaties die vlakbij elkaar liggen. Het is een tempel in de bossen  waar zo’n veertig monniken leven. Daarnaast zijn er aparte plekken voor nonnen en voor buitenlanders.

Suan Mokkh werd in het leven geroepen door de monnik Ajahn Buddhadasa Bikkhu in 1932.  Hij ging sinds 1926 als monnik door het leven in Bangkok, maar verliet de Thaise hoofdstad om als kluizenaar in de bossen rondom zijn geboortegrond te leven. Hij bestudeerde naast het Boeddhisme verschillende andere religies in een poging deze met elkaar te verbinden met als doel de mensheid vrij te maken van egoïsme. Zijn laatste grote project was het opzetten van het International Dharma Heritage waar ik mijn intrek in zou nemen. De lessen van Ajahn Buddhadasa worden nog altijd gegeven tijdens de 10-daagse retraites.

Dankzij donaties in de vorm van arbeid, tijd en geld van Thai en buitenlanders is er een een centrum ontstaan met openlucht-meditatiehallen met ruimte om te wandelen en te ontspannen hieromheen. Beginners en gevorderden zijn welkom om zich over te geven aan introspectie, rust, stilte en meditatie.

10 dagen stilte

Elke eerste van de maand start er een 10-daagse stilte retraite in het International Dharma Heritage. Naast het houden van stilte zijn er een aantal regels waar elke deelnemer zich aan dient te houden:

1. Intentie om geen adem weg te nemen.

Of kortweg “Gij zult niet doden!”

2. Intentie om niets te nemen wat niet van jou is

Of kortweg “Gij zult niet stelen!”

3. Intentie om je te weerhouden van lichamelijke en geestelijke seksuele handelingen

Dat blijkt moeilijker gezegd dan gedaan!

4. Anderen geen pijn doen met woorden

Wat mij betreft geldt dat ook vooral voor jezelf want de hardste woorden zijn meestal voor jezelf. Dat geldt in ieder geval voor mij.

5. Intentie om je eigen bewustzijn geen pijn te doen d.m.v. toxische middelen

Oftewel, geen alcohol, drugs, tabak en voor mij het misschien wel het moeilijkste, geen koffie.

6. Intentie om niet te eten na het middaguur en voor zonsopgang

Believe me, this is the least of your problems!

7. Niet zingen, dansen, spelen of luisteren van muziek, geen sieraden, kleding, parfum of cosmetica dragen om jezelf mooi te maken

8. Niet slapen of zitten op luxueuze bedden of stoelen.

Daarover later meer.

Doel

Het doel van deze regels is het leven versimpelen zodat er ruimte ontstaat voor stilte en introspectie. Misschien denk je: ‘Niets voor mij!’ Misschien moet je het dan juist een keer proberen. Ik kan je vertellen dat deze regels absoluut helpen in je proces naar die stilte in je hoofd.

Wat doe je dan de hele dag?

 

De dag begint om 4 uur in de ochtend als de bel gaat. Mocht je jezelf dan heel zielig vinden, realiseer je dan dat er iemand, vrijwillig, eerder z’n bed is uitgekomen om de bel te luiden.

Om 4.30 uur word je verwacht in de meditatiehal voor de vroege ochtend lezing en aansluitende meditatie.

Om 5.15 uur begeef je je naar een andere hal voor de yoga- of andere bewegingsles.

Om 7.00 uur houdt meestal de abt een praatje over de Dhamma en aansluitende meditatie.

Nadat je dus al een halve dag er op hebt zitten is er om 8.00 uur ontbijt, waarna je begint aan je dagelijkse klusje.

Tussen 10.00 en 12.30 uur is er wederom een lezing, een wandel- en een zitmeditatie, waarna de lunch wordt geserveerd. Dit is dan de laatste maaltijd van de dag. De twee vrije uren vond ik altijd heerlijk omdat ik dan even de tijd had om lekker op m’n betonnen bed te liggen (zonder grap, hier keek ik echt naar uit).

Tussen 14.30 en 17.00 uur is er een zelfde soort programma als de ochtend met een lezing, wandel- en zitmeditatie.

Om 17.00 uur wordt er ‘gechant’, waarbij je half zingend iedere dag de acht eerder genoemde punten moet beloven in het Pali, de taal van de Boeddha, en in het Engels. Dit uur wordt afgesloten met een ‘Loving Kindness’ meditatie. In mijn geval werd dit dagelijks gedaan door een non met een stem als een engel.

Tussen 18.00 en 19.30 is er pauze waarin er thee wordt geserveerd en als je geluk hebt, warme chocolademelk. Vooral dat laatste is een traktatie de eerste dagen omdat je dan nog erg moet wennen aan het feit dat je geen avondeten meer krijgt. Deze pauze gebruiken veel mensen ook om te baden in de ‘hot springs’ iets wat ik na één keer nooit meer gedaan heb omdat ik het veel te warm vond. Ik koos er voor om het stof en de warmte van de dag lekker met een bakje koud water van me af te spoelen.

Om 19.30 is er een korte zitmeditatie waarna je een half uur een groepswandelmeditatie maakt onder de prachtige sterrenhemel. Het laatste half uur van de dag breng je opnieuw zittend door.

Om 21.00 uur mag je eindelijk naar bed.

Registratie

Zoals gezegd, iedere eerste van de maand start er een nieuwe 10-daagse. Op de dag ervoor start de registratie. Als je wilt dan kun je een dag of een aantal dagen van tevoren  al aankomen en gratis verblijven op het hoofdcomplex van Suan Mokkh. Heren slapen dan op een slaapzaal en dames krijgen een privé kamer.

Op de dag van de registratie kun je je tegen betaling laten vervoeren naar het International Dharma Heritage aan de andere kant van de weg. Lopen kan ook, maar dan ben je wel ruim 20 tot 25 minuten onderweg met je bagage.

Nadat je uitgebreide informatie hebt gelezen en hebt moeten invullen is er een kort interview met één van de begeleiders of van de monniken van het centrum, waarna je een bedrag van THB 2000 wat in Euro’s neerkomt op ongeveer € 50. Hiervoor krijg je twee keer per dag te eten, een yogales per dag, kussens en meditatiemat, een kamer voor jezelf met een betonnen bed, een laken, waterfles, gefilterd water, een lantaarn, emmers en knijpers om je was te doen, een klamboe en een houten kussen.

WAT ZEG JE?? Een houten kussen.

Hoe kom je er?

Wat Suan Mokkh ligt buiten de toeristische gebieden, hoewel deze niet ver weg zijn. Vanuit Bangkok kun je er komen met het vliegtuig, de trein en de bus. Ik kwam van Koh Phangan en sliep een nacht in Surat Thani, de dichtstbijzijnde stad, waar je absoluut nooit geweest hoeft te zijn. Voor details kijk je hier!

Handige informatie

Kleding

Draag loszittende kleding. Je zit een groot deel van de dag dus strakzittende kleding is geen aanrader. Bovendien zit je in het tropisch regenwoud  dus je skinny jeans wil je ook niet.

Voor zowel mannen als vrouwen geldt dat schouders en onderbenen bedekt moeten zijn. Het is een klooster, dus een beetje puriteins is het wel, maar als je komt om te mediteren is het prettig dat je zo weinig mogelijk afgeleid wordt dus werk zelf ook niet mee aan afleiding door jezelf op je mooist te kleden.

Er wordt gezegd dat het handig is om lange mouwen aan te trekken om muggenbeten tegen te gaan, maar dat is je reinste onzin. Die beesten prikken overal doorheen.

Muggen

Zoals  gezegd, ze prikken overal doorheen en de eerste persoon die zonder 100 plus muggenbeten uit Suan Mokkh komt krijgt de status van ‘Mosquito Whisperer’ toegewezen.

’s Nachts heb je er weinig last van omdat je een klamboe krijgt, maar zodra je een voet buiten je klamboe zet ben je onderworpen aan de bloeddorstige mini-terroristen.

Neem dus veel insecten werende middelen mee hoewel je het daar in het winkeltje ook gewoon kunt kopen als het op is. Koop lokaal spul en laat je niet overtuigen door Nederlandse tropenartsen dat er DEET in moet zitten. Het is meuk, het brand je huid aan stukken en het helpt geen moer! Als je lokale producten koopt help je lokale ondernemers, koop je ook meuk, maar je huid fikt er in ieder geval niet van af. Overigens kun je op steeds meer plekken in de wereld biologische alternatieven vinden, dus als je dan toch mindful bezig bent denk daar dan aan.

Een middel wat ik persoonlijk veel handiger vond om bij me te hebben was tijgerbalsem. Tijgerbalsem helpt tegen de jeuk en voorkomt, meestal, dat de bult gaat zwellen en aangezien je toch wel wordt gestoken is insmeren na de steek veel handiger dan je vooraf insmeren.

Overigens brengt een verblijf waarin bewustwording centraal staat een hele andere kijk op muggen. Laat je verzet los, probeer je aan de regels te houden, dus doodt ze niet. Ze zijn een leraar, die je laat inzien hoe je reageert als het allemaal even niet gaat zoals jij zou willen.

Toiletpapier

Ik zou je willen adviseren het zonder dit luxe product te proberen. Het wordt niet verstrekt want Aziaten zien toilet papier als onhygiënisch(en daar hebben ze gelijk in). Bovendien zorgt toiletpapier voor onnodig veel afval.

In Azië gebruikt men water en de linkerhand om jezelf te verschonen na de grote boodschap. Eerlijk gezegd moet ik toegeven dat ik inmiddels toiletpapier ook niet zo prettig meer vind en liever een bak met water gebruik dan dat vieze pleepapier.

Kussen

Als je niet licht reist en je wilt je niet op een houten kussen slapen dan kun je overwegen een kussen mee te nemen. Ik ging voor het houten kussen en heb voor een beetje luxe gekozen om daar een opgevouwen doek op te leggen.

Handdoeken

Zelfde verhaal als het vorige. Je kan het meenemen, maar aangezien het warm en vochtig is heb je eigenlijk niets aan een handdoek. Je kunt jezelf op laten drogen in de zon, maar zodra je weer begint te bewegen drijf je toch weer in het zweet.

Douches zijn er overigens ook niet. Er zijn waterbassins waar je met een bakje water en een stuk zeep (zelf meenemen of kopen in het winkeltje) jezelf wast. Ik houd van douchen, maar ik moet zeggen dat ik heb genoten van de primitieve manier van wassen. Ik heb me nog nooit zo schoon gevoeld omdat ik wel drie tot vijf keer per dag even een bakje water over mezelf heen goot. Het mooie is dat je ondanks dat je je zo vaak wast toch minder water verbruikt dan als je doucht. Dat vindt Moeder Aarde ook fijn.

Wasmiddel

Neem een een handwasmiddel mee of koop het in het winkeltje. Aangezien je naast het mediteren veel tijd voor jezelf hebt is het een fijne bezigheid om je vuile was met de hand te doen. Als het niet teveel regent dan droogt het supersnel.

Thais wasmiddel is behoorlijk heftig spul (ook voor je handen) dus als je in de gelegenheid bent koop dan een milieuvriendelijk wasmiddel voordat je vertrekt, want de kans dat het wasmiddel de natuur in spoelt is groot.

Dit blog bestaat uit twee delen dus als je doorklikt dan kun je lezen hoe ik het het ervaren deze keer.

Mocht je meer willen weten voel je vrij om te reageren op dit bericht of een mail te sturen naar erwin@freeasayogi.com

Zou je dat wel in je mond stoppen? Je bent best dik aan het worden!

Kan niet hè?! Dat soort dingen zeg je niet. Zelfs niet als je het eigenlijk wel denkt.

En Erwin, waarom dan toch deze titel? Jij hebt het altijd over niet oordelen, over jezelf en over anderen.

Ik zal het je vertellen waarom:

“Eet je wel goed? Je bent zo mager!” “Goh, wat een mager bekkie heb je toch?”  “Jongen, je kunt je ribben tellen!”

Kan dit wel? Zeg je zulke dingen wel terwijl je vindt dat je het niet kunt maken om het tegenovergestelde tegen wat steviger gebouwde mensen te zeggen?

Dit blog is een uiting van frustratie en toen ik deze frustratie begon te onderzoeken kwam ik er achter dat ik hier al heel lang mee zit. Die laatste zin: “Je kunt je ribben tellen!” stamt nog uit de tijd dat ik een klein jongetje was. Het is een oude wond, die nog met enige regelmaat wordt open gekrabd en daar ben ik wel een beetje klaar mee eigenlijk.

Soms wil ik zeggen:

“Het lijkt alsof ik mager ben. Dit komt omdat jij steeds dikker wordt en daardoor zijn de verhoudingen een beetje zoek!”

Natuurlijk zeg ik dit niet, omdat ik dit herken als míjn frustratie en boosheid. Een deur openzetten terwijl er binnen een brand woedt is een slecht idee. Waarom zou ik anderen pijn willen laten voelen die ik zelf voel; geweld lokt altijd meer geweld uit.

Mijn relatie met eten

De mannelijke kant van mijn familie is gezegend met een relatief lang slank lichaam, maar uit ervaring weet ik dat je met die bouw niet slank hoeft te blijven.

Aangezien ik mijn hele leven al hoor dat ik niet goed eet omdat ik zo mager ben heb ik een bijzondere band met eten opgebouwd. Ik moet altijd eten, het is nooit genoeg. Mijn moeder werd gek van me, ik keek het eten van haar bord af en soms, als ze niet keek, stal ik het van haar bord af.

Nodig je me uit om bij je te komen eten dan eet ik alles op wat je op tafel zet en laat staan. Ook al voel ik me vol, dan wacht ik even een half uurtje en als je het dan niet opgeruimd hebt, in de tussentijd, dan eet ik door.

Tot mijn 23e at ik ruim een half brood per dag; boter en kaas er op en dan ging ik tussen de middag nog wat halen in het bedrijfsrestaurant. Toen ik dit na mijn 23e bleef volhouden groeide ik ineens van 75 kg naar 98 kg. Ik merkte het eigenlijk pas toen ik iets voelde klemmen tussen mijn buik en mijn benen als ik m’n veters strikte.

In de loop der jaren heb ik veel geschommeld in gewicht, maar ongeveer tien jaar geleden ben ik meer gaan sporten en langzamerhand ‘beter’ gaan eten. Mijn gewicht is al jaren ongeveer 82 kg, een gewicht dat prima bij mijn leeftijd en lichaamsbouw past. Ik voel me er namelijk heel goed bij en, zoals bij alles, als je leert voelen en naar je lichaam leert luisteren dat weet je wat goed is voor je.

Yoga en meditatie helpen me

Sinds ik met yoga bezig ben is de bewustwording alleen maar groter geworden en nadat ik afgelopen zomer in Thailand in een Boeddhistisch klooster heb gemediteerd heb ik veel nagedacht over mijn eetgedrag.

In de tiendaagse stilte retraite kregen we twee keer per dag te eten; ontbijt en lunch. De monniken zelf eten maar één keer per dag en ook niet meer dan één kommetje voedsel. Wij mochten zoveel opscheppen als we wilden, maar al na één dag liet ik die verleiding los omdat ik merkte dat het me eigenlijk alleen maar in de weg zat.

Afhankelijk van wat voor werk je doet zou je je eetpatroon dus moeten aanpassen. Een stratenmaker zou anders moeten eten dan een bankier. Als ik in meditatie ben heb ik minder eten nodig dan als ik drie yogalessen op een dag geef.

Dat minder en bewuster eten je diepere inzichten geeft bewees zichzelf toen we op dag 9 alleen maar ontbijt kregen in het klooster. Het was mijn beste dag van alle tien de dagen bij de monniken. Ik voelde me sterk, blij, energiek en mediteren ging beter dan ooit. Het mooie is dat ik geen kilo ben afgevallen in die dagen.

De verleiding om te eten is met de groei van onze economie en de explosie van aanbod in de winkels en andere verkooppunten alleen maar groter geworden. “Een croissantje bij uw koffie?” “het kost maar € 0,45 extra!” Je moet stevig in je schoenen staan om nee te zeggen.

Dus eigenlijk moet je dát toch maar in je mond steken want zo sta je in ieder geval stevig in je schoenen!

 

 

 

 

 

 

 

PS Ik heb lang nagedacht of ik deze foto’s zou plaatsen omdat het me behoorlijk confronteert met mijn (ouder wordende) lichaam en daarnaast wilde ik ook voorkomen dat mensen het idee hebben dat ik het voor de show zou doen. Dus, geen filter over de foto’s….gewoon…net uit bed…rauwe werkelijkheid…oh ja, en mager. 😉

5 tips om reizend yogadocent te worden

Ik weet niet wat er eerder was, dat ik yogadocent wilde worden of dat ik reizend yogadocent wilde worden; volgens mij was het het tweede. Tien jaar geleden droomde ik al van een baan waarmee ik kon blijven reizen. Reizen is een droom voor velen en onderweg wat verdienen met dat wat je het liefste doet is natuurlijk geweldig.

Veel yogadocenten houden van reizen en Roos en ik zijn zeker niet de enige die de ambitie hebben om onze liefde voor yoga de wereld in te brengen. Als je ons blog vaker leest dan weet je dat, ondanks de prachtige bestemmingen, het zeker geen jaar in paradijs is geweest voor ons. We zijn dit jaar tegen van alles maar vooral tegen ons zelf aangelopen.

In dit blog geef ik vijf tips om je inzicht te geven in hoe wij aan werk proberen te komen. Daarnaast zul je kunnen lezen welke fouten wij hebben gemaakt, opdat jij ze niet zult maken!

1. Sociale Media

Al ruim voordat wij het uitstellen stopten en definitief besloten de sprong te wagen waren we al lid geworden van twee besloten Facebook groepen. Yoga Jobs all over the World en Yoga Jobs. Zo konden we zien wat er zoal gevraagd werd en op welke bestemmingen.

Wat ons nu opvalt is dat deze gratis groepen ook van alles aantrekt. Er worden per dag wel een stuk of vijf berichten geplaatst maar in het afgelopen jaar zijn we misschien ook maar vijf serieuze ‘jobs’ tegengekomen. Wat wel heel leuk is aan de Facebook groepen is de reactie van Indiase yoga docenten. Indiërs reageren veelvuldig, maar door een soort van ‘lost in translation’ zijn deze vaak hilarisch in plaats van serieus.

If you like to take me!

2. Gespecialiseerde websites

Serieuzere banen kun je vinden op een website als Yoga Trade. Dit is een soort Marktplaats waar yogadocenten en yoga-gerelateerde bedrijven elkaar ontmoeten. Voor beide partijen geldt dat ze moeten betalen om lid te worden van de website, zodat er over het algemeen serieuze banen te vinden zijn.

Hoe werkt het?

Als je wilt reageren op een baan dan moet je registreren. Er is een ‘Free membership’ maar dat geeft je niet meer dan een mogelijkheid om de ‘community’ te leren kennen. Informatie over de bedrijven die jouw zoeken krijg je pas als je betalend lid bent. Een Lidmaatschap kost $ 24 per jaar of als je je meteen voor twee jaar opgeeft dan betaal je $ 36.

Yoga Trade is duurder dan bijvoorbeeld Yoga Travel Jobs, maar wel vele malen beter dus wat mij betreft de beste keuze.

3. Yoga CV

Net als in het gewone leven is het hebben van een goed CV een ‘must’. Je kunt hierin natuurlijk al je werkervaring zetten, maar aangezien je voor dé yogabaan gaat hebben wij ervoor gekozen om alleen een yoga CV te maken.

Soms wordt er gevraagd foto’s mee te sturen of een filmpje te maken van een les. Een filmpje hebben wij nog niet gemaakt omdat we daar helemaal niet zo goed in zijn en het bijna nooit gevraagd wordt.

4. Netwerken

“Het is net werken”

Dit is één van mijn beroemde woordgrapjes, maar ik heb gewoon gelijk. Er zijn zoveel mensen die dit willen dus gaan zitten afwachten tot er iets voorbij komt heeft geen enkele zin. Je zult moeten werken om aan werk te komen. Mijn Facebook-netwerk is groot en veel mensen heb ik maar één keer of soms helemaal nooit ontmoet. Facebook is voor mij een waardevol yoga-netwerk waar ik veel inspiratie ophaal.

5. Blijf langer op één plek

Als je dan zover bent om je veilige leven los te laten en de wereld in te trekken dan hoop je natuurlijk dat je in een paradijs zult leven. Je geld verdienen met dat wat jij het liefste doet op een prachtig tropisch eiland. Dat is toch geweldig! Bij ons lukte dat niet heel erg omdat we blind naar Gili T gingen met een vaag aanbod.

Wat we daar al snel misten was het leven tussen gelijkgestemden. Naast het veilige leven van een baan, een huis, een kat en ook nog een flink zakcentje door yogalessen en massages lieten wij ook een heel netwerk van gelijkgestemde zielen achter. Collega-yogadocenten, thee drinken met trouwe studenten die je soms vertelden hoeveel ze hadden gehad aan die paar spirituele woorden of die verbale aanwijzing om de houding beter te voelen. We kwamen er op een tropisch eiland pas achter hoe belangrijk dat voor ons is.

“Als je op een paradijselijke plek les gaat geven kom je vakantiegangers tegen die je maar één of twee keer ziet, die soms voor het eerst op een mat staan en na de les vertellen dat dit echt niks voor hun is.”

Er zijn van die plekken op de wereld waar yoga meer leeft dan elders. Iedereen kent Bali en Ibiza als zulke bestemmingen en onlangs waren wij aan de westkant van Koh Phangan waar zich een actieve yoga-community bevind. Als je dus geen ‘lone wolf’ bent en je je graag begeeft onder gelijkgestemden probeer dan op zulke plekken aan het werk te komen.

Langer op één plek blijven is dus een goed idee zodat je de tijd kunt nemen om mensen te leren kennen, lessen te volgen bij anderen en eventueel zelf aan het werk te gaan.

Wat we nu anders zouden doen

Welke bestemming zou je absoluut wel en niet willen werken? Als gezegd, wij hebben gemerkt dat naar een plek reizen met een belofte om te blijven niet altijd goed uitpakt. Zeker als je gevoelig bent voor energie dan is niet elke plek de voor jou geschikte yoga plek.

Wat heb je nodig?

Veel yogadocenten zullen beamen dat je financieel niet rijk wordt van het geven van yogalessen. Dit is in Nederland en België zo, maar ook in de rest van de wereld. Sterker nog, er zijn zoveel yogadocenten die ook willen reizen en les willen geven dat yogastudio’s, yoga retreats, hotels, surf- en duikscholen etc. alleen maar vrijwilligersbanen aanbieden.

Wij hebben ons inmiddels voorgenomen om alleen nog maar als vrijwilliger te werken als het gaat om een non-profit organisatie. Op plaatsen in Thailand, Indonesië en de Filipijnen betalen klanten vaak bijna het zelfde tarief voor een yogales als in Europa. Een yogadocent niet betalen is in zo’n geval meer uitbuiting dan energetische uitwisseling en goed ondernemerschap.

Nu is dit onze keuze en dat hoeft niet per se de jouwe te zijn. Veel yogadocenten die reizen hebben net een docentenopleiding gedaan en vinden het prima om tegen kost en inwoning te werken, als ze maar ervaring op kunnen doen.

Dus vraag jezelf vooraf af wat je nodig hebt. Als een bed en een maaltijd voldoende is: “Go for it!”

Welke bestemming

Van Gili Trawangan hadden we een jaar geleden nog nooit gehoord. Het zelfde goldt voor het Maleisische kustplaatsje Marang. Gili T bleek een eiland vol zuipende jongeren te zijn en Marang ligt in een conservatief islamitisch gebied.

De energie die zulke plaatsen afgeven komt niet overeen met de energie die wij nodig hebben. Hieraan zit geen waardeoordeel over deze plekken, maar je moet je afvragen of dat een plek is waar je les wilt geven.

Waar wij achter zijn gekomen is dat er meer vraag naar yoga is op plekken waar gesurfd wordt. Veel surfers zien de voordelen van yoga en als je zelf wel eens gesurfd hebt dan weet je dat je op een surfplank overeenkomsten in houdingen tegenkomt; en dat heb ik het niet alleen over balans. Wij kwamen de afgelopen tijd steeds op plekken waar niet gesurfd maar gedoken wordt. Duikers zijn minder geïnteresseerd in yoga hoewel wij ze veel over goed ademen zouden kunnen leren.

Volle potentieel

Het leven van je volle potentieel als mens en yogadocent. Dit is wat wij onszelf en eenieder gunnen, dus of je nu yogadocent bent of iets totaal anders, realiseer je dat je iedere dag een keuze hebt om het anders te doen. Ons jaar is financieel gezien geen succes en we hebben ook minder gewerkt dan we hadden gewild, maar we hebben veel geleerd van de problemen waar we tegenaan zijn gelopen.

 

2 soorten van angst en 5 vormen van liefde

Het is 11 december 2015. Ik zit naast Roos in de trein onderweg naar Brussel waar ik haar trakteer op een verlaat verjaardagscadeau. Het is een maand na de aanslagen in Parijs en nog drie maanden voor de aanslagen in Brussel als mijn eerste gedachten over dit artikel door mijn hoofd schieten.

In die dagen na Parijs ben ik heel erg bezig met die voortvluchtige jongen uit Brussel. Vaak zie je foto’s van mensen die gezocht worden waarbij de gezichtsuitdrukking afschrikwekkend is, een echte crimineel. Bij Salah Abdesalam had ik dat gevoel niet, knappe kerel, sympathiek hoofd, liefde in z’n ogen. Natuurlijk had ik geen symphatie voor de man en zijn kompanen; hoe kun je begrip opbrengen voor mensen die hun essentie (liefde) hebben uitgeschakeld voor een onzichtbaar ideaal. Ik vroeg me af hoe een mens zover komt. Waarom een mens dat, waarschijnlijk, uit liefde geboren is zoveel kwaad kan berokkenen.

In Rotterdam stapt een jongeman in de coupé, plaatst zijn koffer in het rek boven ons en gaat vervolgens een heel eind verder in een ‘vierzits’ zitten. Na elke aanslag sinds 9/11 neem ik me voor om me niet te laten verleiden om alle Moslims over één kam te scheren en zeker niet te gaan roepen dat de grenzen dicht moeten omdat er wel eens schorriemorrie tussen de vluchtelingen zou kunnen zitten. Kortom, me niet te laten leiden door angst!

Ik vraag me af of dezelfde gedachte in me op was gekomen als er een ‘Jeffrey’ met een bomberjack en een Feyenoord-sjaaltje hetzelfde had gedaan.

Ik had hooguit gedacht: “Het duurt nog wel effe voor jullie weer kampioen worden!” Ik neem het mezelf kwalijk dat ook ik uit een unheimisch gevoel van het zien van een Noord-Afrikaanse man, met overigens ook weer een heel sympathiek gezicht, heel anders naar zo’n koffer-moment kijk. Bovendien, misschien is het wel een Spanjaard, zo groot zijn die uiterlijke verschillen niet namelijk; de verschillen zijn me aangepraat.

Angst is een slechte raadgever, zo luidt een Nederlands spreekwoord. Toch leven we in een wereld waar we continu worden gewaarschuwd voor gevaar. In de kerk leerde ik ooit dat God alles zag en dat ik in de hel zou kunnen komen, op school deed ik heel hard mijn best omdat zittenblijven falen was, als accountmanager voor verzekeringsmaatschappijen waarschuwde ik mensen tegen allerlei gevaren om mijn eigen provisie zo hoog mogelijk te laten stijgen.

Angst is een ongrijpbaar fenomeen, maar wel begrijpelijk.

De angst die er heerst voor terreur is dat ook, zeker omdat het steeds dichter bijkomt. Maar komt het wel dichterbij? Of is het de media en vooral de sociale media die de angst vergroot? Een interessant artikel hierover las ik onlangs in het NRC.

Een andere vorm van angst die ik sinds een paar maanden heel hard in mijn gezicht krijg is faalangst. Zomaar ineens, tijdens mijn laatste teacher training in Mallorca, voelde ik een enorme angst om te falen in mijn lichaam afdalen. “Wie denk je wel niet dat je bent dat je jezelf yogadocent durft te noemen, je bent toch nooit ergens goed in geweest, toen je klein was vond ik je al een sukkel en dat ben je nog steeds, stop er maar mee voordat je jezelf begint te geloven, nep-goeroe!” Zomaar, een paar gedachten die levensecht door mijn hoofd spookten.

Die faalangst werd de afgelopen maanden alleen maar groter. Soms was het even weg, dan kwam het in alle hevigheid terug. Ik had natuurlijk alles opgegeven wat zekerheid gaf dus op zich is het niet zo gek dat ik een beetje last had van angst af en toe, maar zo heftig dat ik er nu nog steeds mee rond loop had ik zelf nooit verwacht.

Aangezien ik nogal veel en vaak nadenk ben ik uiteindelijk op zoek gegaan naar de oplossing. Ik heb me niet afgevraagd waarom ik die angsten ineens had. Ik vroeg me af hoe ik er van kon komen.

5 vormen van liefde

Ik had het al over dat, in mijn optiek, liefde onze essentie is. Liefde is wat we nodig hebben, wat ons voedt en zorgt dat we ons veilig voelen; zonder angst dus. Aangezien mijn perspectief het yoga-perspectief is heb ik gezocht naar vormen van liefde in de yogafilosofie.

1. Kama

Seksuele aantrekkingskracht. Hoe goed voel je je na een vrijpartij met iemand die je fysiek ongelooflijk aantrekkelijk vindt?! Zelfs als dit je nog nooit is overkomen kun je iets van de euforie voorstellen als je alleen al een lief woord of glimlach krijgt van een persoon die je heel mooi vindt.

2. Shringara

De romantische liefde, de liefde van de eerste tijd in een nieuwe relatie en hopelijk ook nog lang daarna. Vrijen, knuffelen, hand in hand lopen met je geliefde geeft je een heerlijk gevoel van veiligheid. De hele wereld kan je gestolen worden, je leeft zonder angst en geniet van elk moment samen. Mocht je vergeten zijn hoe dit voelt, denk dan eens terug aan de eerste tijd van je relatie. Als je het je niet meer kunt herinneren dan heb je iets om over na te denken. 😉

3. Maitri

De liefde van compassie. Liefde voor wat leeft. Dat kan voor de één een bos bloemen betekenen, voor de ander dieren of kinderen. Compassie is makkelijker voor je eigen kind dan dat van een ander, maar je kunt heel eenvoudig in compassie oefenen door bijvoorbeeld naar iemand te glimlachen op straat, gewoon omdat het kan. Je geeft daarmee niet alleen de ontvanger een goed gevoel, maar je zelf ook.

4. Bhakti

Dit wordt glad ijs want veel mensen hebben moeite met de naam God, maar Bhakti staat voor toewijding aan het allerhoogste. Als je nog niet bent afhaakt door, daar heb je hem weer, het woord God dan kan ik je nu vertellen dat het allerhoogste geen mannelijke verschijning met een lange baard hoeft te zijn. Het allerhoogste kan iets in jezelf zijn of op een vreedzame wijze actief zijn om een doel na te streven. Een voorbeeld van mensen die Bhakti beoefenden zijn Mahatma Gandhi, Nelson Mandela; en ik natuurlijk, als ik van mijn faalangst af wil komen.

5. Atma Prema

Grenzeloze zelfliefde. Deze vorm van liefde moet je niet verwarren met overdreven zelfverzekerdheid, arrogantie of borstklopperij. Deze liefde gaat verder dan het ego, het is liefde voor je diepe zijn. Het is de realisatie dat, ondanks al je prachtige en hele stomme karaktereigenschappen, je één bent met alles en iedereen. Als je deze vorm van liefde kunt voelen voor jezelf dan zul je dat ook onvoorwaardelijk kunnen voelen voor alles wat leeft.

Of het nu seks is, romantiek, compassie, een hoger doel nastreven of grenzeloos en onvoorwaardelijk liefde voelen voor elke atoom in deze wereld, het blijft iets waar je bewust mee om moet gaan.

Romantische en seksuele liefde blijven niet als je berust en stil gaat staan en geen aandacht meer geeft aan je partner. Die glimlach naar de dame achter de kassa moet je bewust doen want anders ben je door je drukke schema alweer onderweg zonder dat je je kan herinneren of je je pinpas nu wel of niet terug hebt gestopt in je portemonnee. De dingen waar je voor staat en de mensen om wie je geeft met liefde benaderen is iets waar je aan moet blijven werken.

Mijn conclusie na het schrijven van dit artikel en heel veel denk- en voelwerk is dat ik er mag zijn, in welke hoedanigheid dan ook, maar ik zal moeten blijven werken aan alle vormen van liefde.

10 dagen stilte

Dit blog verscheen alweer ruim twee jaar geleden op mijn vorige website stadsyoga.nl. Over ongeveer twee weken ga ik weer voor tien dagen de stilte opzoeken. Iedere retraite is weer anders zeggen de ervaringsdeskundigen dus binnenkort zal er een ander blog verschijnen met mijn laatste ervaringen. Dit is dus deel 1 over Vipassana. Ik kan niet wachten op deel 2.

Vipassana

De allereerste keer dat ik het fenomeen Vipassana tegenkwam was in het boek: 12 Goeroes, 13 Ongelukken van Johan Noorloos, die 4 jaar later één van de leraren van mijn docentenopleiding werd. Zo’n retraite heeft me altijd al geboeid en vanaf het moment dat we in de opleiding het boek The Art of Living van William Hart moesten lezen besloot ik dat ik dit een keer moest ervaren.

Tijdens de diploma uitreiking zei docente Anat Geiger: “Denk niet dat je er nu bent, nu je jezelf yogaleraar mag noemen, de meesten van jullie kunnen nog geen 10 minuten stilzitten en ook dat is yoga. Ik dacht: “Ik kan nog niet eens 1 minuut stilzitten!” en ik wisselde voor de zoveelste keer van houding.

De Vipassana-retraite zie ik dan ook echt als een logisch vervolg van mijn yoga-opleiding. Naast de beroepsmatige keuze is het ook nog eens een manier om als mens te groeien.

Eerste kennismaking met onthechten

Rosanne en ik nemen afscheid van elkaar alsof het een gewone werkdag is. Wij doen alles samen, we werken in het zelfde gebouw, haar vrienden zijn mijn vrienden en andersom. Het wordt dus een echte oefening in onthechten.

Bij binnenkomst moet ik een vragenlijst invullen en een handtekening zetten met de belofte dat ik 10 dagen ga blijven en dat ik me ga houden aan de gestelde voorwaarden. Ik moet mijn telefoon meteen inleveren. Vanaf het moment dat ik op mijn kamer ben en me realiseer dat ik niet even mijn vrouw kan appen of een foto kan maken van een prachtige boom met een koolmeesnestje geeft me een gevoel van gevangenschap. Als vervolgens een uur later het hek wordt gesloten wordt dat gevoel absolute waarheid. We krijgen een laatste avondmaal waar ik twee keer van opschep want de komende dagen krijg ik veel minder te eten dan ik gewend ben.

En dan nu mediteren

We gaan de meditatiezaal in en ik word naar mijn plek gewezen. Een kussen van een vierkante meter is mijn plek de komende tien dagen. De voorste plekken bestemd voor ervaren studenten; ik zit op de op een na laatste rij.

De hele cursus zal de leraar, S.N. Goenka middels een bandopname tot ons spreken en ons de techniek leren. Twee assistent-leraren zijn lijflijk aanwezig en zullen ons persoonlijk begeleiden. Als we twintig minuten verder zijn verwissel ik voor de derde keer van houding. “Dit gaat zwaar worden!”

We moeten officieel bevestigen dat we ons houden aan de ‘Silla’ wat inhoudt dat we niet mogen praten, geen levende wezens mogen doden, geen seks mogen hebben, niet mogen stelen, niet mogen liegen en geen alcohol of drugs mogen gebruiken. De oud-studenten moeten daarbovenop nog beloven dat ze geen make-up of sieraden dragen, niet mogen slapen op luxe matrassen en daarnaast niets meer mogen eten na 12 uur ’s middags. Gelukkig mag ik nog wat fruit eten bij de thee om 17 uur.

Meneer Goenka neemt tussen zijn lezingen door ook nog tijd voor het zingen van Mantra’s. Het enige is, de man heeft niet bepaald een zangstem. Het gekrakeel doet ieders oren ontploffen, althans dat denk ik want ik kan het niemand vragen. Gelukkig is het na anderhalf uur en dus een keer of twintig van positie veranderen afgelopen voor de eerste avond. “Oh, wat mis ik Rosanne!”

De eerste nacht en dag

Ik kom moeilijk in slaap en de uren die ik slaap zijn onrustig. Om 4 uur gaat de gong en mijn kamergenoten en ik staan meteen naast ons bed om naar de ochtendmeditatie te gaan. We moeten een stuk door de tuin lopen naar de zaal en dat is genieten, want de volle maan verlicht de tuin. Ik neem plaats op m’n kussen en begin met een poging tot mediteren. In de zaal heerst een serene rust, af en toe snuit iemand z’n neus of moet er iemand hoesten. “Laat er nu iemand gewoon een scheet?” denk ik. Om een paar seconden later te denken: “Ja dat was een scheet. Wat een lucht!”

De ene gedachte komt en de andere gaat. Tussen de gedachten door verwissel ik weer eens van houding. Ik denk dat ik de enige ben en zoek naar mensen die ik ook zie verwisselen van houding. “Gelukkig, ik ben niet de enige!” Maar wel één van de weinige!”, maak ik mezelf wijs.

Om half 6 komen de assistent-leraren binnen. “Zo, lekker uitgeslapen?”, denk ik en ik moet om mijn cynisme lachen. Om 6 uur schrik ik op van het gekrakeel van Goeroe Goenka. Tot half zeven gaat het door. Daarna is er ontbijt. Met m’n gezicht naar de muur eet ik van mijn yoghurt met vruchten en een boterham met pindakaas, waarna ik terugkeer naar m’n kamer om nog even te slapen.

Om 8 uur begint de verplichte groepsmeditatie. Goenka legt ons uit dat we bezig zijn met de aanloop naar de echte meditatietechniek. De eerste techniek heet ‘Anapana’ wat neerkomt op het waarnemen van je ademhaling. De komende drie dagen zullen we hier verder mee oefenen en langzaam toewerken naar steeds subtielere waarnemingen.

Om 9 uur hebben we een korte pauze. Een kwartier later bedenk ik me dat je weet dat je vroeg opstaat als je er al een halve werkdag op hebt zitten en er nog steeds dauw op het gras staat. Over werken gesproken, de anderhalve VVD-er die ik ken zal wel denken: “Ga eens werken in plaats van een beetje je tijd te zitten verdoen!” Ik ben het met ze eens. “Wat is dit zonde van mijn tijd. Wat levert zitten nou op?”

Na de lunch wandel ik de tuin in. Het is er prachtig en ik zal er in de rest van de anderhalve week vele uren in doorbrengen, maar de eerste dag ben ik vooral boos, gefrustreerd en verdrietig. Zodra ik aan Rosanne denk moet ik huilen. Als ik in de meditatiezaal zit ben ik boos. Boos op Goenka, met z’n kut-stem, boos op de assistent-leraren dat ze daar alleen maar een beetje recht op zitten en verder geen ‘fuck’ uitvreten, maar vooral op mezelf omdat ik dit allemaal denk, dat ik dit zelf wilde en dat ik het nu al wil opgeven, zoals ik alles snel wil opgeven als ik buiten m’n comfort zone kom.

’s Avonds is er een lezing van de oude man. Als nieuwe student wordt me geadviseerd te luisteren naar de vertaling in het Nederlands. Eigenlijk wil ik liever naar de Engelse versie luisteren, maar aangezien de Nederlandse lezing elders op het terrein is besluit ik toch daar heen te gaan. Ik heb namelijk nu al een gruwelijke haat jegens de grote meditatiezaal. De stem van de vertaling lijkt op een EO-presentator uit de jaren tachtig. Het is nog erger dan het gebroken Engels van de Indiër. Dag 1 blijft een dag vol weerstand.

Dag 2

“Dag 2 is de dag dat mensen met een zwakker karakter besluiten te vertrekken.”, aldus meneer Goenka. Ook al wil ik nog zo graag weg, ik ga niet want heb namelijk géén zwak karakter. Eén van mijn kamergenoten heeft het duidelijk ook zwaar want hij is continu geluid aan het maken, aan het zuchten en probeert non-verbaal contact te zoeken met mij en de andere kamergenoot. Ik mag er helaas niets van zeggen, maar ik erger me kapot aan hem. Gelukkig zijn mijn kamergenoten gedurende de vrije meditatie-uren in de grote zaal terwijl ik lekker rustig alleen op de kamer ben. Ik haat de grote zaal nog intenser dan gisteren.

De tuin is nog steeds mijn huilgebied, mijn verdriet is alom aanwezig; mijn boosheid en frustratie is wat minder vandaag.

’s Avonds bij de lezing zit ik naast de irritante kamergenoot, maar als we na de lezing voor de laatste verplichte meditatie in de zaal plaatsnemen zie ik dat zijn kussen leeg blijft. Ik denk dat hij naar bed gegaan is: “Boef!”, denk ik.

Als ik op de kamer terugkom zie ik dat zijn bed leeg is. Ik bedenk me dat hij waarschijnlijk de tuin is in gegaan. Als ik net in bed lig valt me pas op dat zijn dekbed slordig op het bed ligt en dat zijn koffer weg is. Ik ben geschokt als ik merk dat hij er tussenuit geknepen is. Opgelucht, maar ook een beetje boos dat hij het opgegeven heeft pieker ik mezelf in slaap. “Ik ben niet weggegaan!”

Dag 3

Ik heb lang wakker gelegen en heb heel naar gedroomd. De hele derde dag ben ik verdrietig en boos. Verdrietig omdat ik Rosanne niet bij me heb en boos op mijn weggelopen kamergenoot. Het enige wat er mooi is op deze zaterdag is de lunch. Een heerlijke curry en broccoli, mijn favoriete groente. Het weer is ook slecht vandaag waardoor ik veel uren slapend doorbreng. Zelfs tijdens de meditaties val ik continu in slaap. Volgens Goenka is dag 2 voor de meesten de zwaarste, maar dag drie is voor mij veel zwaarder.

Dag 4

Als op dag 4 de gong gaat besluit ik me nog een keer om te draaien. De eerste twee uur van de dag mag je ook op je kamer mediteren en ik ga lekker een slaapmeditatie houden. Ik heb vreselijk gedroomd. Ik had besloten me aan te sluiten bij de Koerden die tegen IS vechten in Syrië.

Om half 6 besluit ik alsnog mijn bed uit te gaan omdat ik eigenlijk niet meer in slaap kan komen, wat waarschijnlijk komt uit een schuldgevoel dat ik aan het spijbelen ben. Ik ga eerst wandelen in de tuin. Het is nog donker en ik ben alleen want eigenlijk zou ik moeten mediteren. Als de bewaker van de parkeerplaats met zijn zaklamp naar me seint voel ik me schuldig en ga ik alsnog de zaal in. Spijbelen is nooit mijn beste eigenschap geweest.

Het gekrakeel is weer begonnen, maar ik begin er aan te wennen. Alles went blijkbaar!

Na het ontbijt wandel ik terug naar het slaapgebouw. Aan de overkant van de straat zit een soort jongerenkamp waar keihard ‘Partysquad’ opstaat. Ik kan het niet laten om heel even te dansen.

De techniek

Dag 4 is Vipassana dag en dat betekent dat we vandaag kennis maken met de echte techniek die de Boeddha ooit ontdekte en hem verlichtte.

De kraakstem van Goenka legt de techniek heel eenvoudig uit en herhaalt alles minstens drie keer dus mijn weerstand loopt weer op. Als hij na veel gewauwel eindelijk uitlegt wat we gaan doen de komende week word ik ontzettend kwaad: “Ga je me nu vertellen dat ik een week lang een ‘fucking bodyscan’ moet gaan doen!” Jezus, dat ik had ik zelf ook kunnen bedenken, Goeroe!”

Bovendien lijkt de herhalingsdrang van de goeroe nog groter te worden waardoor ik me nog meer erger. “It can be a prickling sensation, it can be a tickling senstation, it can be……..en dat dan een keer of vijftien per dag; en als hij klaar is wordt het ook nog eens letterlijk in het Nederlands vertaald. De boosheid houdt een paar uur aan, ik verzet me hevig, maar iets houdt me toch op mijn kussen.

’s Avonds voegt Goenka er nog iets extra aan toe: mediteren met vastberadenheid, wat inhoudt dat je drie keer een uur niet mag bewegen. Ik weet niet hoe ik het heb, ik kan nog geen twee minuten stilzitten.

Aangezien het niet anders is besluit ik het toch maar te proberen. Ik heb inmiddels een houding gevonden die ik redelijk volhoud en ik houd me aan de instructie van de leraar. Het valt niet mee want in de eerste vijf minuten schiet er een hevige pijnscheut in m’n linkeroor. Het lukt me redelijk om de pijn waar te nemen, maar er verder geen aandacht aan te geven, maar door te gaan met mijn minutieuze bodyscan. Als ik een paar minuten later bij mijn bodyscan bij m’n linkeroor ben is de pijn al weer weg. Het zelfde gebeurt bij mijn slapende voet. Ik ben op dat moment bij m’n rechterarm met m’n aandacht. De prikkeling in m’n voet is vreselijk maar het lukt me toch om er vanaf een afstand naar te kijken. Even later is de slapende voet stil om de rest van de week niet meer terug te keren. Niet veel later voel ik een druppel over mijn gezicht oplopen. Ik voel me redelijk prettig, maar ik merk dat de tranen over m’n wangen lopen. Even begin ik de techniek te omarmen, omdat ik merk dat het werkt. Mijn lichaam denkt er overigens heel anders over en begint te schudden. Al m’n spieren trekken zich samen en laten weer los. Mijn lichaam wil bewegen; dat is wat het doet, iedere dag en het wil niet anders. Ondanks het schudden blijf ik in m’n hoofd rustig en ik voel een grote blijdschap dat ik een uur lang zo goed als stil te hebben gezeten.

Ondanks mijn blijdschap slaap ik opnieuw onrustig. Het is opnieuw één en al dood en verderf in mijn dromen.

De volgende dagen

De volgende dagen zijn het zelfde. Goenka neemt ons dieper de techniek in door de bodyscan steeds minutieuzer te maken. Ik heb na dag 4 besloten dat ik de techniek wil leren en dat het me wat gaat opleveren. Het verzet is er nog wel maar minder vaak en minder heftig. Bij het besluit dat ik heb genomen heb ik ook besloten om minder uren te proberen te mediteren, maar de verplichte uren keihard te werken. Het maakt mijn leven binnen wat aangenamer, wat mijn vrouw zou omschrijven als: “Je loopt de kantjes er weer van af, Anemaat!”

Tijdens één van de ochtendmeditaties voel ik mijn hele lichaam doorstromen met waarnemingen. Sensaties aan de buitenkant, maar ook steeds dieper in mijn lichaam. Er ontstaan ruimtes tussen gedachten, hoewel ik inmiddels ook geleerd heb dat gedachten nu eenmaal ook bij ons horen. Je moet ze alleen niet zoveel importantie geven als ze zelf zouden willen.

Tijdens het mediteren voel ik nauwelijks meer pijn in mijn lijf wat bijzonder is want pijn is het grootste probleem. Niet mogen praten, weinig te eten krijgen, om 4 uur opstaan, het is allemaal veel minder erg dan ik dacht, maar die godvergeten pijn was het ergste die eerste dagen. Eén plekje halverwege mijn ruggengraat blijft pijnlijk.

Het is een plek die ik ken. Mijn fysiotherapeut heeft pas nog aan mij gesleuteld en heeft opnieuw niets bijzonders aan dat stukje wervel kunnen ontdekken, maar een paar jaar geleden drukte een haptonoom een keer op die plek en ik barstte spontaan in huilen uit; geen idee waarom!

Terwijl ik me zelf af-scan voel ik mijn wervel en opeens kom ik weer in een droom over oorlog. Mijn wervel wordt een rond gat en iets in mijn hoofd vertelt me dat het gaat om een kogelgat. “Ik ben doodgeschoten in een vorig leven.” bedenk ik me en meteen schrik ik op. Ik ben er namelijk niet van overtuigd dat er leven is na de dood wat de priesters mij hebben proberen wijs te maken en ook al wil ik heel graag geloven in reïncarnatie, ik ben nog altijd niet overtuigd.

Paracetamol

De dagen zijn lang en gaan traag voorbij. Ik heb zo’n zin in lezen dat ik de bijsluiter van de paracetamol ga lezen. Tijdens mijn wandelingen in de tuin geef ik alle andere mannen een naam. Eentje noem ik Willem Holleeder, een ander noem ik Leo Blokhuis etc. Het is een vorm van tijddoding, maar het is ook typisch menselijk, want wij plakken overal graag een label op. Een andere vorm van tijddoden is rekensommetjes maken. Ik zie een vliegtuig over vliegen en volg hem een minuut of vijf. Ik bereken vervolgens dat het vliegtuig na vijf minuten 150 km verder is en dat ik dus 150 km in de verte kan kijken.

Tijdens de volgende meditatie zegt mijn ego ineens: “Nee lul, dat kan toch nooit!” Ik maak de rekensom opnieuw en opnieuw om steeds weer op 150 uit te komen. “Waar was ik ook al weer? Bij m’n gezicht, m’n rug. Oh nee, het is 15 km. Of toch niet?”

Ik ben duidelijk niet de enige die de tijd doodt met nonsens, want de man die ik de ‘psychopaat’ ben gaan noemen legt steeds dakpannen uit het schuurtje over de paden zodat de stroom mieren niet doodgetrapt kunnen worden. Een ander, die ik Paulus de Boskabouter noem ruimt iedere dag de dakpannen weer op. De VVD-ers komen iedere dag even terug in mijn gedachten.

Geluk door gelijkmoedigheid

Op dag 6 of 7 realiseer ik me in de tuin ineens dat me heel gelukkig voel. De pijn is er bijna niet. Voor mijn doen is er weinig verzet in me, ik mis Rosanne wel, maar ik voel eigenlijk alleen maar liefde en geen verdriet als ik aan haar denk. Ik voel sowieso veel liefde. De merels, de koolmeesjes, de eekhoorns, het salamandertje, ik vind ze allemaal even lief. Ik voel de gelijkmoedigheid die Goenka steeds noemt. Op een kritisch moment vind ik die gelijkmoedigheid ook wel een beetje lijken op vlakheid die psychiatrisch patiënten krijgen als ze hun medicatie goed gebruiken, maar er is overwegend tevredenheid en liefde in mij.

Liefde

Op één van de avondlezingen vertelt Goenka een verhaal over een koning en koningin die allebei volgens de vipassana-traditie mediteerden. De koning vraagt op enig moment aan zijn vrouw of zij wel van hem houdt, waarop zij antwoord dat ze daar in haar meditatie over nagedacht heeft en tot de conclusie is gekomen dat ze eigenlijk alleen maar van zichzelf kan houden. Door dit verhaal herinner ik mij een enorme boosheid die ik kreeg toen ik Ekhart Tolle’s, Een Nieuwe Aarde las. Tolle suggereert hierin dat onvoorwaardelijke liefde niet bestaat binnen een relatie. Aangezien ik nogal close met mijn vrouw ben was ik ongelooflijk kwaad op Tolle. Na het verhaal van Goenka moet ik hem toch gelijk geven, ofwel, ik begrijp nu wat hij bedoelt. Ik houd niet onvoorwaardelijk van wie dan ook; en niemand houdt onvoorwaardelijk van mij. Dat kan helemaal niet want wat ik ook geef of krijg, er wordt altijd iets verwacht, een kus, een lief woord, waardering.

Sociaal doen

Op de avond van dag 9 krijgen we te horen dat de stilte de volgende ochtend na de ochtendmeditatie verbroken zal worden. Hoe erg ik er ook tegenop zag om niet te mogen praten, het bericht dat ik me morgen weer sociaal moet gedragen voelt heel ongemakkelijk.

De volgende ochtend wandel ik in de tuin, genietend van de stilte. Deze tuin waar ik zoveel rondjes heb gelopen zal over een paar uur anders voelen. Mensen zullen elkaar weer aanspreken, groeten, waardoor de hele energie anders zal aanvoelen. Ik ben blij dat ik morgen Rosanne weer ga zien, maar het praten met vreemden, daar zie ik als een berg tegenop.

Als het een paar uur later zover is zijn we allemaal net uit meditatie gekomen, dus veel wordt er nog niet gepraat op het pad naar de eetzaal. Eenmaal daar aangekomen is de eerste schroom er snel van af en ik merk dat ik al snel ‘mezelf’ weer ben. Het is doodvermoeiend dat praten en na een half uur begint m’n stem al schor te worden.

De reden dat op dag 10 al gepraat mag worden is om ons langzaam te laten wennen aan de echte wereld waar we morgen weer in terecht komen. Hoewel het weer snel went en ook mijn stem zich snel herstelt heb ik nu eigenlijk geen zin meer om te mediteren. Toch worden we nog twee keer een uur verwacht in de zaal. Tijdens de middagmeditatie wordt snel duidelijk waarom het stil zijn zo goed is geweest. Mijn gedachten maken overuren en een uur stilzitten is vrijwel onmogelijk, terwijl dat zo goed ging de afgelopen week.

Anicca

De ochtend van dag 11 stap ik nog tijdens de laatste klap op de gong onder de douche. Ik mag er uit vandaag. Er is nog een vroege meditatie en een laatste lezing van Goenka. De laatste loodjes zijn het zwaarst maar zoals Goenka zelf zegt: “Anicca, Anicca, Anicca” Alles verandert continu, alles gaat weer voorbij, dus dit ook.

11 dingen die niet veranderd zijn in 10 jaar backpacken

Een week geleden beloofde ik dat deel 2 van mijn blog over backpacken in de afgelopen tien jaar snel zou volgen. Vandaag schrijf ik over dat wat er absoluut niet is veranderd in tien voorbije jaren.

Mijn trouwe backpack

Ik kocht dit ding in 2002 en heeft dus al veel van de wereld gezien. Backpacks zijn er in alle soorten en maten en vooral prijsklassen. Ik ben blij dat ik ooit heb geïnvesteerd in een goede tas. Roos heeft me een tijdje geleden proberen te overtuigen van het nut van een nieuw exemplaar, maar ik ben aan het ding gehecht geraakt en dit soort kwaliteit hoef je nooit weg te doen.

Tip voor mensen die overwegen een goede rugzak aan te schaffen. Ga niet voor een mooie, ga voor een rugzak die bij jouw rug past; eentje die je kunt verstellen en het allerbelangrijkste zijn de heupbanden. Een rugzak wil je niet alleen met je schouders dragen, want je schoudergewrichten alleen zijn daar niet sterk genoeg voor. Je heupgewrichten en je ruggengraat nemen het zwaarste gedeelte voor hun rekening als je de heupbanden goed gebruikt.

Te veel bagage

Ik moet meteen toegeven dat ik veel lichter reis dan tien jaar geleden. Toen ik eind 2006 per schip naar Zuid-Amerika vertrok had ik bijna 20 kg in mijn rugzak. In die tijd was ik te ijdel voor een bril en daglenzen had ik nog niet van gehoord. Ik had dus voor een half jaar lenzen bij me inclusief een paar grote flessen lenzenvloeistof.

Inmiddels heb ik een kilo of vier minder bij me, maar nog steeds kom ik dingen in mijn tas tegen waarvan ik denk: “Waarom heb ik dit in Godsnaam bij me?”

Wat ik toen deed en nu nog steeds doe is regelmatig afscheid nemen van spullen. Ontspullen gaat zelfs op reis door.

Die lange Hollander

In Nederland ben ik zeker niet de kleinste maar op reis moet ik wel enorm lijken voor sommigen. In India stapte ik ooit een bus uit in een menigte van marktbezoekers. De grootste jongen in de buurt kwam niet hoger dan mijn sleutelbeenderen. Minder gezellig was het toen ik met mijn Australische reismaatje Simon in Ecuador tweeënhalf uur lang met een gebogen hoofd in de bus van Alausi naar Riobamba moest staan omdat het de laatste bus van de dag was en er geen zitplaatsen meer vrij waren.

Ben ik thuis niet per se indrukwekkend qua postuur, in veel landen waar ik gereisd heb gaan verkopers, irritante taxichauffeurs en plaatselijke hangjeugd voor me opzij; zeker als ik mijn arrogante reiskop opzet. De enige groep mensen die wel graag aan dit lange lijf willen zitten zijn de prostituees. In sommige landen maakt het zelfs niet uit of je mét of zonder je eigen vrouw op straat loopt.

Auw, m’n kop!

De foto die bij de titel van dit bericht hoort maakte mijn ex in Bolivia. Bukken moet ik vaak buiten Nederland en ik kan je vertellen dat ik geen ezel ben want ik stoot wel vaker dan twee keer mijn kop aan dezelfde steen. Toen en nu! Ik heb zo vaak m’n kop gestoten dat mijn haargrens er van terug aan het trekken is. 😉

Deze foto laat mijn laatste en meest memorabele actie van de laatste tijd zien. Het prachtige houtsnijwerk was mij eigenlijk nog niet opgevallen totdat ik op de tweede avond even iets van buiten moest pakken, vol tegen het houtsnijwerk aan liep en er een deel afbrak. Ik heb er een hard hoofd in dat dit de laatste keer is dat zoiets me overkomt.

3 keer 40 is….

Op reis kom je er achter hoe goed je eigenlijk hebt leren rekenen op school. Ik ben niet eens een rekenwonder, maar als je onderweg bent kom je er pas achter hoe slecht het met het onderwijs gesteld is in veel landen. De rekensom die ik hierboven in de subtitel heb gezet heb ik onlangs ingetypt zien worden op een rekenmachine.

Tien jaar geleden belde ik vanuit Ecuador naar huis tegen een tarief van USD 0,10 per minuut. Ik belde een uur met mijn toenmalige vriendin en liep met de gepaste USD 6,00 naar de kassa toe en legde dit neer. Het meisje keek verbaasd op toen ze na het intypen op de rekenmachine tot de conclusie kwam dat ik gelijk had.

Zwarte koffie

Koffie drink je zwart. Koffie met melk heette nog niet zo lang geleden ‘Koffie Verkeerd’ wat een perfecte definitie is. Nog altijd word ik vreemd aangekeken als ik suiker weiger. Suiker is anno 2017 het nieuwe roken dus de blikken zijn lang niet meer zo vreemd als vroeger. Op een nietszeggend busstation in het noorden van Brazilië maakte de barista ooit een foto van me met haar telefoon toen ik haar vertelde dat ik geen suiker in mijn koffie wilde.

Buschauffeurs met gezonde levensmoeheid

In veel van de landen waar ik gereisd heb speelt religie een grote rol. Dit betekent vaak dat mensen alles in de handen van God leggen. Het fijne daarvan is dat men uitgaat van: “Eigenlijk gaat het altijd goed, behalve als het fout gaat!”

Ik heb behoorlijk wat Formule 1 coureurs meegemaakt en regelmatig met mijn hart in mijn keel gezeten. Verantwoordelijkheidsgevoel voor je klanten is niet iets wat de chauffeurs voelen, zo lijkt het. Een kruisje slaan of even aan je gebedssnoer zitten is voor de meesten voldoende.

Ik stapte ooit na een aanrijding uit de bus waarbij het maar een meter scheelde voordat we een afgrond in waren gegleden. Een andere chauffeur die ik nooit meer zal vergeten is de man die me uitnodigde om naast hem te komen zitten zodat we gezellig konden kletsen. Deze man reed hard, scheurde door alle bochten, wilde van alles van me weten. Nam al rijdend geld aan van passagiers en gaf ze na de volgende bocht hun wisselgeld terug en bedankte me na afloop voor de gezelligheid. Dat hij niet zag dat mijn huidskleur groen was geworden heb ik hem daarom vergeven.

Rondje rijden en nog even tanken

In december zaten Roos en ik in een busje op het eiland Palawan in de Filipijnen toen we na een half uur een U-bocht maakten en weer terugreden naar Puerto Princesa waar we vandaan kwamen. We reden nogmaals door de straat van ons hotel, de chauffeur reed verkeerd en moest opnieuw keren. Blijkbaar waren ze nog iemand vergeten op te halen en de chauffeur kende de weg niet zo goed als hij dacht.

Het deed me denken aan talloze keren in Peru, Chili en/of Bolivia waarbij toeristen werden opgehaald bij hun hotel wat in totaal een uur in beslag nam. De route werd volledig willekeurig uitgevoerd, waardoor ik soms twee of drie keer langs mijn hotel werd gereden. Als het busje dan eindelijk volzat moesten we nog even tanken; grrrrr!

Zonnebrand vergeten

In januari 2008 kwam ik na een paar maanden werken in Nederland terug in Buenos Aires. Het is daar dan hoogzomer en heet dus je zou denken dat je je even insmeert voordat je met je Nederlandse januari-hoofd de straat op gaat. Oké, ik had een jetlag, had honger na het slapen dus ik liep de straat op zonder nadenken. Wat is er lekkerder dan een terrasje in je ‘tank top’ in januari?

Op de vellen konden we een paar dagen later lange brieven schrijven, maar twee weken later gebeurde in Bariloche precies hetzelfde. Helaas had ik toen niet het excuus dat ik een jetlag had.

Ik ben iets verstandiger geworden maar minder dan twee weken geleden vond ik het wederom niet nodig om me in te smeren toen we even in zee gingen zwemmen. We zijn tenslotte al maanden weg dus verbranden doe je toch niet meer…..?

Als iemand een brief wil ontvangen thuis…..!

Hot shower

Midden in de zandbak van het Braziliaanse plaatsje Jericoacoara hoorde ik dit verkoopargument voor het eerst. De man van het guesthouse rekende een bedrag dat ik veel te hoog vond. “Ja maar meneer, de kamer heeft kabel-tv en een hete douche!” Lachend liep ik zijn terrein af.

Ook hier in Azië zien we regelmatig bij guesthouses staan dat ze ‘hot shower’ hebben en al lachend lopen wij dan door. Warm douchen is raar als het 35 graden is. Punt!

Jean-Claude van Damme

Het leukste voor het laatst bewaren, dacht ik!

Ik heb me wel eens afgevraagd hoe het komt dat de slechtste acteur van België het zover heeft kunnen ‘schoppen.’ Toen ik in de zomer van 2008 een nachtbus instapte werd ik heel blij want ik zag dat de Nederlandse film ‘Zwartboek’ opgezet werd. Na de eerste scene werd het beeld grijs waarna het lokale publiek enthousiast werd omdat de vorige film was uitgezet en er een film van JCvD werd opgezet. Ik heb er noodgedwongen teveel gezien, want lange-aftands-bussen hebben niet zoals vliegtuigen een eigen schermpje, laat staan een mogelijkheid om het geluid zelf te regelen.

1 april jl. stapten wij op de veerboot van Gili Trawangan naar Bali. Inmiddels is JCvD 56 jaar, draagt een bril met blauwig glas en schopt nog altijd Aziaten in elkaar.

Reageer

Ik kreeg leuke reacties van ouwe rotten in de backpackerswereld op mijn vorige blog. Ik ben heel benieuwd waar jij na jaren van reiservaring nog altijd tegen aan loopt. Deel het met ons via deze site, Facebook, LinkedIn en Instagram.

 

 

 

 

Niet verder vertellen; Kapas eiland

Twee weken geleden verliep ons visum van Indonesië dus we moesten het land uit. Dit ging met een gezonde tegenzin want we hadden het er goed. Indo is in ons hart gekropen en we zijn blij dat we dit jaar nog een keer terug gaan.

Omdat je voor een visumverlenging een uitreisticket nodig hebt hebben we een tijd geleden het goedkoopste ticket geboekt dat beschikbaar was. De bestemming werd Kuala Lumpur en vandaar zouden we verder kijken.

Via de website yogatrade.com, waar wij lid van zijn, kwamen we onlangs in contact met een Canadese dame die in Maleisië een yoga- en meditatiecentrum aan het opzetten was. Ze zocht yogadocenten zodat ze kon gaan beginnen. Na een leuk Skype gesprek besloten we haar te gaan bezoeken en aangezien Maleisië ons gratis een visum voor drie maanden zou verstrekken zouden we zolang bij haar kunnen wonen tegen kost en inwoning.

Na ons debacle in Gili Trawangan zijn we wat voorzichtiger geworden dus we gingen er met nul verwachtingen heen. Het bleek ook nul te blijven, want de eigenaresse was eigenlijk een soort commune aan het opzetten, waarbij ze verwachtte dat we yogalessen gaven, de tuin bij gingen houden, zouden koken etc. Op de eerste dag hadden we onze eerste aanvaring en aan het einde van de derde dag een laatste. We vertrokken de volgende ochtend uit het gele huis.

Het plaatsje Marang heeft dan wel één van de mooiste stranden van de wereld, maar er was weinig te doen dan zwemmen. Aangezien het streng conservatief Islamitisch is werd Roos geadviseerd om voor de zekerheid meteen uit het water een sarong aan te trekken. Er was vorig jaar een ‘masturbeerder’ gesignaleerd in de buurt van bikini dragende vrijwilligers. Gelukkig hadden we vanuit de commune wel begrepen dat er een pareltje aan de overkant van het water lag; Kapas eiland.

 

 

En vanaf hier mag je verder lezen, maar je gaat het aan niemand verder vertellen en ik zal je zeggen waarom; oké?

Als je Google’t op Kapas eiland in het Nederlands kom je het één keer tegen op veelzijdigmaleisie.nl en wat amateur-bloggers zoals wij. Als je hetzelfde doet op ‘hoogtepunten Maleisië’ dan kom je het eiland niet tegen.

Vanuit de haven van Marang wordt je in tien minuten in een speedboat overgezet en daar kan je vakantie beginnen. De buitenlanders die er al langer komen zien het toerisme ieder jaar toenemen en daarmee ook de problemen rondom afval en elektriciteit. Maar goed, wij kwamen er voor het eerst, we hadden er twee weken geleden nog nooit van gehoord dus het was een paradijs voor ons. Misschien wel het mooiste eiland waar we ooit zijn geweest.

We vonden een kamer bij een guesthouse en restaurant dat eigendom is van een Nederlander en een Duitse. We kwamen er al snel achter dat hierdoor het eiland al wel ontdekt is door Nederlanders. We hebben in de afgelopen vijf maanden nog niet zoveel Nederlands gesproken als de afgelopen dagen. Sterker nog, voor het eerst in vijf maanden werden we herkend als Leidenaren vanwege de Leidse sleutels op onze armen dus ja we hebben zelfs Leids geprrraat!

Het strand van onze verblijfplaats is het drukst met vier of vijf guesthouses, maar als je naar andere baaien loopt wordt het steeds rustiger. In totaal zijn er zo’n tien guesthouses en  twee campings te vinden.

Kapas heeft alles voor een lekkere strandvakantie. Wij stapten iedere ochtend rond een uur of zeven uit bed om met onze yogamatten naar een rustig strand te gaan en onze ‘ochtend-practice’ te doen. Daarna een duik in zee en ontbijt bij het guesthouse. Aangezien er niet veel meer te doen is dan zwemmen en op het strand liggen was dit ook voor ons de dagbesteding; lekker luieren, een boek lezen, van ontbijt naar lunch, naar diner en dromen over onze dromen.

Waarschijnlijk spreekt dit jullie niet aan dus daarom ben ik ook niet bang dat iemand dit gaat doorvertellen of dit bericht gaat delen op de social media. Maar, voor die enkeling die het toch aanspreekt hieronder de voor- en nadelen van Kapas:

Voordelen van Kapas

Geen massa toerisme

Als je de drukte van Thailand met de ‘bucket lurkende’ jongeren zat bent is Maleisië sowieso de moeite van het uitproberen waard en Kapas in het bijzonder. Als je van zonnen houdt dan is er plek zat en als je net als wij liever in de schaduw zit dan is er ook plek genoeg.

Wit poederstrand

Dit geldt niet voor alle stranden, maar wij vonden op Long Beach de perfecte plek voor onze yoga sessies en voor een heerlijke dag op het strand.

Snorkelen in rust

Wij hebben inmiddels wel wat gesnorkeld en na de Filipijnen denk ik niet dat we een mooier rif gaan tegenkomen als het Balicasag-rif dat vanaf het eiland Bohol te bereiken is, maar op dit soort populaire bestemmingen ben je nooit alleen. Op Bohol lagen we tussen tien Koreaanse pubers die vissen aan het voeren waren. Op Gili Trawangan worden de boten gevuld met veertig man per boot en de wateren van El Nido in de Filipijnen zaten voller met mensen dan met vissen.

Kapas is voor jou. Snorkeltje op en gaan, vergeet je niet in te smeren!

Lekker Nederlands praten

Ik zet deze ook bij de nadelen! 😉

Nadelen van Kapas

Lekker Nederlands praten

Van de twee handen vol aan guesthouses zijn er twee in het bezit van Nederlanders. Dit betekent dat je er meer Nederlanders aantreft dan elders. Als je het fijn vind om je eigen taal te spreken tijdens je vakantie dan vind je hier een hoop gezelligheid. Voor ons is het geen primaire behoefte.

Weekend op Kapas

Als het lukt ga dan doordeweeks en zorg dat je voor het weekend weg bent. Zoals gezegd, Maleisië is overwegend conservatief Islamitisch dus weekend is vrijdag en zaterdag. Wij zaten er tijdens een lang weekend en vanaf vrijdag werd het steeds drukker met lokale toeristen. Door de toenemende drukte viel de stroom vaker uit dan normaal en stroom is een groot goed tijdens de warme dagen.

Over Maleisië in het algemeen kan ik tot dusver zeggen dat het makkelijk en goedkoop reizen is. Vliegen is goedkoop en de bus nog veel goedkoper. Wij hebben tot nu toe twee keer de bus genomen tussen Kuala Lumpur en Marang en gemerkt dat de wegen super zijn. Goed onderhouden snel- en provinciale wegen en superluxe bussen met brede stoelen en wifi aan boord, zodat ik niet blog kan schrijven. De trein gaan we nog uitproberen, dus misschien later nog een update daarover.

Wij denken nog twee of drie weken in Maleisië te blijven dus als je nog tips hebt dan horen we dat graag.